CDA wil meer samenhang in milieuplannen

DEN HAAG, 14 MAART. Het CDA wil dat er minder milieuplannen verschijnen. De partij zal dit bij de kabinetsformatie aan de orde stellen. Dat zei de CDA-fractie vanmorgen bij de behandeling door de Tweede Kamer van het Nationaal Milieubeleidsplan 2 (NMP2).

Volgens het CDA-Kamerlid Esselink zijn er nu “te grote stapels in en over elkaar buitelende plannen.” Hierdoor zou de samenleving voortdurend “onnodig op tilt slaan.” Het CDA wil “soberder, directer geformuleerde en waar mogelijk in elkaar geschoven plannen.” Het NMP mag van het CDA blijven, maar zou net als alle andere milieuplannen in de toekomst meer moeten uitgaan van wat de samenleving aankan, dan van tot in details uitgewerkte doelen.

Ook vindt het CDA dat er op dit moment te veel wordt vergaderd over het milieu. “Veel ambtelijke energie gaat zitten in overleg en informatievoorziening over en weer: tussen departementen, binnen departementen en tussen de verschillende overheden.” De partij bepleit daarom “een vergaande afslanking” van de uitvoeringsorganisatie op alle overheidsniveaus, “te beginnen bij het rijk zelf.”

Het NMP2 verscheen vorig jaar december en is in feite een uitwerking van het NMP1 (1989) en het NMP Plus (1990). Nieuwe doelstellingen staan er niet in. Belangrijkste punten zijn de invoering van een energieheffing voor kleingebruikers in 1995 en een aantal maatregelen om de automobiliteit te beperken.

PvdA en CDA vinden beide dat er meer moet worden gedaan aan de beperking van de automobiliteit. Een verhoging van accijns en motorrijtuigenbelasting en de invoering van een spitsvignet achten zij onvoldoende. De twee partijen vroegen het kabinet vanmorgen om een nota met daarin aanvullende maatregelen. Behalve de VVD zijn alle partijen in de Tweede Kamer voorstander van de invoering van een energieheffing voor kleingebruikers.

VVD, D66, GroenLinks en de kleine rechtse partijen zouden vanmiddag aan het woord komen. Namens het kabinet nemen aan het debat deel de ministers Alders (milieubeheer), Maij-Weggen (verkeer en waterstaat), Andriessen (economische zaken) en Bukman (landbouw).