Journalisten Italië verdacht van aannemen smeergeld van Ferruzzi

ROME, 14 MAART. Drie gezichtsbepalende journalisten van drie grote Italiaanse kranten zijn ervan beschuldigd geld in ontvangst te hebben genomen in ruil voor een gunstige berichtgeving over het Ferruzzi-concern (landbouw- en chemische industrie).

Het justitiële onderzoek naar corruptie - 'Schone Handen' geheten - heeft na 'Schone Toga's' (onderzoek naar corruptie bij justitie zelf) en 'Schone Voeten' (voetbal) nu een vervolg gekregen in 'Schone Pennen'. Tegen het Ferruzzi-concern loopt een afzonderlijk onderzoek wegens corruptie.

De bekendste van de drie journalisten is Giuseppe Turani, commentator van het dagblad La Repubblica, auteur van een aantal economische boeken - onder andere over Ferruzzi - en hoofdredacteur van het maandblad Uomini & Business. Hij zou ongeveer zeshonderdduizend gulden gekregen hebben.

De twee andere verdachten zijn Ugo Bertone, voormalig chef economie van La Stampa en chef van de redactie Milaan van dit blad, en Osvaldo De Paolini, ex-redactiechef van het roze financieel-economische dagblad Il Sole - 24 Ore. De Paolini zou driehonderd miljoen lire hebben gekregen, nu ongeveer 360.000 gulden, Bertone honderd miljoen lire. Deze twee journalisten zijn ook betrokken bij een schandaal rondom handel met voorkennis dat vorig najaar opschudding heeft veroorzaakt binnen de financiële journalistiek.

De beschuldigingen tegen de drie zijn geuit door Carlo Sama, voormalig managing-director van de Ferruzzi-groep en een belangrijke getuige in het proces dat in Milaan loopt tegen Sergio Cusani, het financiële brein van de groep. De betalingen aan de drie journalisten zouden deel uitmaken van een groter project uit 1992 waarmee de Ferruzzigroep haar imago probeerde op te vijzelen, dat sterk had geleden onder het vertrek van Raul Gardini als president van de groep.

De drie betrokken journalisten hebben allen ontkend en verzocht zo snel mogelijk te worden gehoord door Antonio Di Pietro, de gangmaker achter 'Schone Handen'.

De Ferruzzi-groep, die wegens zijn enorme schuldenlast onder curatele van de banken staat, staat in het brandpunt van de Italiaanse corruptieschandalen. Gardini heeft in de zomer van 1993 zelfmoord gepleegd, vlak voordat duidelijk werd dat de groep betrokken is bij de grootste corruptiezaak die in Italië aan het licht is gekomen: de zogeheten Enimont-affaire, waarbij het chemische bedrijf Montedison (eigendom van Ferruzzi) bijna vierhonderd miljoen gulden smeergeld zou hebben betaald gedurende de eigendomsstrijd over de petrochemische onderneming Enimont, een joint venture van Montedison en het Italiaanse staatsenergieconcern ENI. Ook twee andere hoofdrolspelers in deze affaire hebben zelfmoord gepleegd.