Hoe de toekan de totem der proteststemmers werd

De gastenboeken van Van der Valk illustreren een tendens die ook in de stemhokjes tot uitdrukking kwam: De Nederlandse consensus over de verdeling van lusten en lasten brokkelt af.

Roel Janssen beschrijft hoe staatverlaters en middengroepen elkaar vinden in verzet tegen staatsdwang en verplichte solidariteit.

Nederland komt in verzet. Het is een opstand tegen de zittende klasse van de politiek, tegen de bemoeizucht van het officiële circuit, tegen de bureaucratie van de uitkeringsstaat. In de steunbetuigingen aan de familie Van der Valk, in de stemhokjes van de gemeenteraadsverkiezingen en in het overlegmodel van de Sociaal-Economische Raad speelt deze Nederlandse volksopstand zich af. De stemming keert zich tegen het politieke middenveld dat de na-oorlogse verzorgingsstaat in Nederland heeft vormgegeven en zich geen raad weet nu aanpassingen nodig blijken. Aan twee kanten kalft de steun af voor de partijen die bij uitstek verantwoordelijk zijn geweest voor de verzorgingsstaat, het CDA en de PvdA: bij de mensen die aan afhankelijkheid gewend zijn geraakt, en bij degenen die de premies voor de uitkeringen opbrengen.

Het is een tweedeling die zich technisch vertaalt in de verhouding tussen actieven en in-actieven, waarbij tegenover iedere werkende nu bijna één uitkeringsafhankelijke staat. Deze tweedeling sloeg bij de gemeenteraadsverkiezingen neer in proteststemmen voor CD en SP in wijken waar soms tegen de honderd procent van de bewoners op uitkeringen is aangewezen, en in winst van VVD en D66 in de groeikernen, de gemeenten met premiekoopwoningen, één- en tweeverdieners, opgroeiende kinderen en forensenverkeer. De twee stromingen vinden elkaar in verzet tegen staatsdwang, in verbittering over wat als de afbraak van Nederland wordt beschouwd, in afkeer van belastingen, premies en uitkeringscontrole.

Kort voor de gemeenteraadsverkiezingen gaven de adhesiebetuigingen aan de familie Van der Valk uitdrukking aan het verzet. Vorig jaar viel de openbare mening over de uitkomsten van onderzoeken naar misbruik van sociale voorzieningen, maar als de Van der Valks van ontduiking van belastingen en sociale premies worden verdacht, zijn ze de Robin Hoods van Nederland. Het onderzoek van de FIOD naar de Toekan-keten is uitgelopen op een solidariteitsactie voor de verdachten. Een bloemlezing uit de gastenboeken in de Van der Valk-restaurants (ontleend aan HP/De Tijd van vorige week) geeft de stemming weer: “Van der Valk is van het volk, dat is duidelijk voor Den Haag minachting”. Een ander: “Hard werken wordt gestraft in Nederland. Een grof schandaal”. En: “Den Haag AFBRAAK. Gerrit van der Valk minister-president dat is opbouw”.

Daar gaat het om. Van der Valk onderneemt, schept werkgelegenheid, biedt toegankelijke horeca-diensten. Als dat in Nederland niet anders kan dan door de de fiscus en sociale verzekeringen te tillen, so be it. De tevreden gasten zullen het zo niet onder woorden brengen, maar het is in de belevingswereld eerder een bewijs dat de collectieve lastendruk in Nederland te hoog is dan dat het fundament van de verzorgingsstaat wordt uitgehold. De bruto loonkosten tasten niet alleen de Nederlandse concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland aan, maar zouden een stevige maaltijd ook buiten het bereik plaatsen van de modale Nederlanders die zich verpozen in de Van der Valk-restaurants.

Over die bruto loonkosten - de 'wig' in jargon - hebben de vertegenwoordigers van de overlegeconomie, de werkgevers en werknemers aangevuld met kroonleden, ruim een half jaar gepraat in de Sociaal-Economische Raad. Na oeverloos overleg hadden de kroonleden de sociale partners zo gemasseerd dat ze instemden met een lastenverlaging 'in de orde van grootte' van vijftien miljard gulden. De meningsverschillen over de invulling van deze lastenverlichting werden met de mantel van maatschappelijke consensus toegedekt. Niettemin meenden de werkgevers dat ze de vakbeweging hadden bewogen tot concessies voor de komende vier jaar. Maar zover gaat de veranderingsbereidheid niet. Nog voordat de deugdelijkheid van het SER-compromis getoetst kon worden, lieten de twee machtigste bonden, de ambtenarenbond en de industriebond, het ontwerpakkoord ploffen. Zij bepalen de speelruimte op sociaal-economisch terrein in Nederland. Het is tekenend voor de staat van broosheid die het overlegmodel heeft bereikt.

Teleurgesteld in de grootste verworvenheid van de overlegeconomie, de na-oorlogse verzorgingsstaat, keerden de kiezers zich in de gemeenteraadsverkiezingen van 2 maart af van de twee meest direct betrokken partijen, CDA en PvdA. Veel aandacht is gegaan naar de niet-stemmers en naar de proteststemmen van de staatverlaters in oude en niet zo oude buurten die ten prooi zijn gevallen, ondanks het beloofde wondermiddel van sociale vernieuwing, aan een groeiend gevoel van verwaarlozing. Maar het adembenemende verlies van CDA en PvdA is veel meer het gevolg van de manier waarop kiezers in keurige gemeenten zich van het maatschappelijke midden hebben afgewend. In Hilversum, Oegstgeest en Langedijk verwierven pas opgerichte lokale partijen in één keer de grootste raadsfractie. In andere gemeenten versterkten bestaande lokale partijen hun positie. D66 werd in Amersfoort en Lelystad de grootste partij; de VVD won in groeikernen en werd de grootste fractie in de gemeenteraden van Zoetermeer (met de Socialistische Partij als protestpartij op de tweede plaats), Haarlemmermeer, Den Helder, Huizen, Alphen aan de Rijn, Capelle aan den IJssel, Nieuwegein en Almere.

Dit zijn de gemeenten met relatief jonge, goed opgeleide, veelal werkende inwoners. De overwinning van lokale partijen, VVD en D66 in zoveel modale steden is het meest spectaculaire element van de gemeenteraadsverkiezingen: de ruggegraat van Nederland protesteert en keert zich af van de partijen die zich hebben vereenzelvigd met de compromissen van de verzorgingsstaat. Met alle gemeentelijke verschillen gaat het om collectieve uitingen van verzet tegen bestemmingsplannen, tegen ambtelijke bemoeizucht, tegen bestuurlijke onmacht en tegen de collectieve lastendruk.

De consensus in Nederland over de verdeling van lusten en lasten valt weg. In de SER is de wanhopige poging om tot een unanieme aanbeveling te komen voor het sociaal-economische beleid in de volgende kabinetsperiode, mislukt. Bij de verkiezingen wenden de kiezers zich af van de partijen die de nauwste banden onderhouden met de sociale partners. De steunbetuigingen aan de Van der Valks vertolken de sympathie voor deze ondernemers die zorgen voor culinaire vertrouwdheid en bijverdiensten, en die maling hebben aan opgelegde verplichtingen tot collectieve solidariteit. Het naoorlogse model van Nederland is in snel tempo bezig te desintegreren en niemand weet daar raad mee.

    • Roel Janssen
    • Roel Janssen is commentator van NRC Handelsblad