In de marge

Ik heb eens tien gulden korting gekregen op een tweedehands boek omdat de vorige eigenaar er zo copieus in geannoteerd en onderstreept had; het boek was getiteld The Originals: Who's Really Who in Fiction, een lexicon met de namen van romanfiguren, gevolgd door die van de werkelijke personen op wie zij geïnspireerd heten te zijn, e.g. Peter Quint in The Turn of the Screw (Henry James) is vermoedelijk gebaseerd op de persoon van George Bernard Shaw; Mrs Stitch in Scoop (Evelyn Waugh) is Lady Diana Cooper; Rupert Catskill in Men Like Gods (H.G. Wells) is Winston Churchill, etc. Nu is een dergelijk boek in zekere zin al geannoteerd en vooronderstreept: de informatie wordt aangeboden in een onmiddellijk toegankelijke vorm, niet nodig het nog eens te markeren in de tekst. Maar de vorige eigenaar had hele lemma's onderstreept en voorzien van dikke strepen in de marge; de blanco bladzijden aan het eind had hij volgeklad met behulpzame aantekeningen als '554 Wooster'. Het lemma over Bertie Wooster bevindt zich inderdaad op blz. 554, maar wat kan hij voor reden hebben gehad de vindplaats nog eens te noteren, terwijl de namen van romanfiguren in het boek toch al alfabetisch gerangschikt zijn.

De meeste aantekeningen waren in potlood en ik vermeerderde de waarde van het boek met tien gulden door ze uit te gummen. Maar in mijn paperback-exemplaar van Emma zijn sommige aantekeningen in ballpoint; gelukkig zijn het er niet zoveel. Meestal, wanneer mensen in de marge schrijven - bijvoorbeeld de woorden die ze moesten opzoeken als het een boek in een vreemde taal is - beginnen ze heel zorgvuldig, met inbegrip van de inleiding, en dan omstreeks blz. 65, of soms al eerder, houdt het op, dus ongeveer op het zelfde punt als waar volgens Maarten 't Hart de meeste lezers het voor gezien houden in Der Mann ohne Eigenschaften. Maar die observatie baseerde hij op de positie van de bladwijzer in bibliotheekboeken en niet op gekrabbel in de kantlijn: je zou denken dat maar weinig mensen zo verliederlijkt zijn om dat in geleende boeken te doen, maar in een bepaalde bibliotheek in Parijs, zo weet ik toevallig, werd één dag per week besteed aan het verwijderen van zulke inscripties.

Ook de eerste eigenaar van dat exemplaar van Emma had woorden opgezocht. Zij (ik ben er zeker van dat het een vrouw was, zoals de eigenaar van The Originals beslist een man moet zijn geweest) was een Française en ze heeft het boek helemaal uitgelezen; haar beheersing van het Engels moet vrij goed zijn geweest want ze noteerde maar weinig woorden en koos daarbij steeds de juiste nuance (terseness = concision, netteté; carelessness = insouciance; except = condition supplémentaire: à la réserve que ce fût..). Jane Austens gewoonte om mensen bij de naam van hun huis te noemen, zoals Donwell voor Mr Knightley en Brunswick Square voor Emma's zuster Isabella, had haar kennelijk in verwarring gebracht en aan het eind van hoofdstuk 48, dat trouwens meer aantekeningen heeft dan de hele rest van het boek, geeft ze er een lijstje van. Misschien heeft ze dat hoofdstuk moeten vertalen. Het merkwaardige is nu dat die aantekeningen steeds weer uit mijn herinnering verdwijnen: pas wanneer ik het boek open sla herinner ik me ze weer, maar ze storen mij niet en ik heb ze laten staan. In feite lees ik ze trouw elke keer opnieuw wanneer ik het boek herlees.

Een ander boek, Fireworks van Angela Carter, dat ik niet lang geleden zonder het in te kijken op een rommelmarkt kocht (voor één gulden), is zo overwoekerd door aantekeningen dat ik niet in staat was het uit te lezen. De schrijver van die aantekeningen, kennelijk een Engels schoolkind, had zich bediend van ballpoints in verschillende kleuren, waar hij bovendien enorm hard op drukte (met zijn tong, stel ik mij voor, tussen de lippen), en van een intrigerende eigen spelling (sacrafice, peacefull). De eerste reactie wanneer je zulke beschreven bladzijden ziet is ontsteltenis, gevolgd door het gelaten besluit om dan maar om de noten heen te lezen. Maar dat blijkt dan onuitvoerbaar: er is iets dat je (of in elk geval mij) dwingt om alles te lezen, wat het ook is, en zo zat ik, in plaats van verder te gaan met het verhaal, te puzzelen over de mogelijke betekenis van het woord 'Tradady': wat betekent dat in vredesnaam? Het staat op een of andere manier in verband met 'sacrafice', maar verder kom ik niet.

De meest indrukwekkende aantekening bevindt zich aan de binnenzijde van het omslag, een kernachtige samenvatting van wat het boek voor deze onbekende lezer heeft betekend: 'very discriptive sg', staat er letterlijk, 'litary refeeres fairy story's french syueyllias methofoves'. Dat is pure Lewis Carroll, of Joyce, en het heeft het effect het boek totaal ontoegankelijk te maken, als was het een mijnenveld.

Sommige mensen gaan ruwer met boeken om dan anderen; mijn vader raakte altijd hevig verstoord als wij een geopend boek plat voorover neerlegden; wanneer ik het deed keek ik altijd eerst schichtig om me heen of hij niet in de buurt was. Maar nu hindert het mij zoals het 't hem deed, en vermoedelijk zal mijn dochter binnenkort ook stiekem om zich heen kijken voor zij een boek neerlegt. Het is niet zo erg als lezen met een ballpoint, maar het allerergst zijn die fluorescente viltstiften waarmee mensen niet onderstrepen, maar over het hele woord heengaan. Het is nog tot daaraantoe als iemand een of andere stompzinnige observatie in de kantlijn schrijft ('Inderdaad!', of: 'Nonsens!'), het toont dat hij het gelezene tenminste overdacht heeft; maar die helgele woorden suggereren een soort geestelijke luiheid: het geloof dat een op die manier aangemerkte passage rechtstreeks zal worden opgenomen door een overeenkomstig geel oplichtende afdeling van het brein, zonder moeite te hoeven doen om er iets van te snappen, iets als een boek onder je kussen leggen in de hoop de inhoud de volgende ochtend uit het hoofd te kennen.

Soms maken de annotaties een boek natuurlijk juist extra waardevol. Als mijn Angela Carter toevallig geannoteerd was door Gibbon, zou het een gekoesterd bezit zijn. Het annoteren van boeken heeft een lange en respectabele geschiedenis; de Chinezen annoteren niet alleen boeken, maar ook schilderijen en dat voegt dan iets toe aan de artistieke betekenis (dus niet zoals die agressieve stempels, midden op een ets van Rembrandt, met BIBLIOTHEQUE NATIONALE of RIJKSPRENTENKABINET bij ons).

En dan is er nog een andere categorie, zoals de boeken gelezen tegen betaling voor mensen die daar zelf geen tijd voor hebben. Dat was een plan van de Ierse schrijver Myles na Gopaleen (Flann O'Brien): hij had een zg. 'Buchhandlung Service' bedacht, 'voor mensen die wilden dat hun nieuwe bibliotheek er uit zou zien of hij intensief was doorgelezen'. Deze behandelingen gingen van 'Popular Handling - Each volume to be well and truly handled, four leaves in each to be dog-eared, and a tram ticket, cloak-room docket or other comparable article inserted in each as a forgotten book-mark', tot 'Le traitement superbe' met extra beduimeling, extra onderstrepingen in rode inkt en een keuze van zinnen in de kantlijn: 'How true, how true!' 'I don't agree at all', 'Yes, but cf. Homer, Od., iii, 151'; of: 'I remember poor old Joyce saying the very same thing to me.'

Er was ook een keuze van opdrachten ('Dear A.B., Your invaluable suggestions and assistance, not to mention your kindness, in entirely rewriting chapter 3, entitles you, surely, to this first copy of 'Tess' - From your old friend T. Hardy''). Dat is duidelijk de oplossing wanneer je een onuitwisbaar geannoteerd boek wilt verkopen: zet er, in een ander handschrift, een opdracht in, in dit geval bijvoorbeeld van de schrijfster aan iemand die je in een slecht daglicht wilt stellen: 'Voor mijn trouwe lezeres Margaret Thatcher, with respect, Angela Carter.'' Of 'Voor George Steiner, ter herinnering aan een onvergetelijke liefdesnacht, Angela''. Zo kun je boeken voorzien van opdrachten aan Nabokov, of Joyce, of Flann O'Brien zelf, de mogelijkheden zijn onbeperkt. Je zult nooit weten wat er daarna met het boek gebeurt, maar de annotaties zijn dan in ieder geval van respectabele afkomst.