Gullit overvleugeld door zijn opvolger bij Milan

ROTTERDAM, 14 MAART. Het weerzien van Ruud Gullit met het Giuseppe Meazza-stadion had een feest moeten worden. Het had de bevestiging moeten worden voor degenen die menen dat Gullit moet terugkeren naar AC Milan. Gullit zou van Milan weer een swingend elftal kunnen maken, hij zou een dimensie kunnen toevoegen aan het mathematisch geworden spel van de rossoneri. Milan-voorzitter Berlusconi zou hem weer in zijn armen willen sluiten, als de verlosser, als de voetballer die de bevolking van San Siro wenst.

Ze houden van hem, zowel de tifosi van Milan als die van Sampdoria. Ergens tussen de eerste en tweede ring van het stadion van Milaan hing gistermiddag een spandoek: Gullit ti amiamo. Sempre. (Gullit we houden van je. Altijd). Wie 'we' zijn, stond er niet bijgeschreven. Waarschijnlijk van Samp-aanhangers. Maar Gullit is van iedereen. Overal in Italië willen ze Gullit. Maar wanneer het Nederlands elftal ter sprake komt, vraagt men zich af op welke positie hij moet spelen.

Milan staat intussen acht punten voor op Sampdoria, nadat het zondag met 1-0 won van de club uit Genua. Masaro scoorde met een prachtige kopbal. Gullit won het niet van Dejan Savicevic, de Montenegrijn die sinds het vertrek van de Nederlander bij Milan rugnummer 10 draagt. Gullit was nauwelijks in beeld, Savicevic voortdurend. Gullit was al in de eerste minuut de Milan-defensie te snel af, gaf de bal voor waar Mancini vrijstond. Maar de technische begaafde Sampdoria-spits wilde de bal eerst controleren alvorens hij schoot en was daardoor te laat. Gullit maakt zich in de tweede helft één keer vrij van de Milan-verdedigers, schoot op doel, maar doelman Rossi stopte de bal.

Savicevic is een fantastierijke voetballer, met een onnavolgbare balcontrole. Hij is in het 'nieuwe' Milan spits naast de hardloper Massaro. Bij Rode Ster vormde de Montenegrijn als rechtervleugelspits een bijna-magisch vierkant met de Macedonische topscorer Pancev, de Serviër Prosinecki en de Kroaat Mihajlovic. Bij Milan is hij omstreden omdat hij niet scoort. Omdat hij niet zo vaak scoort als bij Rode Ster.

Sinds Van Basten en Lentini zijn weggevallen scoort Milan te weinig. Slechts dertig doelpunten in 27 wedstrijden. Dat wordt Papin aangerekend, Massaro (met acht topscorer) en Savicevic. De laatste staat meestal wel aan de basis van de aanvallen. Zijn voorbereidende passes zijn schitterend, maar zijn eindpasses en schoten ongelukkig. Gisteren werd hem voor de Italiaanse televisie gevraagd wat hij dacht van de eventuele komst van Gullit. Hij lachte, hij was de uitblinker geweest: “Gullit is voor iedere ploeg een verrijking. Hij is geen bedreiging voor mij. Ik ben een andere voetballer. Dat heb ik vandaag laten zien.”

Of Gullit terugkeert naar Milan, is nog maar de vraag. Gullit zelf twijfelt, zei hij. Sampdoria en haar leiding hebben hem zijn zelfvertrouwen teruggegeven. Dankzij trainer Ericson, spits Mancini (vroeger de stille kracht achter Vialli) en Lombardo is hij beter gaan voetballen. Die mensen wil hij niet teleurstellen. En wat Berlusconi betreft. Dat hij Gullit terugwil, heeft vooral politieke motieven. Hij heeft Gullit een baantje beloofd. Maar hij heeft vooral stemmen nodig, de stem van het volk voor zijn rechtse partij Forza Italia. Meer heeft hij niet nodig.