Tonnentandem uit balans (1)

Een zelfstandig organisatie-adviseur en zijn even vrije vrouw, in public relations/communicatie, vormen privé en zakelijk een hecht koppel, als fietsers op een tandem. Wanneer zíj een paar maanden eens wat anders wil doen, trapt híj extra stevig door en andersom. Zit hij op het voorste zadel?

Liefst willen ze allebei afstappen om de rest van het peloton een poosje vanuit de berm te bekijken en boeken te schrijven. Boeken? Er zijn al zoveel boeken, zegt de huis-tuin-en-keuken financiële planner, die zichzelf uitnodigde om eens te komen praten over geld. Het tweetal houdt voet bij stuk, licht geïrriteerd. Waar bemoeit zo'n man zich mee? Hij zit ook al te wijsneuzen over het aangeboden kopje espresso-koffie.

Dit verlangen moet de planner respecteren, hoewel hij intussen piekert. Het paar bewoont een hooggelegen huurflat. Weliswaar niet hoog genoeg om al piloten van gezicht kennen, maar toch verlies je er het contact met de werkelijkheid. Onlangs hebben ze, zonder hypotheek, voor anderhalve ton (buitenkansje) een boerderij in Oost-Groningen gekocht. Om rustig te werken. Zijn ze liever daar dan in de woon/werkflat? Zorgen de boeken voor de ideale combinatie van rust en zaken? Kan.

En hoe zit het met de oude dag? Werken tot 60, 65 jaar? Geen mening. Nog 25 jaar voor de boeg! Bij vlagen iets aan gedaan. Hij heeft een pensioentje uit een baan van anderhalf jaar. Het bewijs zit in de map met officiële waardepapieren. Gekopieerd en afschriften elders opgeborgen? Nee, wie doet dat nou?

Ooit een koopsompolis bij een bank afgesloten. Bij overlijden volgt restitutie van de koopsom. Dan gaat de map verder open: 50 duizend betaald aan Vie d'Or. De fiscus deelt voor de helft mee in de smart. Twee keer een fiscale oudedagsreserve (for) gevormd en afgebroken. Zij heeft een polis, op aandelen, die over 15 jaar 40 duizend gulden uitkeert, als de maatschappij een jaarlijks rendement van 10 procent weet te behalen.

De oude dag is slecht geregeld. Waarom? Het ontbreekt niet aan wil om het beter te doen. Misschien was men tot nu toe te druk met het heden en schortte het aan structurele continuïteit; een goede opzet van de zaken. Daarbij komt: je moet eerst geld verdienen om opzij te kunnen leggen of een verzekering af te sluiten. Niet-werknemers hebben het op dit punt vaak moeilijk. Daar zitten veel pensioenproblemen. Echte breuken, vergeleken met de spleetjes en breukjes van werknemers.

Man en vrouw hebben een roerig arbeidsverleden: eigen baas, in loondienst, maatschap, vennootschap onder firma, zelfstandig. Nu, na vijf jaar samenwerken in het vrije veld, zien beiden een toekomst, maar het vooruitzicht om 20 tot 25 jaar in dezelfde branches door te gaan lijkt hen verschrikkelijk saai. Wat dan? Weer die boeken, af en toe een half jaar er tussenuit, radio en tv doen, leuke dingen, een project kunnen weigeren.

De planner denkt wat moet ik hiermee. Mijn verhaal bestaat uit twee hoofdonderdelen: hoe snel en ook veilig moet het vermogen groeien om hun wensen te realiseren en hoe is de bescherming tegen allerlei gevaren en risico's. Reageer ik als meegaande therapeut òf als harde heelmeester? Het is hun leven.

Hij opent voorzichtig: 'Zo komen we niet verder. Jullie hebben voor tonnen opdrachten, leveren goed werk, willen niet altijd blijven adviseren, weten niet hoe lang je door blijft gaan en hebben slechts een banksaldo en de boerderij als vermogen'.

De man-die-het-goed-weet komt los: 'Zelfstandigen, die alles zelf moeten regelen, moeten een doel hebben, niet freewheelen, anders kan je niets plannen. Jullie praten als werknemers waar alles voor geregeld wordt'. De harde aanpak dus. Niet iedereen stelt die op prijs. Er kan nog net een kleintje koffie af.

'Dominee', zegt de vrouw, 'wij zijn niet zo zakelijk als jij, van die ondernemers, aanpakkers, overal-op-af-gaanders. We zijn tevreden'.

De planner zwicht. We nemen die leef-, woon- en werkwensen als uitgangspunt en beginnen met het pensioen. Stel de jaaromzet op 300 duizend gulden. Volgens de 50/30/20 vuistregel bedraagt het inkomen dan 50 procent of 150 duizend per jaar, 75 duizend per man, en het gezamenlijke pensioen (70 procent) 105 duizend in 2014 - pensioenleeftijd 60 jaar.

Daarvan komt 25 duizend uit AOW en 20 duizend (overgang 70 procent op langstlevende partner) uit Vie d'Or en bankpolis. Er gaapt dus een pensioenkloof van 60 duizend gulden per jaar, die het duo zelf moeten dichten. Zuinigheid en vlijt moeten daarom, in de komende jaren, in het ondernemingsplan staan. Bij een rente van 6 procent (in 2014) zou daarom een kapitaal (eigen beheer, geen lijfrente) van 750 duizend à een miljoen gevormd moeten zijn. Dat vraagt een reservering van ongeveer 33 duizend gulden per jaar, bij 4 procent cumulatieve rente. Het is slechts een ruwe benadering om de ernst en urgentie aan te geven.

(dinsdag verder)

    • Adriaan Hiele