Koss ook de sterkste in luimig weer op buitenbaan

GOTHENBURG, 14 MAART. De huidige generatie topschaatsers is al zo verwend geraakt door de ijshallen dat een aantal rijders op de tweede dag van het wereldkampioenschap schaatsen wegens de slechte conditie van het ijs niet meer van start wilde gaan. Enkele toppers, onder wie deelnemers uit Noorwegen en Nederland, hoopten dat Johann-Olav Koss het voortouw zou nemen voor een staking. De organisatie op de Ruddalen-ijsbaan van Gothenburg wist het dreigend oproer de kop in te drukken door de 1.500 meter gisteren een uur uit te stellen. Koss hield achteraf wel een pleidooi voor meer kampioenschappen op overdekte banen. In de strijd met de elementen had hij zich op het wereldkampioenschap ook onmiskenbaar de sterkste getoond. Vóór de verrassende coming-man Ids Postma en de wat tegenvallende Rintje Ritsma.

Koss besefte dat het ook anders had kunnen aflopen. De ISU heeft enkele jaren geleden, toen de Zweedse bond het WK kreeg toegewezen, geen rekening gehouden met de ongewisse weersomstandigheden half maart in Gothenburg. Dat bleek ook wel tijdens dit WK: zaterdag zon, regen, en een beetje wind. Gisteren: sneeuw, regen en geen wind. Wegens de hevige sneeuwval gistermorgen moesten de wedstrijden een uur worden uitgesteld. Dat de rijders uiteindelijk nog voor een tamelijk representatief eindklassement zorgden, mocht in de ogen van velen een wonder heten. Hoewel 25 jaar geleden in de gouden jaren van Schenk en Verkerk nooit een punt werd gemaakt van het slechte weer.

Het mannen wereldkampioenschap is voor 1995 (in het Italiaanse Baselga di Pinè) en 1996 (Inzell, Duitsland) ook al toegewezen aan landen met buitenbanen. Er zijn momenteel over de gehele wereld zes ijshallen met vierhonderd meterbanen: in West-Allis, Peking, Calgary, Hamar, Heerenveen en Berlijn. Voor de Olympische Winterspelen van 1998 zal er in Nagano (Japan) ook een dergelijk bouwwerk verschijnen.

De Nederlandse voorzitter van de technische commissie in de ISU, Jan Charisius, haalt zijn schouders op als de kritiek van de rijders en de coaches op de toewijzing van Gothenburg hem ter ore komt. “Er zijn 33 aangesloten landen en slechts zes bezitten een overdekte hal. Dan moet je automatisch leden met open banen ook tevreden stellen. Een voorstel om voortaan alleen nog in hallen een WK te organiseren, zal het waarschijnlijk nooit halen omdat daarvoor een tweederde meerderheid moet zijn. Schaatsen is nu eenmaal ook een buitensport. Toen ik dit werk overnam van Klaas Schenk vroeg hij aan mij: 'Je hebt toch wel een goede regenjas?' In Nederland gaan de grote toernooien vanzelfsprekend altijd naar Heerenveen, maar ik zou Eindhoven ook heel geschikt vinden.”

Het is een opvatting die er bij Ab Krook niet ingaat. “Je moet oppassen dat je landen als Zweden binnen het internationale schaatsen niet gaat isoleren. Maar het hardrijden hangt tegenwoordig van zulke kleine verschillen af. Dat moet je gewoon binnen afwerken.”

Mede door de ambiance beleefde Krook met gemengde gevoelens zijn laatste WK als coach van de Nederlandse mannen kernploeg. Twee Japanners, de negentienjarige junior Hiroyuki Noake en de een jaar oudere Keiji Shirahata, leken op de eerste dag zijn afscheidsfeestje geheel te bederven. Door de wisselende omstandigheden kwamen zij op de vijfduizend meter op harder ijs te rijden dan de beoogde toppers die in de eerste paren van start waren gegaan. Ook na de 1500 meter bleven ze de tweede en derde plaats bezetten, achter de toen al onaantastbare Koss die de basis voor zijn wereldtitel overigens wél op de vijf kilometer had gelegd. De tien kilometer was voor de twee Japanners echter nog iets te ver. Shirahata, die al eens 14.20 reed op de langste afstand, eindigde tenslotte als vierde, Noake als vijfde. Wel is duidelijk dat Japan nu al toewerkt naar de Winterspelen in eigen land.

Ids Postma bezat na zijn zege op de vijfhonderd meter een uitstekend uitgangspunt voor de wereldtitel. De onervarenheid van de Friese debutant met slecht ijs speelde hem echter parten op een dramatisch slechte vijf kilometer. Postma, die het grootste deel van het jaar traint in de overdekte Thialfhal van Heerenveen, reed dit seizoen één keer in de regen, op een training in Haarlem. “Ik moest meer slagen maken op het ijs en minder kracht zetten. Ook in de bocht was er voor dit weer een aparte techniek vereist. Daar ben ik nu wel achter. Het is geen ramp als dat op je eerste WK gebeurt.” Postma maakte veel goed met zijn sterke tien kilometer, waarop hij Rintje Ritsma en zelfs specialist Bart Veldkamp voor bleef. Ab Krook overdreef niet, toen hij zei: “We hebben er een geweldige rijder bij gekregen. Een nuchtere jongen, maar als hij er moet staan, vreet-ie het ijs op. Af en toe zie ik iets van Leo Visser in hem terug.”