Alleen Komrij schittert in Nacht van de Poëzie

UTRECHT, 14 MAART. Al om half vier gistermorgen, een half uur later dan was aangekondigd, was het gedaan met de veertiende Nacht van de Poëzie. De dichteres Gerry van der Linden had een reeks naïeve gedichten over de liefde en het verlangen voorgelezen en toen mochten de bezoekers van wat de kortste 'Nacht' aller tijden zou worden de kou in. Zo vroeg was nu ook weer niet de bedoeling geweest, gaf presentator Piet Piryns bij zijn afkondiging toe.

Het was zo langzamerhand traditie dat het jaarlijkse programma van dichters en 'entr'actes' in Muziekcentrum Vredenburg doorging tot de eerste zondagochtend treinen vanuit Utrecht vertrokken. Wat Piryns betrof mocht dat volgend jaar wel weer het geval zijn.

Het vroege einde was in zekere zin symptomatisch voor de hele Nacht. Alles verliep volgens plan. Voor het eerst waren alle aangekondigde dichters ook werkelijk gekomen. Er werd aandachtig geluisterd naar interessante dichters als Ter Balkt, Martin Reints en Mensje van Keulen, en ook de rest van het programma bood een keur aan beschaafd amusement. Maar dat werd ook de zwakte van de Nacht. Er waren minder verrasingen dan ooit. Er werden geen dichters weggefloten of teruggeroepen en, wat erger was, er waren maar weinigen die tussendoor op applaus werden onthaald. De enige die, terecht, ovaties oogstte was Gerrit Komrij die, op een toon alsof het niet anders kon, voorlas uit zijn deze week verschenen verzamelbundel Alle gedichten tot gisteren. Zo kan poëzie dus ook zijn: scherp, doordacht en inhoudsrijk, en tegelijk goed in het gehoor liggend.

Afgezien van enkele nogal tegenvallende debutanten was een nieuw onderdeel dit keer dat er werk van dichters werd voorgelezen door andere dichters. Maar vooral bij de deze week twintig jaar geleden overleden Chris van Geel bleek dat niet goed te werken, omdat het geaffecteerde stemgeluid van Therèse Cornips niet goed paste bij Van Geels gedichten.In de categorie entr'acts was het meest spectaculaire een optreden van de elektronisch versterkte Belgische bariton Guido Naessens die liederen zong van de Vlaamse cartoonist Kamagurka. Kwam het door het vlakke programma tot op dat moment, of was het echt geniaal wat hier om drie uur 's nachts gebeurde? Het lied Twee Secondenman was wat mij betreft in ieder geval overrompelend, met de macabere regels Ik ben de Twee-secondenman. Ik leef al één seconde lang, en het moedig slot Twee seconden lang, Van de dood ben ik niet bang.

Het zou goed zijn als de Nacht zich na deze vlakke aflevering eens duchtig op zijn formule bezint. Waarom is alles zo vrijblijvend geworden? Waren er geen betere debutanten? Waren er geen veteranen die net een mooie bundel hebben gepubliceerd, Arie van den Berg misschien, of Frank Koenegracht? En waarom was de nieuwe P.C.Hooftprijswinnaar J. Bernlef er niet om te laten horen wat volgens de officiële letterheren de beste poëzie van dit moment is?

    • Reinjan Mulder