Een bizarre veronderstelling

In verkiezingstijd willen politici graag gouden bergen voorspiegelen aan de kiezers. Het Centraal Planbureau (CPB) had vorig jaar een heel goed idee om hen daartegen te beschermen. Vrijwillig gingen CDA, PvdA, VVD, D66 en GroenLinks akkoord met het voorstel om de doorberekening van hun verkiezingsprogramma's te baseren op een 'behoedzame' prognose van de economische groei, namelijk niet meer dan 1procent per jaar. Deze reken-je-niet-rijk-afspraak heeft geholpen. Bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen in september 1989 stelde de PvdA nog voor om de uitgaven te verhogen met 21 miljard, D66 en het CDA met 17 miljard en de VVD met 11 miljard. Dat is anno 1994 heel anders. Nu wil alleen GroenLinks nog 1 miljard extra uitgeven na de verkiezingen in vergelijking tot de oorspronkelijke extrapolatie van het huidige beleid door het CPB. Daarentegen stellen CDA, PvdA, VVD en D66 voor om extra te bezuinigen, dat wil zeggen om vanaf 1994 nieuw beleid voor meer dan honderd procent te compenseren met besparingen elders bij de overheid.

Hoe nuttig zo'n behoedzame hypothese over de toekomstige economische groei ook is voor bescheidenheid bij de uitgaven, de pijnlijke onzekerheid over de AOW-uitkeringen laat zien dat een goed idee, indien te rigoureus doorgevoerd, tot absurde consequenties kan leiden. Want wat de vijf grote politieke partijen nu proberen uit te rekenen is even onmogelijk als de kwadratuur van de cirkel. Er is eenvoudigweg geen manier om een berekening te maken voor de kabinetsperiode 1994-98 die aan alle volgende eisen tegelijk voldoet:

(1) Lagere tarieven in de belastingen en de sociale premies;

(2) nog enige daling in het financieringstekort;

(3) nieuw geld voor Betuwelijn, Hogesnelheidslijn en andere infrastructuur;

(4) ruimte voor winstherstel van het bedrijfsleven;

(5) compensatie voor de geldontwaarding (de inflatie) voor alle AOW-ers en voor mensen die van een minimum moeten rondkomen.

De eerste vier eisen zijn redelijk en herkenbaar in de verkiezingsprogramma's van CDA, PvdA, VVD en D66. Nu blijkt uit opinie-onderzoek dat bijna alle Nederlanders vinden dat de vijfde conditie, namelijk het vrijwaren voor geldontwaarding van AOW-ers en mensen op het minimum niet meer is dan een eis van fatsoen. Helaas suggereren de berekeningen van het Planbureau dat daar geen geld voor is. Deze keer niet omdat de politieke partijen alle economische ruimte opsouperen met roekeloze beloften om meer geld uit te geven aan extra ambtenaren of nieuwe, dure programma's. Nee, de kwadratuur van de cirkel is niet rond te krijgen, omdat de veronderstelde economische groei met 1procent heel laag is, het Planbureau daarbij een rekenmodel hanteert waarin alle gunstige gevolgen van lagere belastingen pas na tien jaar zichtbaar worden en ten slotte omdat het Planbureau niet bereid is om rekening te houden met de gunstige gevolgen van het afschaffen van de algemeen verbindendverklaring in de CAO-wetgeving. Deze drie uiterst conservatieve veronderstellingen hebben intussen het CDA zo'n tien à vijftien Kamerzetels gekost en - nog belangrijker - grote onzekerheid gecreëerd voor AOW-ers en uitkeringstrekkers.

Naar mijn mening is nú het moment om te accepteren dat het grote, positieve doel van die drie behoudende veronderstellingen is bereikt, namelijk het voorkomen van uitbundige nieuwe uitgaven-programma's bij de verkiezingen. De tijd is rijp voor een realistischer aanpak. Daarbij is het geen probleem om vast te houden aan het 'behoedzame' uitgangspunt van 1procent economische groei bij onveranderde belastingen en CAO's, want ook als de onderliggende economische groei hoger gaat uitvallen moet Nederland toch beter dan in het verleden reserves kweken voor toekomstige tegenslagen. Daarentegen is het wijs om onmiddellijk afstand te nemen van de dwaze veronderstelling dat lagere belastingen en sociale premies pas na tien jaar effect hebben op de economie. Heeft president Reagan soms tien jaar moeten wachten na de belastingverlaging van 1981? Zagen Thatcher en Lord Lawson in Engeland tien jaar lang geen enkel effect van hun belastingverlaging? Nu gaat het even niet om de vraag of het Amerikaanse en Engelse beleid achteraf bezien zo perfect waren, maar alleen over de tijdspanne die verloopt tussen de aankondiging van een lager belastingtarief en de vervolgens aanzwellende economische groei. Het Planbureau zegt: ten minste tien jaar, maar een realistische inschatting zou zijn één à twee jaar. Een heel recente studie van de Wereldbank suggereert dat een verlaging van ons gehate toptarief van 60 tot 50 procent per jaar meer dan een half procent extra groei oplevert, ruim voldoende om alle uitkeringen te indexeren tegen inflatie. Het Internationale Monetaire Fonds berekent dat een verlaging van alle tarieven in de inkomstenbelasting met 1 procent (kosten: ruim 2 miljard gulden) kan leiden tot 20.000 minder werklozen. Opnieuw een groot effect van lagere belastingen.

Voor wat betreft de CAO's pleit Planbureau-directeur Zalm moedig voor het loslaten van de algemeen verbindendverklaring van de loonschalen, zodat collectieve afspraken alleen verplicht blijven voor de pensioenpremie en het scholingsfonds. Anderzijds stelt hij de effecten van zo'n verbetering in de economische structuur op nul. Maar ook nul kan een willekeurig en vertekend cijfer zijn. Is het echt zo extreem om te hopen dat Nederland in de komende kabinetsperiode door meer vrijheid een deel kan inhalen van de opgelopen achterstand in economische welvaart op landen als Frankrijk, West-Duitsland en Denemarken? Als wij snel kunnen afglijden in de Europese rangorde - en dat is gebeurd in de jaren zeventig en tachtig - moet het toch ook mogelijk zijn om ten minste een deel van die achterstand in hetzelfde tempo weer goed te maken, en zelfs een voorzichtige prognose laat zien dat er dan onmiddellijk genoeg geld is voor het indexeren van de AOW en de minima tegen inflatie.

Het behoedzame scenario heeft zijn doel, de politici aan te sporen tot zuinigheid, boven verwachting bereikt. Maar in combinatie met de bizarre veronderstelling van het Planbureau dat lagere belastingen pas na tien jaar enig positief effect sorteren werkt het nu verlammend voor het politieke debat. Er is toch iets ernstig mis wanneer zelfs de VVD niet meer durft voor te stellen om het gehate toptarief te verlagen tot vijftig procent. En het is toch onlogisch dat PvdA-leider Kok voor het eerst in zijn leven spreekt over lagere belastingen, maar niets durft te zeggen over de gunstige gevolgen voor de economische groei. Dat is conservatisme tot in het absurde. Laten we liever onmiddellijk beginnen met vrijere CAO's en lagere belastingen voor iedereen in de verwachting dat de gunstige effecten - net als overal elders ter wereld - snel arriveren. Dan is het, onvoorziene rampen daargelaten, prima mogelijk om AOW en uitkeringen fatsoenlijk te compenseren voor inflatie.

    • E.J. Bomhoff