'Je kunt niet voor de wedstrijd nog even in gesprek gaan met het ijs'

Johann-Olav Koss is vandaag en morgen de grote favoriet bij de wereldkampioenschappen schaatsen in Gothenburg. Waar haalde de Noor de mysterieuze kracht vandaan waardoor hij op de Winterspelen drie gouden medailles behaalde? Sportpsycholoog Peter Blitz (58) bestudeert al jaren de mentale aspecten van sportbeoefening. Over onvolwassenheid en verkeerde methoden.

Als het gaat over psychologische processen komt het ineens ter sprake. “Niet geloven in jezelf. Bij voorbaat excuses zoeken in een langdurige blessure of een verkeerde trainingsopbouw. Als kansloze er naar toe gaan. Zo worden mensen de beste van de wereld. Als vooraf de druk weg is kun je niet meer falen.” Hij refereert bijna ongemerkt aan Yvonne van Gennip die in Calgary (1988) tot verbijstering van de schaatswereld hetzelfde huzarenstukje wist te realiseren als Johann-Olav Koss in Hamar. De Noor, die in de weken voor de Spelen in een ernstige mentale crisis verzeild raakte en krampachtig zijn hele familie om zich heen verzamelde om innerlijke rust te creëren, maakte vooraf gebruik van twee vrouwelijke psychologen. De gezusters Heidi en Bente Ihl. Zij zijn nog niet zo lang geleden afgestudeerd en 'gebruikten' Koss al eens eerder als proefobject. Dit seizoen stelden ze hun kennis ter beschikking aan de Noorse schaatsploeg. Uiteindelijk hadden ze hun handen vol aan Koss.

Peter Blitz kan zich niet voorstellen dat de krachtsexplosie van de student medicijnen het resultaat is geweest van een goede psychologische begeleiding. In zijn sfeervolle woonkamer in de Amsterdamse Concertgebouwbuurt steekt hij nog eens een sigaretje op. “Ik zie alles als een resultaat van de voorbereiding. Je krijgt in de wedstrijd op je brood wat je vooraf hebt gedaan. De begeleiders van Koss zijn blijkbaar tot vlak voor de start nog met hem beziggeweest. In al die methoden waarbij de psycholoog op de tribune moet zitten, geloof ik niet. Een topsporter moet vooraf zo gehard worden dat hij na verloop van tijd volwassen genoeg is om op eigen benen te staan. De coach dient op den duur de begeleiding van de psycholoog over te nemen.”

Is het dan de ontspanning geweest die Koss heeft meegekregen toen hij het ijs opstapte voor zijn historische ritten? Daar waar Dan Jansen, Gunda Niemann en Carla Zijlstra onder de druk bezweken. Blitz ontkent zowel het eerste als het laatste. “Spanning en ontspanning moeten er zijn op het juiste moment. Inderdaad heb ik ook gehoord dat de schaatsers in Hamar stijf stonden van de stress. Maar hoe wil je dan aan de start staan? Zolang je jezelf maar niet afvraagt waar je mee bezig bent en wat je bij zo'n wedstrijd doet, is dat niet erg. Als je denkt: was ik maar geblesseerd, had ik het maar vast gehad dan gaat er iets haperen. De spieren krijgen op dat moment verkeerde commando's. Een schaatser kan zijn techniek niet meer overbrengen op het ijs en komt gauw stuk te zitten. Maar een gezonde spanning is juist goed. Van Ben Johnson, Carl Lewis en Nelli Cooman is bekend dat zij kort voor de start 41 graden koorts hebben, zonder warming-up. Die lichaamstemperatuur is gemeten met een bijbehorende hartslag. Het lichaam stelt zich vooraf in op de prestatie, anticipeert. De sporter moet bereid zijn dat te accepteren. Anders word je zo koud als een lijk.”

“Jansen blaakte van zelfvertrouwen voor zijn race op de 500 meter en nam gewoon te veel risico's in de laatste bocht waardoor hij een blokje raakte. Zijn eerste honderd meter was fantastisch, de eerste bocht perfect. Maar als je nog meer tijd wilt winnen door dichter op dat randje te gaan rijden, kan het misgaan. Niemann was vooraf de gedoodverfde favoriet, maar moet toch gewend zijn geraakt aan die rol. Wat er in Hamar is gebeurd heeft ze met haar suprematie over zichzelf afgeroepen. Ze was trendsetter op de allroundtoernooien totdat de concurrentie zich aan haar optrok.

Carla Zijlstra heeft geen goede visie op topsport als ze zegt dat ze meer afstand moet nemen. Ze zat mentaal al stuk voordat ze van start ging. Ik kan giftig worden van dat geklets over overconcentratie. In topsport moet je elke dag precies weten waar je mee bezig bent. Het is tenslotte keihard business. Dan kan het niet bestaan dat je 's morgens voor de wedstrijd nog even in gesprek gaat met het ijs.''

Het verhaal van de wereldrecords die aan flarden werden gereden, is volgens Peter Blitz het verhaal van de zelfkennis en de onvolwassenheid van de schaatssport. De sporter moet in eerst instantie zichzelf kennen. Luisteren naar zijn lichaam. Dat is de beste basis van zelfvertrouwen. Hij noemt het voorbeeld van Ernst Happel die dertig jaar geen wedstrijd had gespeeld, maar op z'n zestigste in zijn nette kostuum een blikje bier van de lat afschoot.

Koss heeft zijn eigen krachten niet gekend. “Als iemand zich zo verbetert is er toch iets raars aan de hand. Daarom is zelfkennis zo belangrijk.” Maar aan de andere kant heeft de schaatssport nog te veel geheimen voor de begeleiders. Zaken die kennelijk nog onvoldoende beheersbaar zijn of worden uitgediept. De coaches tasten te veel in het duister. Blitz spreekt in dit verband over een grabbelton. Zeker gelet op de wijze waarop de records werden scherper gesteld: op 1.500 meter met 0,3 seconden, op de 5.000 meter met een halve seconde en op de tien kilometer liefst met dertien seconden. Hij gaat op het puntje van zijn stoel zitten en filosofeert verder. “Als vantevoren niet duidelijk was dat Koss een wereldrecord kon rijden, had het dus ook faliekant negatief kunnen uitvallen. Hij heeft toevallig net op tijd de geest gekregen. Bij schaatsen gebeuren dingen die bij andere sporten al lang niet meer kunnen. Ze gaan er altijd voor, maar ze weten nooit wáárvoor. Aouita stelde enkele jaren geleden de records op de lange afstanden bij het hardlopen scherper. Dat ging toch met kleine marges omdat de grenzen van de mogelijkheden al grotendeels waren bereikt in het atletiek.”

Blitz wijst weer op een juiste trainingsaanpak. “We moeten erover nadenken hoe we iemand aan de top kunnen brengen en houden. Niet met termen zoals 'pieken' waarover die coaches het hebben. Van dat soort geouwehoer moeten we af. Een voetballer dient twee keer in de week onder het gras door te gaan. Een tennisser zou dan zes keer per week moeten pieken of een tafeltennisser drie keer per dag. De training behoort afgestemd te zijn op de wedstrijd. Ik hoorde Christine Aaftink zeggen dat je de bochtentechniek niet kunt oefenen. Want zo hard als je in de wedstrijd rijdt, doe je op de training hoogstens een keer. Waarom wordt er dan niet een soort sleepliftje ontwikkeld waardoor je met tachtig kilometer per uur door de bocht kan gaan? Echte kampioenen hebben altijd iets vernieuwends. Een nieuw pak of een gek stuur. Kijk naar Eric Heiden en Greg LeMond. Laat de ingenieurs maar wat bedenken.”

Peter Blitz werkte ooit samen met Ab Krook toen de Loos drechtse coach nog de vrouwenkernploeg onder zijn hoede had. “Mijn ideeën waren toen nog niet zo uitgekristalliseerd als nu. De mentale begeleiding werd heel moeilijk geaccepteerd.” Blitz beschouwt Krook als een van de meest capabele schaatstrainers. Hij vindt overigens niet dat de mannen in Hamar zijn afgegaan. “Ritsma reed op de 1500 meter toch dicht in de buurt van het wereldrecord? Zijn persoonlijkheid is niet verkeerd. Als ik Falko Zandstra bekijk, heb ik de indruk dat hij de nadelen ondervindt van zijn verschrikkelijk grote talent. Dat hij de wedstrijden gemakzuchtig benadert is een voordeel maar op de training een nadeel. Hij zou daar het achterste van zijn tong moeten laten zien. Van Bart Veldkamp begreep ik niet dat hij in de weken voor de Spelen nog zijn slag aan het verbeteren was. Iemand die al jaren dag in dag uit met het schaatsen bezig is. Als een violist slecht speelt, kijkt hij ook zes keer naar zijn viool.”

De Amsterdammer die bekend werd om zijn 'Blitz-therapie', die nog steeds doceert en sporters begeleidt, geeft tenslotte aan hoe hij te werk gaat. “Als iemand met het verhaal komt dat hij olympisch kampioen wil worden, ben ik direct hard en conflicterend. Ik houd niet van lekker in het gehoor liggen praatjes, als: 'Je hebt er toch alles aangedaan?' Dat is niet de methode om tot een topprestatie te komen. Ik hoorde Sijtje van der Lende op tv zeggen: 'Het belangrijkste is dat het gezellig blijft.' Zo dachten de hockeysters ook voordat ze afgingen op de Spelen. Het plezier mag nooit voorop staan in de topsport.”

Ab Krook: “Peter Blitz is in Nederland een van de weinige mensen die op een verstandige wijze over mentale begeleiding kunnen praten. Toen ik in Duitsland werkte ben ik een keer naar een seminar gegaan over sportpsychologie. Daar kregen de deskundigen onderling ruzie. Ja, wat moet je er dan van denken? Deze vorm van begeleiding wordt natuurlijk pas actueel als je een keer verliest. Maar goed, ik heb in het seizoen '79-'80 heel goed met Blitz samengewerkt. We hebben toen veel aan ontspanningstechnieken gedaan. De rijdsters die aanvankelijk gereserveerd tegen zijn aanpak aankeken, werden later het meest enthousiast. En bij degenen die er van begin af aan in geloofden was het juist andersom. Wat hij zegt over pieken is wat overdreven. Tegenwoordig moet je van begin januari tot maart in vorm zijn. Van echt pieken is geen sprake meer. Koss is gewoon de beste schaatser van dit moment. Dat heb ik voor de Spelen al gezegd.”

Rintje Ritsma: “Koss heeft op de Spelen gedacht: 'Ik zie wel waar het schip strandt'. Toen de druk wegviel, kwamen zijn ware talenten naar boven. Wij zijn misschien te krampachtig beziggeweest. Ik heb na het EK nooit meer de goede afzet in mijn slag teruggevoeld. Ook nu niet voor het WK. Psychisch zit het wel goed. Alleen na de Spelen zat ik even in een dipje.”

Bart Veldkamp: “Ik doe zelf ook wel aan mentaltraining. Lees ik veel over. Voor de wedstrijd sluit ik me af en probeer me te concentreren. Ik heb veel van de Spelen geleerd. Ik ben een ander iemand geworden. De gretigheid is bij mij te groot geweest. Ik wilde 13.29 rijden op de tien kilometer nadat Koss 13.30 had gerealiseerd. Terwijl ik wist dat ik nooit van hem kon winnen. Ik word al mentaal begeleid. Niet door een hocus-pocus-figuur.”

    • Erik Oudshoorn