Democratie wint in Zuid-Afrika; Centrum neemt horden door splitsing van conservatieven

NESBURG, 14 MAART. Bophuthatswana hoort weer bij Zuid-Afrika, de conservatieve Vrijheidsalliantie is uit elkaar gespeeld en de eenheid onder rechtse blanken is voorbij. Zo heeft het politieke centrum - de regering van president De Klerk en het ANC van voorzitter Mandela - na een crisis van een paar dagen weer enige horden op de weg naar de verkiezingen van eind april genomen. De krachten in de Zuidafrikaanse politiek die de democratie willen tegenhouden of afremmen, hebben onmiskenbaar een nederlaag geleden.

Lucas Mangope, president van het zwarte thuisland dat zich niet wilde aansluiten bij het nieuwe Zuid-Afrika, maakte de klassieke val van de dictator die te weinig uit het raam van het paleis naar de wereld buiten heeft gekeken. Zelfs de hulp van het gewapend ongeregeld van blank rechts kon hem niet helpen. Mangope leek zich vrijdag na een volksopstand van een week over te geven. Hij kon niet meer rekenen op de loyaliteit van de politie en een deel van het leger, nadat hij eerder al de steun van zijn ambtenaren had verloren. Hij zou alsnog deelnemen aan de verkiezingen. Zonder dat iemand het wist bleek hij daartoe al zijn Noordwest Christen Democratische Partij te hebben ingeschreven.

Maar toen de voorzitter van de onafhankelijke verkiezingscommissie, rechter Johan Krieger, vervolgens naar Mangope toog om vrije verkiezingen in Bophuthatswana te bespreken, kwam de president terug op de voorwaarden die de Zuidafrikaanse regering hem vrijdag onder sterke druk had opgelegd. Mangope wilde geen garanties geven voor de organisatie van verkiezingen in zijn 'onafhankelijke' thuisland voor de Tswana-bevolkingsgroep. De Klerk, die aanvankelijk de regering-Mangope tot de verkiezingen overeind wilde houden, was naar verluidt woedend en vond dat het genoeg was. De Zuidafrikaanse regering besloot in samenwerking met de Uitvoerende Overgangsraad het bestuur over Bophuthatswana over te nemen. Troepen van het Zuidafrikaanse leger herstelden in samenwerking met hun collega's van Bophuthatswana de orde. Mangope kon voorgoed naar zijn boerderij.

De Zuidafrikaanse ambassadeur Van der Walt - Zuid-Afrika erkende als enig land Bophuthatswana als buitenland en had dus volgens de logica van de 'grote apartheid' een diplomatieke vertegenwoordiging in Mmabatho - werd benoemd tot administrateur. Hij wilde het gisteravond geen coup noemen, maar feitelijk is Bophuthatswana geannexeerd. Het model-thuisland - het enige van de vier “onafhankelijke” gebieden dat dank zij de winsten van casino's en platinamijnen enige economische ontwikkeling tot stand wist te brengen - bestaat niet meer. Hendrik Verwoerds ideaal van de 'afzonderlijke ontwikkeling' van etnische groepen in Zuid-Afrika is begraven. Mangope moet de afgelopen dagen hebben gevoeld dat de geschiedenis zich tegen hem heeft gekeerd. Ongetwijfeld heeft hij teruggedacht aan woensdag 10 februari 1988. Zuidafrikaanse troepen schoten hem toen te hulp en onderdrukten een coup tegen zijn bewind. “Wij, Zuid-Afrika en Bophuthatswana, beloven dat we trouw aan elkaar zullen blijven”, had president Botha gezegd. Botha wenste Mangope zelfs een goede nachtrust: “Ga vredig slapen, in de wetenschap dat uw vrienden aan uw kant staan.” De loyaliteiten in het tijdperk van na de apartheid zijn snel verschoven.

Voor de rechtse blanken was de vernedering compleet. De militaire aanwezigheid van de nazi-achtige Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB) in het thuisland, bedoeld om een zwarte conservatieve bondgenoot op de been te houden, liep uit op een fiasco. De AWB'ers bleken ongewenste gasten en moesten zich halsoverkop terugtrekken in een stoet van jeeps, open bakkies en Mercedessen. Onderweg ontstonden vuurgevechten met het leger van Bophuthatswana, waarbij vijf AWB'ers sneuvelden. Twee van hen, gewond en ongewapend, werden geëxecuteerd door een zwarte soldaat van Bophuthatswana, die nota bene werd geacht aan hun kant te staan. Uiteindelijk besloot Mangope met weinig dank voor de bewezen diensten ook nog mee te doen aan de verkiezingen.

De crisis in Bophuthatswana bezegelde de scheiding tussen de vuurvreters en rationeel-rechts, die al enige tijd onafwendbaar in de lucht hing. Het betekent het einde van het Afrikaner Volksfront als brede organisatie, die bijna een jaar lang parlementaire (Konservatieve Partij) en para-militaire organisaties (AWB) aaneensmeedde. Oud-generaal Constand Viljoen trad zaterdag af als leider van het Volksfront. Hij wil het ideaal van een blank thuisland (de 'volksstaat') via de stembus verder propageren. Viljoen kreeg al zeven parlementariërs van de KP met zich mee, en mogelijk zullen er meer volgen. In de traditie dat rechtse broedertwisten weinig fijnzinnig eindigen, noemde de Afrikaner Weerstandsbeweging Viljoen “een politieke judas”. Viljoen had verklaard dat hij na het debâcle in Bophuthatswana niets meer met de AWB te maken wilde hebben.

Viljoen bracht vorig jaar met drie andere oud-generaals strategisch vernuft binnen in de rechtse gelederen. Zijn autoriteit als militair die zichzelf in de Angolese bush-oorlog had bewezen, deed velen vrezen dat rechts nu niet alleen een gewapend conflict kon organiseren, maar bovendien het Zuidafrikaanse leger zou kunnen splijten. Doordat de generaals nu kiezen voor de politieke weg, en rechtse politici achterblijven met een schimmige 'militaire' optie, lijkt dat gevaar geweken. Viljoen kan bovendien bij de stembus de stem van de conservatieve middenklasse trekken, die anders ten prooi zou kunnen vallen aan buitenparlementaire onbezonnenheid.

Dat sluit ondoordachte daden van rechts, zoals een gewapende guerrillastrijd voor een volksstaat, nog steeds niet uit. Televisiebeelden van neergeschoten kameraden kunnen wraakgevoelens opwekken. Maar het optreden in Bophuthatswana zal bij veel AWB'ers met vrouw, kinderen en hypotheek ook tot ontnuchtering leiden. Zonder te weten waar ze heen gingen, werden velen door hun leiders in een cowboy-achtig avontuur gestort, zonder een duidelijke militaire strategie. Hun mythisch geloof in onoverwinnelijkheid, daterend uit de tijd dat de blanke Voortrekkers met gemak zwarten met speren konden neerschieten, kreeg een knauw toen ze op het tv-nieuws zagen hoe een zwarte soldaat Alwyn Wolfaardt en Fanie Uys doodschoot. Rechtse leiders praten gemakkelijk en vol vuur over een burgeroorlog. Vrijdag kregen hun aanhangers er een glimp van te zien, en het kan hun niet meegevallen zijn.

Door de deelneming van Bophuthatswana en een belangrijk deel van blank rechts aan de verkiezingen is er van de Vrijheidsalliantie, het losse onderhandelingsbondgenootschap van conservatieve zwarte en blanke partijen, weinig meer over. Alleen Inkatha-leider Buthelezi blijft buiten de verkiezingen. Hij diende vrijdagavond bij het sluiten van de termijn geen kandidatenlijst in, waardoor Inkatha van de stembrieven is geschrapt. Het lijkt erop dat Inkatha campagne gaat voeren voor een boycot van de verkiezingen en tegelijk via de weg van internationale bemiddeling verbetering van de grondwet hoopt te bereiken. In de eerste euforie over de nederlaag van Mangope klonk binnen het ANC al: “En nu KwaZulu nog.” Het thuisland der Zoeloes in Natal, geregeerd door Buthelezi, blijft over als de belangrijkste hindernis voor de verkiezingen. Maar in tegenstelling tot Mangope heeft Buthelezi wel een aanhang van betekenis. Zijn bondgenootschap met de invloedrijke koning der Zoeloes, Goodwill Zwelithini, verzekert hem bovendien van een bredere aanhang dan waarop zijn Inkatha-partij alleen kan rekenen. Het lijkt dan ook ondenkbaar dat na Bophuthatswana KwaZulu aan de beurt is, al zullen ook daar de ambtenaren en politiemannen peinzen over hun toekomst.

    • Peter ter Horst