Op zoek naar wat ons bindt

De in mijn ogen mooiste definitie van democratie is afkomstig van mijn man. Toen onze kinderen klein waren en in verkiezingstijd op school kennelijk beginnerslesjes hadden gekregen over stemmen en kiesrecht vroeg één van hen aan tafel: “Wat is democratie?” “Democratie”, zei mijn man, “dat is als we morgen gaan stemmen, dat dan wat mevrouw Van Dam stemt net zo belangrijk is als wat ik stem.” De kinderen keken hun vader aanvankelijk ongelovig aan, want ze kenden mevrouw Van Dam als een lieve, maar oliedomme dame. Het vergde dus enige nadere toelichting, maar de essentie van democratie was met dat eerste antwoord al wel tot hen doorgedrongen.

Ik moest er aan terugdenken toen ik vorige week in de Volkskrant een bijdrage las van een moeder van een 21-jarige mongoloïde jongen waarin zij vertelde hoe zij samen gingen stemmen. Haar zoon heeft stemrecht, omdat hij juist met het oog hierop niet onder curatele staat. “Hij kan lezen noch schrijven en is ook niet in staat zich mondeling in begrijpelijk Nederlands uit te drukken. Ik wijs hem waar hij met zijn rode potlood moet kleuren en verbiedt hem verder op het papier te krassen.” “Tja”, dacht ik, “en zijn stem weegt even zwaar als de mijne.”

Democratie is het mooiste politieke systeem dat er is, maar heeft zo haar mankementen.

Als natuurlijke uitvloeisels van het principe neem je die echter voor lief. Ik heb als het erop aan komt minder moeite met zulke nu-eenmaal-consequenties dan met het willens en wetens toekennen van kiesrecht aan achttienjarigen, van wie het merendeel - in tegenstelling tot bijvoorbeeld mevrouw Van Dam, die samen met haar man produktief werkte - nog geen enkele maatschappelijke bijdrage heeft geleverd. Dat zij als meerderjarigen baas zijn over hun eigen leven en naar de aard van hun leeftijdsfase ook zeer gericht zijn op de inrichting van hun individuele bestaan, wil volgens mij nog niet zeggen dat zij ook recht van spreken zouden moeten hebben in politiek-maatschappelijke kwesties. Een niet meer terug te draaien waan van de dag uit het verleden, maar wel een die heeft bijgedragen aan het verlies van aanzien van het stemrecht.

Dat alle handelingsbekwame Nederlandse burgers voor de kieswet gelijkwaardig zijn wil uiteraard niet zeggen dat hun wensen en belangen ook gelijk zijn. Integendeel, democratie is juist ontworpen als oplossing voor het gegeven dat er tussen groepen in de samenleving tegenstellingen bestaan in opvattingen en belangen. Religie, sekse, ras, talent, gezondheid, handicap, woonomgeving, wereldbeschouwing, intelligentie enzovoort maken dat ieder individu tegelijkertijd tot diverse groeperingen behoort waarvan de belangen elkaar kunnen overlappen. maar ook tegenstrijdig kunnen zijn. De dertigjarige als fabrieksarbeider werkloos geworden vader van drie kinderen in de provincie heeft een ander maatschappelijk ideaal voor ogen dan de eveneens dertigjarige homoseksueel die in Amsterdam centrum net zijn trendy boekwinkel heeft geopend. De zeventigjarige weduwe die dagelijks over een polderweg fietst naar haar vrijwilligsterswerk heeft behoefte aan een andere maatschappelijke ondersteuning dan haar even oude nicht die geplaagd door arthritis, in de grote stad nog steeds op een benedenhuis wacht. Op wat de ene groep als een ideale plek ziet voor een fitness centrum, heeft de andere in gedachten al een moskee gebouwd. Waar het denken van de ene groepering wordt beheerst door industriële expansie, draait bij de andere alles om behoud van de natuur.

Democratie is een remedie voor het gekrakeel van ideeën en belangen. Regering en parlement van een democratisch land zijn in zekere zin te zien als een door de burgers gekozen arbitragecommissie, een comité van vredestichters. Dat vergt van alle gekozenen op zijn minst drie dingen. In de eerste plaats is het nodig dat kiezers hun standpunten vertolkt horen worden door de vertegenwoordigers die zij hebben gekozen. Partijpolitiek gezien is dat echter eng. Door absolute uitspraken als 'hier staan we voor, punt uit' stoot men toekomstige, aarzelende kiezers af. Liever een en ander in het midden laten, enerzijds, anderzijds, nog nader te bezien, in redelijk overleg, de omstandigheden in aanmerking nemend. Bovendien is daar altijd ook nog de eigen politieke carrière die door al te ondubbelzinnige uitspraken in gevaar kan worden gebracht.

In de tweede plaats is het belangrijk dat men de tegenstellingen openlijk en gearticuleerd formuleert. Ik weet niet hoe dat vroeger was, maar ik bespeur nu een neiging tot verdoezeling. Uitspraken hebben een hoog in-wezen-willen-we-allemaal-hetzelfde-gehalte. En dat is niet waar. Veel beroep op gemeenschapszin, samen de schouders eronder, er hard tegenaan gaan en de kar over de brug trekken. En dat is misschien uiteindelijk wel nodig, maar niet dan nadat heel helder is gemaakt dat er verschillende karren en diverse bruggen zijn in de ogen van de burgers, en welke dan precies. Democratisch bestuur moet het hebben van koelbloedig rationalisme en moet zich liefst verre houden van het vage emotionalisme dat meer en meer het kenmerk wordt van politieke berichtgeving in de media.

Omdat men uiteindelijk tot overeenstemming moet komen, als compromis samen een nieuwe brug moet bouwen en eventueel ook een nieuwe kar, is het nodig dat men ondanks alle tegenstellingen enkele algemene fundamentele waarden als uitgangspunt accepteert. Niet alles kan relatief zijn, iets moet het democratische zaakje als bindend element bijeenhouden. Cultureel relativisme ondergraaft de democratie, omdat er dan geen basis is om tot echte consensus te komen.

Frits Bolkestein heeft onlangs in deze krant de mogelijkheid geopperd enkele fundamentele christelijke waarden weer op te nemen in het partijprogramma van de VVD. Ik zou er wel een paar kunnen noemen die uitstekend zouden kunnen dienen als bruggehoofd voor algemeen politiek beleid, want uit de documenten geschrapt of niet, ze vormen nog altijd de basis van het westerse gedachtengoed. Daarom begrepen mijn kinderen indertijd ook de definitie van democratie die hun vader hun gaf.

    • Rita Kohnstamm