'Ik zou als vrouw toch ongeveer alles hetzelfde doen'

Wie als man geboren is, kan zich meestal slecht voorstellen hoe het zou zijn om als vrouw door het leven te gaan. En omgekeerd. Annemarie Oster vroeg aan twaalf mannen uit verschillende beroepen en van verschillende leeftijden hoe zij zichzelf als vrouw zouden zien.

Als derde Peter van Straaten, tekenaar.

“Laat ik beginnen met te zeggen dat ik nooit een vrouw zou willen zijn. Vrouwen zitten in een hoek waar de klappen vallen, vind ik. Maar als ik er één was... Ik heb een soort theorie: volgens mij is het verschil tussen vrouwen en mannen niet zo groot. Als ik een tijdje met vrouwen zit te praten, wat ik het leukste vind dat er bestaat, vergeet ik al gauw dat ik een man ben.

“Ik denk dat ik een dweil zou zijn. Zoals ik na mijn scheiding heb aangerommeld, dat zou ik als vrouw ook doen. Alleen wordt het van mannen veel meer geaccepteerd. Als vrouw ben je binnen de kortste keren een del. Ik denk dat ik een del zou zijn. Ik zou met een heleboel mannen naar bed gaan. Het zou me niet uitmaken waar, in hun huis of het mijne, waar dan ook, in het bos... Ik zou vaak verliefd zijn, ongeveer even vaak als nu. Ik ben toch bang dat ik als vrouw ongeveer alles hetzelfde zou doen.

“Natuurlijk zou ik het enig vinden om hevig te worden begeerd; dat wil ik als man eigenlijk ook wel. Maar het zou niet uitsluitend om mijn uiterlijk mogen gaan, want dan krijg je meteen weer dat getob: jaja, alleen omdat ik mooie tieten heb, zoals ik nu denk: jaja, zeker omdat ik Peter van Straaten ben. Het is nóóit goed.

“Ik hoop niet dat ik er zo uit zou zien als nu. Misschien een beetje zoals Mascha, mijn dochter van dertig, flink uit de kluiten gewassen maar wel aantrekkelijk.

“Agnes is voor mij te beladen. Zij is weliswaar een alter ego, maar dat zijn ook alle mannen in mijn verhaal. En die zoon, Daniël, die ben ik ook.

“Ik zou sportief gekleed gaan, ik vrees dat er in mijn geval weinig anders op zou zitten. Omdat ik waarschijnlijk een lange meid zou zijn, droeg ik spijkerbroeken en lage schoenen. Maar ook wel eens lekkere hoge hakken en, al zijn ze, geloof ik, niet meer in de mode, laarzen; niet met zo'n voorgevormde kuit, maar met van die brede schachten. Nóóit ski-broeken en wat absoluut verboden is, de zogenaamde broekrok. Die stomme bril ging natuurlijk af. Ik nam onmiddellijk contactlenzen. Als ik mijn huidige haar had, kon dat me niets schelen, integendeel. Dan droeg ik het alleen een beetje langer, tot op mijn schouders. Weinig make-up, maar toch wel iets. Ik denk dat ik aan de lijn zou moeten doen, hetzelfde eten als nu, maar dan minder. Grote tieten hoef ik niet, wel een lekkere reet. En mooie benen natuurlijk. Op een gymclubje ging ik beslist niet.

“We zullen maar aannemen dat ik tekenares was. Ik had weinig vriendinnen, misschien één hartsvriendin aan wie ik alles zou vertellen. En zij aan mij natuurlijk. Nee, ik zou niet veel telefoneren. Daar houd ik niet van. Mijn man zou een bink moeten zijn, geen macho. Niet zo iemand met veel spierballen. En ook geen schoft. Hij moest wel iets zachts hebben. Tom Conti. Het zou prettig zijn als hij iets meer verdiende dan ik want ik zou hem niet willen overvleugelen. Maar ik wil wèl zelfstandig blijven. We hadden twee kinderen, een jongen en een meisje voor wie we samen zouden zorgen. Omstebeurt. Nou ja, als het echt een bink was, zou de zorg voor die kinderen wel weer op mij neerkomen. En het koken. Maar voor het huishouden nam ik hulp. We zouden een levendig seksleven hebben. Nee, niet monogaam. Ik denk dat ik stiekem vreemd zou gaan. Wat niet weet wat niet deert. Bij het liefdesspel zouden we afwisselend het initiatief nemen. Ook omstebeurt. Hij zou een aandachtige minnaar moeten zijn. Geen rammer.

“Waarschijnlijk zou ik net zo verlegen zijn als nu, dus ben ik bang dat ik ook dan alcohol zou gebruiken, al was het maar om een beetje te kunnen praten. Ik rookte ook. Geen shag. Marlboro...'Light'. Misschien af en toe een shagje van mijn vriend. Vroeger was ik heel erg jaloers. Nu niet meer. Maar als vrouw zou ik het wel zijn. Laat ik het hopen want het is altijd pittig, jaloerse vrouwen. Behaagziek, dat zat er niet in, maar ik zou zeker jaloers zijn op vrouwen die wel koket zijn. Aanstelsters vliegen de deur uit. Als ik een vrouw was, zou ik me daar dubbel aan ergeren. En aan Maartje van Weegen. Zo iemand zou ik absoluut niet willen zijn. Dat brave, ideale-schoondochterachtige, dat guitige kijken, maar nooit over de schreef gaan. En hoe ze dat krulmondje trekt. Allemaal héél erg.

“Als ik mocht kiezen wie ik wel zou willen zijn: Audrey Hepburn. Dat vond ik één van de leukste en mooiste vrouwen. Alles aan haar was aanminnig. Haar stem, haar hele uiterlijk, zoals ze haar voetjes neerzette. Die lieve oortjes. En die grote herte-ogen. Ik hou van het gamin-type. Ik zal wel weer homoseksueel zijn.”