Bill van Dijk haalt als spotgeest en tragische held het onderste uit de kan; Cyrano op Broadway-formaat in Carré

Voorstelling: Cyrano, musical van Koen en Ad van Dijk. Spel: Bill van Dijk, Ryan van den Akker, Danny de Munk, e.a. Decor: Paul Gallis. Kostuums: Yan Tax. Orkest o.l.v. Constantine Kitsopoulos. Regie: Eddy Habbema. Gezien: 13/3 in theater Carré, Amsterdam. Aldaar t/m 31/8.

Cyrano, de vaardige musicalbewerking van de negentiende-eeuwse liefdestragedie van Edmond Rostand, is terug in Nederland. Terwijl op Broadway de titelrol is overgenomen door de bekende acteur Robert Guillaume - en de kaartverkoop daardoor een hoognodige opgaande lijn vertoont - staat Bill van Dijk sinds gisteravond de rol van zijn leven weer op eigen bodem te spelen. De nieuwe Nederlandse produktie gaat, in tegenstelling tot de oerversie van anderhalf jaar geleden, niet op tournee. Daardoor is het mogelijk de musical nu ook hier, met een tot 27 man uitgebreid ensemble en een vergroot orkest van 19 musici, op Broadway-formaat te spelen.

Bill van Dijk was tijdens die eerste Nederlandse tournee een man met een behoorlijke musical-reputatie, maar geen ster. Nu hij ruim honderd Broadway-voorstellingen achter de rug heeft, is zijn status veranderd. Al bij voorbaat was, in opdracht van producent Joop van den Ende, voorzien in een korte pauze bij de eerste opkomst van Cyrano: er zou immers ongetwijfeld een open doekje komen. Dat kwam, gisteravond - en het zal naar alle waarschijnlijkheid de komende 150 voorstellingen geen avond ontbreken. Van Dijk is, met het drama in zijn stem en de gewetensnood op zijn gezicht, het onbetwiste middelpunt van de show. Mede door zijn Amerikaanse ervaring, waar alles nu eenmaal veel meer is uitvergroot dan hier, haalt hij in gestiek en zang nu het onderste uit de kan. In drie uur verandert hij van een spotgeest in een tragische held, met ongebroken trots, maar gebroken hart.

Hadden de Amerikaanse critici met hun dédain voor deze vereenvoudigde Cyrano gelijk? Ik vind van niet. Ondanks enkele oneffenheden in het exposé vormen de zangteksten van Koen van Dijk een lyrische vertaling van het oorspronkelijke gesproken woord, die op de melodieuze muziek van Ad van Dijk de poëzie in stand houdt. Wie niettemin vindt dat een klassieke tekst zo'n bewerking niet zou mogen ondergaan, verzet zich in feite tegen de helft (zo niet meer) van het complete musical-repertoire, van My fair lady tot Les Misérables.

In de vergrote, Cinemascope-achtige toneelopening van Carré ontrolt zich een reeks tableaus die het drama op kernachtige wijze voortstuwen en met vanzelfsprekend vakmanschap werden geënsceneerd. Alles baadt bovendien weer in het feeërieke schuttersstukkenlicht van Reinier Tweebeeke, dat ook in New York een unaniem lovende pers kreeg. Het ensemble, met Ryan van den Akker als een porseleinen Roxane en de intens verliefde intonatie van Danny de Munk als Christian voorop, maakte op mij gisteravond de indruk nog niet op volle kracht te functioneren. Dictie en volume schoten hier en daar nog te kort om de betekenis van de woorden over de orkestbak te tillen, vooral nu daar de klank voller is geworden en de orkestratie theatraler.

Maar de brede streek van het meeslepende verhaal is alweer volop aanwezig. Epater le bourgeois? Jazeker, maar dat was destijds óók bij Rostand het doel waarnaar hij streefde.