Prozac (1)

Beatrijs Ritsema volgt in haar bespreking van 'Listening to Prozac' (Boekenbijlage 5 maart) nagenoeg blindelings de bevindingen van de auteur, de Amerikaanse psychiater Peter Kramer. Is het de redactie niet bekend dat:

- twee onderzoekers die Kramer bedankt, erkennen een financiële relatie te hebben met de fabrikant, Eli Lilly?

- Eli Lilly in de VS achtereenvolgens op de markt bracht: heroïne, methadon, LSD, DES (verboden sinds 1971), Oraflex (tegen arthritis; na 10 weken en 61 doden van de markt gehaald)?

- ten minste twee wetenschappelijke publikaties waarschuwen tegen het gebruik van prozac (Journal of Clinical Psychiatry en The American Journal of Psychiatry)?

- Eli Lilly via haar PR-adviesbrueau Burson Marsteller (eerder ingehuurd door de Argentijnse generaals om hun image op te krikken) handige lobby-lijnen heeft lopen met de Food & Drug Administration, welke dienst goedkeuring verleent aan de verkoop van geneesmiddelen e.d.)?

- de redactie van de Wall Street Journal (met onder meer Time Magazine onderdeel van het WPP-concern) er ongenadig van langs kreeg van WPP-president Martin Sorrell, na het plaatsen van een kritisch artikel over prozac? En wel omdat Eli Lilly Sorrell gedreigd had terug te treden als adverteerder in Time en Wall Street Journal?

Dit staat allemaal nog geheel los van de ethische vraag of wij als weldenkende mensen onze toevlucht moeten nemen tot 'beschaafde toverpillen'. Dat is op de knieën gaan voor symptoombestrijding, weigeren het echte leven onder ogen te zien en aan te pakken, instemmen met het verder drogeren van de samenleving. Lopen er al niet genoeg synthetische persoonlijkheden rond?