Foto

Foto: BRISTOL - De eerste vrouwelijke priesters in de Anglicaanse kerk, tijdens hun inwijding in de kathedraal van Bristol.

De Anglicaanse kerk besloot twee weken geleden 32 vrouwen toe te laten tot het priesterambt. De inwijding was het resultaat van een lange strijd tegen de gedachte dat vrouwen voor het priestersambt niet zijn voorbestemd en heeft de Anglicaanse kerk verdeeld. Ongeveer 700 afvalligen van de Anglicaanse kerk hebben nu gezegd zich tot de rooms-katholieke kerk te wenden.

Het Vaticaan heeft het besluit zaterdag scherp veroordeeld; het acht een hereniging tussen de katholieke en de Anglicaanse kerk - die zich in 1534 afscheidde - nu moeilijker. De Engelse koning Hendrik de Achtste keerde zich in 1534 van de katholieke kerk af, toen deze hem verbood van zijn eerste vrouw, Catharina van Aragon, te scheiden. De betrekkingen tussen de Anglicaanse en de katholieke kerk die de afgelopen jaren goed geweest zijn, dreigen opnieuw te verslechteren.

De laatste keer dat paus Johannes Paulus II zijn standpunt met betrekking tot het toelaten van vrouwen tot het priestersambt duidelijk maakte, was met een document in 1988. Daarin stond dat vrouwen geen priester konden worden omdat Christus alleen mannelijke apostels had gekozen. De woordvoerder van het Vaticaan, Joaquin Navarro-Valls, zei dat de beslissing van de Anglicaanse kerk “een schaduw” zou werpen op overeenkomsten over theologische kwesties die in de Anglicaans-rooms-katholieke Internationale Commissie (ARCIC) bereikt zijn. Amerikaanse en Afrikaanse takken van de Anglicaanse kerk laten vrouwen al meer dan 50 jaar toe tot het priestersambt. (Foto Reuter)