Mens op vier poten

Elisabeth Marshall Thomas: Het verborgen leven van honden 130 blz., Prometheus 1994, vert. Marion Op den Camp e.a. (The Hidden Life of Dogs 1993), ƒ 24,90

Honden hebben een gedachtenwereld. Een bewustzijn. Ze worden verliefd, raken in depressies en ze kennen naast hun instincten ook een moraal. Een verliefde hond, een rouwende of anderszins depressieve hond - elke ervaren hondebezitter zal deze schijnbaar bij uitstek menselijke eigenschappen zonder aarzelen willen toeschrijven aan de hond. Maar heeft de grootste mensenvriend ook een geweten, een ethisch bewustzijn? Of gebruiken en misbruiken we in die visie de hond dan als drager van menselijke emoties en handelingen als trouw, bescherming tot elke prijs, het tot bloedens toe nastreven van een doel (al is het maar een tennisbal) en het weerstaan van elke verleiding?

'Dogs do have morals'', is de stellige overtuiging van Elisabeth Marshall Thomas. Deze Amerikaanse schrijfster en antropologe observeerde van zeer nabij het intieme leven van een groep honden, en schreef over haar waarnemingen het boek The Hidden Life of Dogs, dat met meer dan een half miljoen verkochte exemplaren maandenlang in de non-fictie toptien van de New York Times Book Review staat. Deze week verscheen de Nederlandse vertaling.

De grootste valkuil voor wie met liefde praat of schrijft over honden is het toeschrijven van menselijke trekjes aan deze speciale diersoort. Elisabeth Marshall Thomas betreedt al meteen op de eerste bladzijde die valkuil, bewust en fier. Honden kunnen denken en voelen, glimlachen, fantaseren. In de tien- of vijftienduizend jaar dat ze dichter dan welk ander dier ook in het gezelschap van de mens verkeren is hun psyche naar alle waarschijnlijkheid aangepast geraakt. Ontroerend is het verhaal over Violet, het mopshondje dat wegkwijnt en sterft van verdriet als haar geliefde maatje Bingo is overleden. Een rouwende hond, daar kun je je heel goed iets bij voorstellen. Dat gaat moeilijker bij een ander voorbeeld van vermenselijking dat de schrijfster geeft. Als haar man zijn bedelende hond zijn ijsje voorhoudt slokt het dier niet, zoals verwacht, in een keer het hele ijsje op, maar neemt net zo'n klein likje als hij zijn baas heeft zien doen. Om beurten likkend eten ze samen het ijsje op, en de baas krijgt het laatste stukje. Verbijsterend, zeker, maar of de hond nu werkelijk beleefde bescheidenheid toont? Je kunt eerder zeggen dat hij domweg zijn baas imiteert.

Moordaanslag

Thomas liet in totaal elf honden hun gang gaan in haar huishouden. De twee mopshonden, een paar husky's, en enkele nog wildere honden, Australische dingo's. Om antwoorden te vinden op de vraag Wat Wil de Hond (What's on a dog's mind) ging Thomas zo op in haar observaties dat ze haar husky's maandenlang achtervolgde en bespiedde op hun nachtelijke zwerftochten. Ze liet teven puppy's werpen op de plek die ze zelf kozen - haar eigen bed - en ze kroop in een burcht die de honden gezamenlijk in de tuin hadden gegraven, om bij ze te kunnen liggen en te voelen hoe zij zich voelden.

Wekenlang is ze bezeten door de eenvoudige vraag waarom reuen altijd hoger willen plassen dan de hond die eerder op die plek zijn poot optilde. Elders doet ze minutieus verslag van een koelbloedig beraamde en gezamenlijk uitgevoerde moordaanslag op een nest puppy's van een teefje dat lager in rang staat dan een andere zogende teef. Het lagere teefje aanvaardde het uitroeien van haar nest berustend. Van zulke verhalen krijgt een hondeliefhebber nooit genoeg. Hier voel je de verrukking deelgenoot te worden gemaakt van intens hondse leefregels.

Elisabeth Marshall Thomas heeft bovendien literaire kwaliteiten. De lezer wordt meegevoerd op een stroom observaties en anekdoten, verteld op een warme en toch praktische toon, niet academisch-lelijk of dweperig zoet maar even ongekunsteld als haar onderwerp. Over een geadopteerde, angstige husky: 'Het geluid van een voorwerp dat door de lucht zwiepte - een touw misschien, of een stok - deed Koki doodsbang ineenkrimpen, en dan drukte ze zich met omhoogstaande haren, klapperende tanden en schitterende ogen van angst tegen de grond. Hetzelfde gebeurde als ze een man horde praten met een drankstem. Hij hoefde niet dronken te zijn om haar de stuipen op het lijf te jagen; alleen al de aanduiding van drankgebruik was genoeg.''

Fraai is Thomas' vergelijking van puppy's die zich onderwerpen, roze buikjes naar boven: net gelovigen die opkijken naar hun God.

Het verborgen leven van honden is te lezen als een onvervalste love story. Dat verklaart ook de belangstelling van filmzijde voor het boek. Waar de schrijfster het toedichten aan honden van menselijke eigenschappen net iets te ver drijft, komt Walt Disney om de hoek kijken: een verfilming is al in de maak. De al te menselijke, zo niet bovenmenselijk mooie, hondstrouwe romance tussen de uiteraard prachtige husky Misha en het even goedgebouwde, moederlijke teefje Maria is aandoenlijk maar niet erg levensecht. 'Uit het verhaal van Misha en Maria blijkt, niet minder dan uit een menselijk liefdesverhaal, de evolutionaire waarde van romantische liefde. De kracht die Romeo en Julia dreef is niet minder hevig of belangrijk indien een ander wezen dan de mens erdoor wordt getroffen.'' Honden zijn uiterst sociale wezens. Het antwoord op 'What do dogs really want?' is volgens Thomas simpelweg: 'each other'. De schrijfster is inmiddels bezig aan een boek over katten.

    • Margot Engelen