Onze relatie voorbeeld voor Europa

De diplomatieke samenwerking tussen Nederland en Luxemburg kan een voorbeeld voor het Verenigd Europa zijn, aldus de Luxemburgse minister JACQUES POOS. Morgen herdenken de twee landen dat het op 1 april dertig jaar geleden is dat deze samenwerking in een verdrag werd vastgelegd.

LUXEMBURG, 12 MAART. Zoals gouverneur Alfons Verplaetse van de Nationale Bank van België niet alleen vecht voor de geloofwaardigheid van de Belgische munt, maar ook voor de hardheid van de Luxemburgse frank, zo behartigen Nederlandse diplomaten in grote delen van de wereld niet alleen de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden, maar ook die van het Groothertogdom Luxemburg.

Nederland heeft in 87 landen ambassades, Luxemburg slechts in 19 landen. Daarom treden in veel landen, vooral in Azië, het Midden-Oosten en Zuid- en Midden-Amerika, Nederlandse diplomaten ook op namens Luxemburg als dat zo uitkomt. Ze bereiden bezoeken voor van politieke en commerciële missies en op de Nederlandse ambassades kunnen Luxemburgse onderdanen terecht als ze om hulp verlegen zitten.

Een unieke vorm van diplomatieke samenwerking, die volgens de Luxemburgse minister van buitenlandse zaken, Jacques F. Poos, “een goed voorbeeld” zou zijn voor andere lidstaten van de Europese Unie om hun krachten te bundelen. Door het wegvallen van de Muur en de ontmanteling van de Sovjet-Unie zijn er alleen al in Europa de afgelopen jaren zo'n 20 nieuwe staten bijgekomen. Het openen van diplomatieke posten in al die landen, is erg duur. Daarom zouden vooral de kleinere en middelgrote lidstaten van de EU er verstandig aan doen om in de toekomst gezamenlijke vertegenwoordigingen te openen, aldus Poos.

De diplomatieke samenwerking tussen Luxemburg en Nederland gaat al terug naar de vorige eeuw toen Luxemburg na het Weens Congres een groothertogdom werd in personele unie met Nederland. Op 1 april is het dertig jaar geleden dat tussen de twee landen een officieel samenwerkingsverdrag werd gesloten. Om dat feit te vieren heeft minister Poos vandaag - samen met premier Santer (die ook minister van cultuur is) en in aanwezigheid van minister Kooijmans van buitenlandse zaken - in het Luxemburgse Musée National D'Art et d'Histoire een expositie geopend van Nederlandse en van Luxemburgse kunstenaars. Die tentoonstelling komt in mei naar ons land.

De wens van Poos dat het Luxemburgs-Nederlandse voorbeeld navolging krijgt, steekt nogal schril af bij de ontluisterende ervaringen die de minister eerder deze week in Brussel heeft opgedaan bij de uitbreidingsonderhandelingen van de EU. Zevenduizend ton kabeljauw lijkt de toetreding van Noorwegen te gaan blokkeren. En ook het lidmaatschap van Zweden, Finland en Oostenrijk loopt groot gevaar door de frontale aanval die Groot-Brittannië en Spanje hebben ingezet op de positie van met name de kleine lidstaten in de raad van ministers.

Tot woede van de meeste EU-lidstaten weigeren Londen en Madrid de drempel van de blokkerende minderheid op te hogen van 23 naar 27 stemmen. Met die harde opstelling leggen beide regeringen bij voorbaat een zware hypotheek op de intergouvermentele conferentie die in 1996 zal worden gehouden over de toekomstige structuur van de EU. Tijdens die conferentie moet de bestuurlijke samenhang van de EU zodanig worden versterkt, dat tegen het eind van dit decennium de volgende stap naar uitbreiding met landen uit Midden- en Oost-Europa zonder kleerscheuren kan worden gezet.

De 58-jarige Poos is duidelijk teleurgesteld. “Ik, niemand begrijpt de houding van Spanje en Groot-Brittannië om deze discussie uit te lokken, waarmee de huidige uitbreiding in gevaar wordt gebracht. Iedereen raadt naar de achterliggende overwegingen”, zegt hij. “Natuurlijk zal de Unie na de uitbreiding een andere geografische configuratie hebben. Het gewicht van Noord-Europa en het gewicht van Duitsland, door de aansluiting van Oostenrijk, zal worden versterkt. Maar dat is toch geen nieuw gegeven? Dat was anderhalf jaar geleden ook al bekend toen we op de Europese Top in Lissabon besloten dat de uitbreiding snel zou moeten plaatshebben en dat deze toetreding nog zou passen in de bestaande institutionele verhoudingen. De Spaanse premier en de Britse premier waren daar bij en zeiden 'ja'. Nu het aankomt op het zetten van een handtekening, zeggen ze opeens 'nee'. Daarmee laden ze een zware verantwoordelijkheid op zich. Maar ik geef de hoop nog niet op, dat deze crisis de komende dagen alsnog overwonnen kan worden.”

Staatsecretaris Piet Dankert zei deze week dat de discussie over de stemverhouding moet worden gevoerd op de intergouvermentele conferentie in 1996, waarbij dan alle institutionele veranderingen aan de orde moeten komen. “Daarmee wil ik niet zeggen dat Nederland in 1996 wel akkoord zal gaan met 23 stemmen”, aldus Dankert. Poos is het volstrekt eens met die opstelling. “Niemand heeft nu al een duidelijke blauwdruk” voor de toekomstige structuur van de Unie, zegt hij. Maar “iedereen is het er wel over eens dat de EU efficiënt moet blijven. En het fundamentele principe van de gelijkwaardigheid van de landen mag niet verdwijnen”, geeft Poos de Luxemburgse inzet aan. Zijn regering zit niet te wachten op een institutionele revolutie. Ook na 1996 blijft behoud van de nationale identiteit voor founding father Luxemburg van het verenigde Europa voorop staan.

Dat laatste houdt onder andere in dat het groothertogdom onverkort vasthoudt aan het hebben van een vertegenwoordiger in de Europese Commissie. De suggestie om bij verdere uitbreiding van de EU bijvoorbeeld één commissaris namens de Benelux te benoemen, om daarmee de omvang van de Europese Commissie enigszins in toom te houden, is voor de Luxemburgse regering onbespreekbaar. “Nee, nee, nee. Dat zou onaanvaardbaar zijn voor het Luxemburgse parlement. En ook voor het Nederlandse parlement. Zover zijn we nog niet met het federale Europa”, aldus Poos. Het vinden van een zinvolle werkverdeling binnen de Commissie is volgens hem “een probleem van de Commissie en niet van de lidstaten”.

Volgens Poos zal ook niet alleen moeten worden gesproken over het uitbreiden van de bevoegdheden van het Europese Parlement. “Ik ben er van overtuigd dat ook de nationale parlementen hun deel van de bevoegdheid in de Europese besluitvorming zullen opeisen. De rol van de nationale parlement op het Europese niveau is de laatste jaren alleen maar versterkt. De democratische legitimiteit van Europa heeft twee pijlers: één in Straatsburg en één in de nationale parlementen.”

Sprekend over de nationale identiteit komt onvermijdelijk de status van Luxemburg als financieel centrum ter sprake. Duitsland, dat deze zomer voorzitter wordt van de EU, heeft al laten doorschemeren dat het plannen zal indienen voor een Europese bronheffing op rente-inkomsten. Op die manier wil Bonn de kapitaalvlucht naar buurland Luxemburg indammen. Maar de Luxemburgse regering zal daaraan niet meewerken, kondigt Poos aan. Zo'n voorstel is “niet acceptabel” omdat daardoor een kapitaalvlucht op gang zou worden gezet, niet alleen vanuit Luxemburg maar vanuit uit de hele Europese Unie naar financiële centra buiten de gemeenschap. “Zolang alle gaten binnen de gemeenschap en daarbuiten niet zijn gedicht, zullen wij niet bewegen”, aldus Poos.

Hij kan dat gemakkelijk zeggen omdat besluitvorming over deze materie geschiedt op basis van unanimiteit en niet met (gekwalificeerde) meerderheid van stemmen. “We hebben dus geen blokkerende minderheid nodig. We hebben een veto. Maar we staan niet alleen hoor. De Britten voelen er ook niets voor. En andere landen, zoals Nederland ook niet.”

De econoom Poos is optimistisch dat de meerderheid van de EU-lidstaten in 1997 kunnen toetreden tot de derde fase van de economische en monetarie unie (EMU) en dat dan “de ecu de munt van Luxemburg zal zijn”. Toen afgelopen jaar de Belgische frank fors onderuit ging, waren er even geruchten dat Luxemburg de monetaire unie met België zou willen verbreken. Maar, zegt Poos, dat is “een catastrofale optie, waarover we niet serieus willen nadenken”. Hij gaat er vanuit dat België in 1997 gewoon met Luxemburg in staat zal zijn om toe te treden tot de EMU.

Het optimisme van Poos is nog eens versterkt door het bezoek van de Poolse minister van buitenlandse zaken, Andrzej Olechowski, deze week aan Luxemburg. In de VS is het economisch herstel al begonnen, maar ook in verschillende Oosteuropese landen. De economische groei in Polen bedraagt nu ongeveer 4 procent, zo heeft Olechowski verteld.

Dat biedt hoop. Poos rekent er op dat landen als Polen, Hongarije en Tsjechië nog voor de eeuwwisseling deel uitmaken van de Europese Unie. “We hebben geen alternatief. Als we 'nee' zeggen, zullen we hen terugwerpen in de chaos. Dan zullen wij er misschien verantwoordelijk voor zijn als in die landen het democratische regime omver wordt geworpen. Daarom moeten we 'ja' zeggen, en hebben we ook 'ja' gezegd. Alleen een precieze datum, die kunnen we nu nog niet geven”.