TV-geweld is als icoon obsceen

'Who has killed, has to be killed', met dit ferme aforisme rondde een Amerikaanse tiener zijn argumentatie af. Het klassegesprek op een particuliere school op Long Island ging over de vraag of de doodstraf kon gelden als een vorm van 'cruel and unsual punishment' die door de Constitution uitdrukkelijk ontoelaatbaar wordt verklaard.

De Nederlandse bezoeker nam lichtelijk verbijsterd deel aan het debat. Zijn bijdragen aan de discussie stuitten op louter onbegrip: Nederland had in 1861 voor het laatst iemand terechtgesteld. Al in 1870 werd de doodstraf officieel afgeschaft. Zelfs in het militair strafrecht kwam de 'capital punishment' niet meer voor. Rare lui die Hollanders, hoor, zag je de scholieren denken. Ze haakten helemaal af toen de man met zijn rare accent onbeholpen probeerde duidelijk te maken dat een overheid die zichzelf het recht op extreem geweld toekent, buitensporige bruutheid legitimeert.

De lerares probeerde hem nog te helpen: zij had zich in Nederland weldadig veilig gevoeld. De enige handicap bij het joggen door Nijmegen was de plethora of dog droppings geweest! De leerlingen moesten beseffen dat een Amerikaan vijf keer zoveel kans maakte vermoord te worden als een Nederlander. De doodstraf bespaart de gemeenschap helemaal geen geld. De onderhoudskosten van een met levenslang gestrafte blijven ver onder de 1 miljoen dollar die de volledige rechtsgang kost in het geval van een executie. Hierbij diende bedacht te worden dat maar één op de achttien doodvonnissen werkelijk ten uitvoer werd gelegd. De leerlingen waren echter onvermurwbaar in hun overtuiging dat van de doodstraf een heilzame uitwerking uit ging: vergelding was een heilig principe.

De discussie was voor hen meer dan abstract. Enkele weken tevoren had iemand in een trein van de Long Island Rail Road twee magazijnen leeggeschoten op de passagiers en daarbij zes mensen gedood. Hoe goed zou het niet geweest zijn, meenden de jeugdige Amerikanen, als een andere treinreiziger zijn gun bij zich had gehad om de amokmaker tot de orde te roepen. Bij een vriendje van mijn gastvrouw slingerden diverse revolvers in huis. Ze had haar zoontje verboden ooit te gaan spelen bij die familie, die duidelijk boven het Amerikaanse gemiddelde van een vuurwapen per persoon zit.

Opnieuw ontdekte ik dat de school de microkosmos van een cultuur is. Het Amerikaanse geweldssyndroom kreeg gestalte in deze alleraardigste kinderen. Een echte doorsnee van de Amerikaanse samenleving vormen ze zeker niet, maar wel zijn ze illustratief voor een bepaald segment van de Great Society. Hun ouders betalen elfduizend dollar per jaar aan schoolgeld. De klassen bestaan uit gemiddeld tien personen, die stuk voor stuk aanspraak maken op persoonlijke aandacht. De heersende overtuiging dat kleine klassen de kwaliteit van de opvoeding ten goede komen, behoeft toch wel restrictie: het zou voor een aantal van de verwende krengetjes goed zijn als ze 'gedisciplineerd' werd in een volle bak van dertig leeftijdgenootjes.

In hun ogen behoren leraren tot het personeel dat hun het leven aangenaam maakt. Onlangs, bij een trektocht, hadden leerlingen gevraagd wat ze eigenlijk met de vuile borden aan moesten. Wellicht zou afwassen een uitweg bieden, suggereerden de begeleidende docenten. Ze konden natuurlijk ook de volgende dag het besmeurde bord hergebruiken. Met grote weerzin hadden ze voor de eerste optie gekozen.

Misschien dat deze over het paard getilde Amerikaantjes extra gevoelig zijn voor bedreigingen van lijf en goed. Maar hun goede manieren maakten de vreselijke dingen die ze welbespraakt formuleerden, extra schrijnend. De bevoorrechte, geciviliseerde vertegenwoordigers van de Nieuwe Wereld maakten pijnlijk duidelijk hoezeer geweld intrinsiek onderdeel is van hun cultuur.

De losgemaakte elementen van deze violent society komen tegenwoordig over de oceaan aanvliegen in de vorm van films, video's en computerspelletjes. Landgenootjes kunnen zich nu verpozen met het virtueel uitrukken van het hart van hun tegenstander of het onthoofden van de vijand. Heeft dit vermaak een weldadig of een gewelddadig effect? Wiegman (Twente) en Goldstein (Utrecht) bestrijden de bagatelliserende opvatting dat zulke spelletjes agressieve neigingen ontladen; speciaal jongens blijken na afloop opgewondener met elkaar om te gaan. Of 'nintendoën' blijvend het gedrag beïnvloedt, is echter een kwestie van speculatie.

Gezien de influx van Amerikaanse films met vermakelijk geweld is het overbodig in de VS naar de tv te kijken. Maar één serie mocht ik van mijn gastvrouw niet missen. Het bijzondere bestaat erin dat de Newyorkse topcop af en toe wordt getoond in intieme omhelzing met een attractieve politie-agente. De zichtbare borst- en bilpartijen zijn van een ingetogenheid die in het Europa van de jaren zestig al als saai zou zijn ervaren. RTL-plus gaat heel wat verder met zijn blote gehops in de nacht van zaterdag op zondag, wanneer de Duitser tot procreatie wordt gestimuleerd zonder de Arbeidsleistung in gevaar te brengen. In de Amerikaanse film vond deze Europeaan alleen de beelden van de schietpartijen smerig. Geen detail wordt gespaard. Geef mij dan maar der Alte of Derrick, waarin de voor de plot noodzakelijke moord discreet wordt aangeduid door de vaste ZDF-lijkkist die door het beeld wordt gedragen.

Culturen maken hun karakter duidelijk in hun artefacten. Als icoon van de Romeinse bruutheid staat het Colosseum tegenover het Atheense Dionysostheater (waar overigens gladiatoren op leven en dood hebben gevochten). De hedendaagse beschaving drukt zich vooral uit in bewegende beelden. Misschien is het bezwaar tegen bruutheid in Amerikaanse films en computerspelletjes uiteindelijk meer esthetisch dan ethisch. In die zin is excessief geweld op het scherm obsceen.

    • Anton van Hooff