Geen federatie zonder medewerking Serviërs; Te vroeg voor optimisme

De Bosnische moslims en de Bosnische Kroaten zijn het, als men de optimistische berichten uit Wenen mag geloven, vrijwel eens over de vorming van een gezamenlijke federatie in Bosnië en een confederatie van dit Bosnië met het buurland Kroatië. Maar zonder de medewerking van de Bosnische Serviërs zal die federatie niet of slechts gebrekkig van de grond komen en komt er geen vrede. En tot nu toe weigeren de Serviërs die medewerking.

In de twee weken die zijn verlopen sinds de moslims, de Bosnische Kroaten en de Kroaten in Washington een principe-akkoord ondertekenden zijn in Wenen belangrijke vorderingen gemaakt. Veel details over de afspraken van Wenen zijn tot nu toe niet naar buiten gekomen. Zo is niet duidelijk hoe de grenzen van de Kroatische en moslim-kantons verlopen, wie recht heeft op welk betwist gebied, welke bevoegdheden die kantons en het centrale gezag krijgen en hoe men zich de terugkeer naar huis voorstelt van de honderdduizenden moslims en Kroaten die voor de strijd zijn gevlucht of in het kader van de etnische zuivering zijn verdreven. Ook is onduidelijk welke vorm en welke inhoud de confederatie met Kroatië zal krijgen en hoe binnenskamers is gereageerd op nieuwe voorwaarden, die de Kroaten eind vorige week plotseling opwierpen. Zij maakten de vorming van de Bosnische federatie afhankelijk van die van de confederatie met Kroatië, hoewel er formeel geen koppeling tussen deze twee plannen bestaat: in Washington zijn twee afzonderlijke akkoorden ondertekend. Bovendien wil de Kroatische president Tudjman het confederatieplan eerst onderwerpen aan een referendum in zijn land, dat hij pas wil houden nadat de Bosnische Serviërs hebben laten weten hoe ze zich ten aanzien van de moslim-Kroatische plannen opstellen.

Hoe deze zaken echter ook zijn of worden geregeld, duidelijk is dat de Serviërs er weinig heil in zien. Bij herhaling hebben ze laten weten geen enkel heil te zien in hun aansluiting bij de op stapel staande federatie: daarvoor hebben ze geen twee jaar oorlog gevoerd. Vorige week zei hun leider Radovan Karadzic in een gesprek met Der Spiegel dat “alleen politieke analfabeten van ons kunnen verwachten dat we ons bij dit model aansluiten”. Zijn minister van buitenlandse zaken noemde de federatie “een monsterstaat” en de voorzitter van het Bosnisch-Servische parlement, Momcilo Krajisnik, vond het akkoord van Washington alleen acceptabel als het leidt tot een verdeling van Bosnië in twee delen: een moslim-Kroatische federatie en een Servisch deel. Zoals het akkoord er nu bij ligt, aldus Krajisnik, is het “onnatuurlijk, onlogisch en onaanvaardbaar”.

Maar zelfs als de Serviërs niet kunnen worden overgehaald zich aan te sluiten bij een federatie is voor het welslagen van die federatie hun medewerking toch noodzakelijk. Een belangrijk deel van het grondgebied van de moslim-Kroatische federatie bevindt zich immers in handen van de Serviërs.

Op het ogenblik beheersen de Serviërs naar eigen zeggen 64 procent en volgens onafhankelijke schattingen 70 procent van het grondgebied van Bosnië-Herzegovina; de resterende 30 tot 36 procent is in handen van de moslims en Kroaten. De moslim-Kroatische federatie moet volgens de plannen die in Wenen de ronde doen echter 51 tot 54 procent van het grondgebied van Bosnië omvatten. Dat betekent dat van de Serviërs aanzienlijke territoriale concessies worden verwacht: ze zouden minimaal vijftien procent, maximaal zelfs een kwart van het grondgebied van Bosnië dat ze in handen hebben, moeten opgeven. En niets wijst erop dat ze daartoe bereid zijn.

De Russische afgezant in het Bosnië overleg, Vitali Tsjoerkin, heeft dit weekeinde getracht de autoriteiten in Pale, de hoofdstad van het Servische deel van Bosnië, tot inschikkelijkheid te bewegen en zet zijn pogingen vandaag in Belgrado voort in overleg met de Servische president Milosevic en de leider van de Bosnische Serviërs, Karadzic. Tsjoerkin heeft gezinspeeld op de mogelijkheid van een confederatie van de 'Servische republiek' (in Bosnië) met Servië, zonder overigens duidelijk te maken of die 'Servische republiek' dan eerst deel zou moeten gaan uitmaken van een Bosnische federatie. In een kennelijke poging de Russen, hun belangrijkste belangenbehartigers, niet voor het hoofd te stoten hebben de Bosnische Serviërs laten weten zich geenszins aan het onderhandelingsproces te willen onttrekken. Maar de kloof tussen wat van hun wordt gevraagd en wat hun wordt geboden lijkt voorlopig te groot om optimisme te rechtvaardigen.

    • Peter Michielsen