Schavot voor een schrijfster; Een tweede Rushdie-affaire

De woning van de 31-jarige Bengaalse auteur Taslima Nasrin wordt door de politie bewaakt. Met haar succesvolle roman 'Schaamte' joeg ze radicale moslims zozeer tegen zich in het harnas dat ze voor haar leven vreest. Wankelt de traditie van religieuze tolerantie in Bangla Desh? Taslima Nasrin staat alleen; buiten klinken de spreekkoren. Een doodvonnis in Dhaka.

'Lajja' zal in april bij Penguin verschijnen. Uitgeverij Biddyaprakash, Dacca, bracht eerder de bundel 'Light up at midnight' uit.

Met grote snelheid rijden we door de duistere straten van de Bengaalse hoofdstad Dhaka. Als we even stilstaan voor een kruispunt, volgt Taslima Nasrin het gedrag van de voorbijgangers nauwlettend. 'Ik draag de chauffeur altijd op hard te rijden en kleine straatjes te vermijden waar je makkelijk komt vast te zitten'', zegt de 31-jarige schrijfster. 'Er hoeft maar één fundamentalist tussen te zitten die me herkent en ik kan er zijn geweest.''

Sinds vorige herfst leidt Nasrin het bestaan van een vogelvrije. Een groepje fundamentalisten uit het noorden van Bangladesh, Soldaten van de Islam genaamd, vaardigde eind september een fatwa tegen haar uit. Haar korte roman Lajja (Schaamte), waarin ze de agressie van moslims tegen hindoes beschrijft, kon in hun ogen geen genade vinden. Wie de schrijfster uit de weg zou ruimen, kon wat hen betreft rekenen op een beloning van 50.000 taka (2.500 gulden). De Bengaalse variant van de Rushdie-affaire was een feit.

Lajja schetst de lotgevallen van een hindoe-familie uit Dhaka in december 1992 na de verwoesting van de eeuwenoude Babri-moskee in het Indiase Ayodhya door fanatieke hindoes. Die moskee zou op de geboorteplaats hebben gestaan van de hindoe-god Ram. In Bangladesh koelden woedende moslims vervolgens weer hun woede op de hindoe-minderheid in hun land.

De hoofdpersoon in Lajja, de 35-jarige natuurkundige Suranjan, staat machteloos wanneer zijn jongere zus Maya door moslim-jongens wordt verkracht. Maya verdwijnt en alles wijst erop dat ze is vermoord. Suranjan, die tot dan actief was in de communistische beweging en niets gaf om godsdienstige tegenstellingen, houdt er een intense haat jegens moslims aan over. Met zijn ouders besluit hij aan het einde van het boek naar India te vluchten.

Slechts weinigen in Bangladesh namen het op voor de auteur die dit allemaal opschreef. Velen, inclusief de Bengaalse regering, wuifden de fatwa tegen Nasrin laconiek weg. Betrof het immers niet een obscuur groepje fundamentalisten? Had de belangrijkste fundamentalistische groepering Jamaat-e-Islami zich niet onthouden van openlijke steun aan de fatwa. Kon het land niet bogen op een traditie van religieuze tolerantie? Anderen ontkenden vierkant het bestaan van de fatwa.

Opgehangen

Het waren woorden die Nasrin allerminst gerust stelden. 'De fundamentalisten zijn gevaarlijk'', zegt ze in haar modern ingerichte flat in Dhaka. 'Met een beroep op hun godsdienst zijn ze tot alles in staat. Zo zijn er de laatste jaren in Bangladesh al heel wat vrouwen en ook dissidente studenten vermoord. Vorig jaar nog werden er drie vrouwen gedood door steniging nadat er een fatwa tegen hen was uitgesproken wegens vermeend overspel.''

Een fatwa is een decreet dat is uitgevaardigd door een religieuze autoriteit. Dat kan een vooraanstaand geestelijke zijn als wijlen ayatollah Khomeiny, maar ook een plaatselijke mullah. In sommige gevallen betreft het een doodvonnis, soms ook gaat het om minder drastische uitspraken.

Nasrins gemoedsrust werd in de maanden na de fatwa verder verstoord door enkele massale betogingen in Dhaka waarbij duizenden moslims eisten dat ze zou worden opgehangen of, als dat niet mogelijk was, toch ten minste doodgeschoten. Opnieuw glimlachte het Islamitische establishment vergoelijkend. Ach ja, het Bengaalse volk doet niets liever dan vurig demonstreren en de vreselijkste dreigementen uiten, om vervolgens naar huis te gaan zonder iemand een haar te krenken.

De regering van premier Khaleda Zia, die Lajja al een paar maanden na publikatie verbood omdat het godslasterlijk en opruiend zou zijn, besloot niettemin twee bewakers te posteren voor Nasrins woning in Dhaka. Een stap die volgens de schrijfster vooral is bedoeld om critici uit het buitenland de mond te snoeren. 'Is onze premier, Khaleda Zia, soms bevreesd het op te nemen tegen de fundamentalisten? Ziet ze niet in dat ze hen sterker maakt door toe te geven en dat de tijd zal aanbreken dat ze zich ook tegen haar zullen keren'', zo vroeg Nasrin zich af in een ingezonden stuk voor de New York Times.

Sinds vorige herfst zit Nasrin, een verlegen vrouw met een stevig postuur, een zachte stem en enigszins droevige bruine ogen, vooral thuis. Ze begeeft zich slechts per auto naar andere adressen. 'Ik wandel nooit meer op straat, hoeveel zin ik daarin ook heb. Het is te riskant.'' Het is een onaangename wending in de loopbaan van de schrijfster, die tot dusverre ruim een dozijn boeken op haar naam heeft staan. Verscheidene daarvan waren bestsellers en ook Lajja liep heel goed. Familie en vrienden hebben haar proberen over te halen voortaan over andere zaken te schrijven en radicale moslims niet meer tegen de haren in te strijken. Nasrin piekert daar niet over: 'Ik heb mijn opvattingen onder druk nooit herzien. Het gaat mij om de waarheid. Ik zal blijven schrijven wat ik denk. En als ze me daarom vermoorden, dan zij dat zo.''

Taal naar het hart van de kersverse voorzitter van het Internationaal Parlement van Schrijvers, Salman Rushdie, die zelf al vijf jaar zucht onder een fatwa wegens zijn boek 'De Duivelsverzen'. 'De scheppende geest verzet zich naar zijn diepste aard tegen grenzen en toegangsverboden, hij loochent het gezag van censoren en taboes'', schreef Rushdie bij de recente oprichting van het schrijversparlement.

Grief

De internationale media doopten Nasrin al snel de 'de vrouwelijke Rushdie'. Had zij immers niet net als Rushdie een boek met de titel 'Schaamte' geschreven? Volgens de schrijfster is dat 'toeval'' en ook verder vindt ze de vergelijking ongepast. 'Nee, ik ben Taslima. Hoewel ik Rushdie zeer bewonder, denk ik dat we niet zijn te vergelijken. Om te beginnen is Rushdie een groter schrijver dan ik, en anders dan hij schrijf ik vooral over het lot van de vrouw in de islamitische samenleving.'' Ze heeft geen rechtstreeks contact met haar beroemde lotgenoot, al heeft deze in zijn recente geschriften wel melding gemaakt van haar geval.

Slechts enkele tienduizenden in Bangladesh hebben de kans gehad Lajja te lezen voor het uit de handel werd genomen. Desondanks meten veel Bengalen zich een oordeel aan over het werk. Hun grootste grief is dat Taslima Nasrin een vertekend beeld geeft van de verhoudingen in het land. Ze roemen juist de onderlinge verdraagzaamheid en voelen zich daarin ver verheven boven het machtige buurland India. Dat land staat op gezette tijden in vuur en vlam wegens bloedige twisten tussen hindoes en moslims.

Bangladesh heeft inderdaad niet te lijden onder zoveel religieus geweld als India, maar in december 1992 werd de harmonie na 'Ayodhya' toch ruw verstoord. Bengaalse moslims vielen op grote schaal woningen, winkels en tempels van hindoes in Bangladesh aan. Veel hindoe-vrouwen werden verkracht. Zeker dertien mensen verloren het leven en 2.000 mensen, vooral hindoes, raakten gewond.

Nasrin was geschokt door deze golf van geweld en verwerkte de episode in Lajja. 'Ik heb het geschreven om te protesteren tegen de discriminatie van een minderheid'', zegt Nasrin in haar studeerkamer. 'Ik zie het als een taak voor schrijvers in de hele wereld om op te komen voor minderheden, of het nu gaat om ras, geloof of sekse.''

Volgens Nasrin maken dergelijke incidenten en de manier waarop de fundamentalisten zich tegen haar keerden - zonder dat de regering er duidelijk stelling tegen nam - deel uit van een verontrustende trend. Na de onafhankelijkheid van 1971 was Bangladesh aanvankelijk een volledig seculiere staat, maar in 1975 werd de grondwet gewijzigd en de islam verheven tot staatsgodsdienst.

'Dat druiste volledig in tegen de Bengaalse cultuur van de voorgaande duizend jaar, waarbij moslims en hindoes over het algemeen rustig naast elkaar leefden'', zegt Nasrin. 'De regering en de politieke partijen proberen nu op geforceerde wijze de islam aan het land op te leggen, maar wij hebben een totaal andere traditie dan bij voorbeeld Pakistan of Iran. De mensen zijn hier doorgaans niet erg tot godsdiensttwisten geneigd. Maar door politieke leiders, die bang zijn voor de fundamentalisten, worden ze daar nu toe aangezet.''

Wanneer Nasrin het heeft over 'Bengaals', dan doelt ze niet alleen op Bangladesh (letterlijk Land van Bengalen) maar ook op de Indiase deelstaat West-Bengalen. De Bengalen aan beide kanten van de grens staan bekend om hun vurige karakter, hun neiging bij het minste of geringste in staking te gaan of te demonstreren, maar ook om het hoge niveau van hun cultuur, in het bijzonder de literatuur. Calcutta, de hoofdstad van West-Bengalen, geldt nog steeds als het culturele middelpunt van India. Zowel Bangladesh als West-Bengalen dweept met de Bengaalse schrijver Rabindranath Tagore, die in 1913 de Nobelprijs voor literatuur won.

Leugen

'Ik houd van Bangladesh en West-Bengalen'', zegt Nasrin. 'Ik probeer de barrière tussen de twee Bengalens zoveel mogelijk te slechten. We hebben dezelfde taal, dezelfde cultuur en dezelfde levenswijze. De scheiding is onnatuurlijk. Velen hier beschuldigen mij van een pro-Indiase houding, maar het gaat mij alleen om Bengalen.''

Sommigen brandmerken haar als een agente van de radicale Indiase hindoe-partij BJP, die Taslima ongevraagd heeft geadopteerd als een bondgenote in haar strijd tegen de moslims. 'Ik vind het verdrietig dat de BJP mijn werk zo misbruikt. Ik heb namelijk een even grote hekel aan hindoe-fundamentalisme als aan moslim-fundamentalisme. Het is mijn plicht de werkelijkheid te beschrijven, daarbij kan ik me toch niet steeds afvragen wie mijn geschriften eventueel zou kunnen misbruiken?''

Op het ogenblik staat de regering van Bangladesh haar niet toe naar West-Bengalen in India te reizen. Uitgerekend toen ze vorig jaar naar Calcutta wilde reizen om een schrijverscongres bij te wonen, nam de regering haar paspoort in beslag. Bij het invullen van een formulier gaf ze schrijfster op als beroep. Een leugen, meende de regering, want ze is opgeleid als arts en werkte toen nog als zodanig. Aangezien ze geen permissie had aangevraagd bij haar medische superieuren voor de reis, mocht ze het land niet verlaten. Nog steeds zit ze zonder paspoort, al heeft ze de overheidsdienst intussen verlaten. 'Ik heb een proces aangespannen, dat binnenkort voor de rechter dient'', zegt ze.

Nasrin heeft al van jongsaf een onafhankelijke geest. 'Toen ik nog op school zat, las ik eens een boek, waarin werd uitgelegd dat de aarde om de zon draait. Aan mijn moeder vroeg ik hoe dat zat, en die zei: 'onzin, lees de Koran maar. Daarin staat dat de zon om de aarde draait'. Maar ik hechtte meer waarde aan dat wetenschappelijke boek.''

Al tijdens haar schooljaren kwam ze tot een inzicht, dat een ommekeer in haar leven zou betekenen. 'Ik ontdekte dat de islam en alle religieuze voorschriften uitsluitend door mannen waren vastgesteld. Vrouwen speelden daarbij geen enkele rol. Daarom besloot ik me van hun regels verder niets aan te trekken, en ik werd atheist.'' Dat ze zich hierdoor tot een 'outcast' maakte, nam ze voor lief. 'Vrouwen moeten zelfvertrouwen krijgen en onafhankelijk zijn'', verklaart ze met enige emotie in haar stem. Nasrin heeft zelf drie huwelijken achter de rug, in de conservatieve Bengaalse samenleving een zeldzaamheid.

Het lot van de vrouw gaat haar nauw aan het hart. 'Er is hier bij voorbeeld een wet die mannen toelaat om vier vrouwen te huwen. In geval van een scheiding krijgt de man bovendien in principe de kinderen toegewezen. Volgens ons erfrecht krijgen zoons twee keer zoveel als dochters. Maar het belangrijkste is misschien wel dat er sterke druk op vrouwen wordt uitgeoefend om zoveel mogelijk thuis te blijven of althans in hun dorpen.''

'Vrouwen worden hier slechts gebruikt als een seks-object. Alleen mannen worden serieus beschouwd als menselijke wezens, vrouwen niet. In mijn boeken probeer ik duidelijk te maken dat dat onzin is en dat vrouwen ook het recht hebben naar school te gaan, naar de universiteit of naar werk buitenshuis.''

Hoewel de regering van de vrouwelijke premier Khaleda Zia ('Zij is slechts een verlengstuk van haar vermoorde echtgenoot''), weinig heeft gedaan voor de verbetering van het lot van de Bengaalse vrouwen, ziet Nasrin toch enige veranderingen ten goede. In de sterk opkomende kledingindustrie werken bij voorbeeld veel vrouwen. 'Dat is goed, want economische vrijheid vormt de beste manier voor vrouwen om erkend te worden als volwaardige mensen.''

Nasrins boeken spreken vooral jongeren in de steden aan. Waarschijnlijk kan haar populariteit niet geheel los worden gezien van de seks die ze in haar boeken verwerkt, een onderwerp dat in Bangladesh grotendeels taboe is. Over de literaire waarde van haar werk, lopen de meningen uiteen. Sommigen waarderen de manier waarop ze in een krachtige stijl taboes doorbreekt, anderen vinden haar werk echter vulgair en puberaal.

Het avondlijke verkeerslawaai van Dhaka, dat tot nu toe bij vlagen door de open ramen naar binnen kwam, wordt plotseling overstemd door spreekkoren. We buigen ons uit het raam en zien in de diepte een betoging van een paar honderd opgewonden mensen voorbijtrekken. Waartegen of waarvoor ze protesteren, is niet duidelijk. Nasrin glimlacht en zegt: 'Er doen in elk geval minder mensen aan mee dan tijdens de demonstraties tegen mij.''