Liefdesverdriet

Enkele weken nadat Honda in de media zijn tranen heeft gedroogd wegens het huwelijksbedrog van Rover meldt Grolsch dat het zijn belang in de Duitse bierbrouwer Wicküler vervangt door een alliantie met Brau und Brunnen. De twee gebeurtenissen verschillen nogal in sector en omvang maar zijn illustratief voor de stabiliteit van samenwerkingsverbanden.

Allianties houden in het algemeen op te bestaan zodra een van de partijen de indruk heeft niet meer met de best mogelijke partner in zee te zijn gegaan. Op papier lijken allianties leuk want zij zijn vaak specifiek gericht op concrete activiteiten en bovendien flexibel van opzet. In een wereld van labiele markten is dat ook nodig, maar juist daarom zijn allianties buitengewoon moeilijk te besturen. Om de beste te blijven moet je je voortdurend bewijzen, ook als je al vijftien jaar bij elkaar woont zoals Rover en Honda deden. De recente praktijk wijst uit dat een strategische alliantie een levensduur heeft van drie à vijf jaar. Dat betekent dat het besluit van Grolsch om na drie jaar het Duitse avontuur vaarwel te zeggen, tenminste statistisch correct is.

De komende jaren zullen wij nog reeksen van vergelijkbaar liefdesverdriet aan het oog voorbij zien trekken. Meestal eindigen allianties op een van de volgende drie manieren: een van de partners neemt de ander volledig over, of men gaat met slaande trom uit elkaar, dan wel bloedt de verhouding dood. In het geval van Honda en Rover wisten waarnemers al enige tijd dat de zaak op springen stond omdat Honda het te duur of te riskant vond om Rover volledig in te lijven. De tranen die in Tokyo werden geplengd slaan dan ook nergens op, omdat de breuk het gevolg is van een zakelijke beslissing van Honda. Rover en Honda blijven voorlopig trouwens onderdelen aan elkaar leveren, dus zoveel is er nu ook weer niet te betreuren. Waarschijnlijk is het restant van de alliantie interessant voor Honda omdat het in de Verenigde Staten met overcapaciteit te kampen heeft en aldus in Groot-Brittannië een substituut-markt vindt. Met deze oplossing hebben beide partijen alleen de lusten en het zou best eens kunnen dat deze nieuwe samenwerking enkele jaren vrucht kan afwerpen.

Allianties zijn onzeker omdat de bijdrage van elke partner in de tijd verandert. Dat wordt in de hand gewerkt door twijfels aan het concept van de global firm, dat wil zeggen de multinational met zijn traditionele, alles en nog wat bedisselende hoofdkantoor. De oude multinational zou volgens sommigen plaatsmaken voor de relationship firm waarbij het hoofdkantoor zich op afstand bezighoudt met coördinatie. Recordhouder op dit gebied is Asea Brown Boveri (ABB) dat bestaat uit 1.100 autonome ondernemingen en als een federatie wordt bestuurd. ABB heeft zich ontwikkeld van een multinational firm tot een multidomestic firm. Waar de Europese Unie nog steeds niet uit is - namelijk het onderbouwen van zijn toegevoegde waarde voor de lidstaten - heeft ABB dat al lang voor elkaar. Het bedrijf heeft een passend antwoord gevonden op twee paradoxen die management-goeroe Charles Handy onlangs heeft beschreven. De eerste is dat een bedrijf tegelijk groot en klein moet zijn. Het heeft massa nodig om investeringen te doen en research uit te voeren. Daarnaast moet het klein zijn opdat mensen zich ermee kunnen identificeren. De kleinheid van een onderneming is een voorwaarde voor flexibiliteit en innovatief markt- en produktgedrag. De tweede paradox is dat ondernemingen vrijhandel propageren maar anderzijds via het management strakke controle willen uitoefenen. Dit leidt meestal tot het ontstaan van bureaucratische hoofdkantoren die veel papier en andere negatieve meerwaarde produceren. Maar je moet van beide elementen íets hebben.

Beide paradoxen zouden er logischerwijs toe moeten leiden dat grote ondernemingen steeds minder vanuit een vaste thuisbasis werken. Maar niets is minder waar. In 1991 bestond slechts twee procent van de topmanagers van Amerikaanse ondernemingen uit buitenlanders. In Japan tref je ze nog minder aan. Met andere woorden: niemand vindt het leuk om door iemand van een andere nationaliteit bestuurd te worden. Strategische allianties trachten dat dilemma - plus de nationale kartelautoriteiten - te omzeilen. Met alle liefdesverdriet van dien.