Niet alleen inkomsten, ook kosten stijgen bij ABN Amro

AMSTERDAM, 12 MAART. Scheidend ABN Amro-bestuursvoorzitter mr R. Hazelhoff sprak gisteren voor het laatst zijn haast klassiek geworden understatement: “We zijn niet ontevreden over het afgelopen jaar.” Zijn bank boekte vorig jaar ruim 20 procent meer winst. De beleggers keken naar ruim 15 procent meer winst per aandeel en gaven de cijfers een goed onthaal op de beurs.

Ook de klanten kunnen tevreden zijn: het geld is veilig. Het weerstandsvermogen van de bank is toegenomen. De heilige norm van de Bank der banken, de BIS-ratio, vereist dat er meer dan 8 procent eigen vermogen staat tegenover de riskantere activa. ABN Amro kwam in 1993 op een comfortabele 12 procent, bijna een procent meer dan vorig jaar.

Valt er met de enthousiaste beleggers en de tevreden klanten voor Hazelhoffs opvolger mr. P.J. Kalff nog eer te behalen? Jazeker, want de cijfers laten behalve een enorme toename van de inkomsten, ook een behoorlijke kostenstijging zien. Tegenover de 14,1 miljard gulden aan baten staan 9,4 miljard gulden aan bedrijfslasten. Die verhouding is ten opzichte van de 1,49 van 1992 licht verbeterd tot 1,51 maar nog ver af van de interne norm van 1,60. Om dat te halen zou Kalff 560 miljoen moeten bezuinigen.

Bezuinigen betekent vrijwel altijd arbeidsplaatsen schrappen en juist dat proces gaat bij ABN Amro steeds langzamer. Ter vergelijking: Rabo schrapte vorig jaar in Nederland 1.224 banen, ABN Amro 490. Ondanks de door Hazelhoff geroemde 'permanente efficiency-drive' stegen de personeelskosten bijna 12 procent. Uit die stijging blijkt dat ABN Amro goedkoop baliepersoneel 'wegsaneert', maar 'dure jongens' aantrekt. De winststijging is vooral gehaald door de dure mensen van het effectenbedrijf (zij boekten 26 procent meer resultaat), de 'dealmakers' in de effectenhandel (plus 165 procent) en de derivatenspecialisten (plus 172 procent). Zij weten goed voor zichzelf op te komen en bedingen salarissen met soms tonnen bonus. Veelal zijn het buitenlanders met hogere salarissen dan in Nederland: het bedrijfsresultaat steeg in het buitenland met bijna 48 procent tegen 12 procent hier.

Kalff zal zich behalve over de personeelskosten ook moeten buigen over de kosten van het betalingsverkeer. De bank legt per rekening 70 gulden toe: een jaarlijkse kostenpost van 210 miljoen gulden. Hazelhoffs enthousiaste betoog over het veranderende betaalgedrag kreeg daarmee iets tegenstrijdigs: kennelijk kunnen al die pinnende en flappentappende cliënten de schade niet beperken. Hogere tarieven voor cheques en betalingen voor contante stortingen kunnen op den duur niet uitblijven, aldus Hazelhoff.

Wanneer Kalff niet kan bezuinigen kan hij door middel van overnememingen proberen de winst op te voeren. 'Vader' Hazelhoff gaf 'zoon' Kalff gisteren echter duidelijke instructies mee voor een eventuele geliefde: de kandidaat moet minder dan half zo groot zijn als ABN Amro, een goed management en een goede kredietportefeuille hebben, bovendien voor een goede prijs te koop zijn en dan nog bij voorkeur uit Spanje, België of Frankrijk komen. Geen geringe eisen. Er is evenwel één troost voor Kalff: in de liefde volgen weinigen de suggesties van hun vader op.