Hollands Dagboek

Luitenant-kolonel Chris Vermeulen (47) is commandant van 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Garde Grenadiers, de eerste Nederlandse landmachteenheid die volledig uit beroepspersoneel bestaat. Hij bevindt zich met een deel van zijn bataljon in de Moslim-enclave Srebrenica in Oost-Bosnië. Vermeulen is gehuwd en heeft twee dochters.

Donderdag 3 maart

Met een zeer klein deel van de bataljonsstaf - de officier operatiën de majoor Harry Peek en de sergeant-majoor Adri van den Brom word ik wakker in een koude, kapotgeschoten accufabriek in het plaatsje Potocari, drie kilometer van Srebrenica.

Vandaag is de commando-overname van de taak van de Canadese compagnie. Met een kleine ceremonie - een handdruk - vind dit plaats, 's middags om drie uur tussen de kapitein Eric Jellema en de Canadese majoor Bouchard. De avond tevoren had de Bravo compagnie reeds de helft van de Observation Posts (O-P's) overgenomen. In de loop van de middag komen berichten binnen als zouden de Bosnische Serviërs (BS) problemen gaan veroorzaken aan de zuidgrens van de enclave. Het is nuttig te weten dat over een groot deel van de grenzen geen overeenstemming bestaat.

's Avonds zijn enige officieren tezamen met mij uitgenodigd op een diner met de president, de vice-president en de lokale militaire leider van Srebrenica. Bij binnenkomst was de spanning te voelen. We werden welkom geheten door de president, maar de Canadese commandant stond tezamen met de militaire leider bij voortduring over de kaart gebogen ter bestudering van de bewegingen van de BS in het gebied tussen de enclaves Srebrenica en Zepa. Gedurende het diner had ik een zeer geanimeerd gesprek met de president, een voormalig veearts. Aan een gesprek met de militaire leider en de anderen kwam ik door de zetelverdeling niet toe. Het geserveerde eten was gezien de omstandigheden zeer goed te noemen en is met smaak verorberd. Bij het afscheid heb ik voor het eerst gelegenheid de militaire commandant in de ogen te kijken.

Vrijdag

De eerste taak op deze dag is het laten verzamelen van alle voorraden eten en water die i.v.m. de crossing over alle voertuigen zijn verspreid. De watervoorraad is penibel. We trachten zo snel mogelijk de waterzuiveringsinstallatie ergens op aan te sluiten en boven het niveau van de grootste vuilproducenten van deze aarde - de mens - hoog in de bergen bronnen te vinden waar we met onze waterwagens bij kunnen komen.

In de loop van de ochtend krijg ik bezoek van de Chief United Nations Military Observers (UNMO), de Nederlandse brigadegeneraal Bastiaans. Een goede kennis, dus een uitstekende gelegenheid om wat gemeenschappelijke ervaringen uit te wisselen. We bekijken samen de grenzeloze inventiviteit van Nederlanders als het gaat om van niets iets te maken. Met name de beide kolonel-artsen bij de de verbandplaats blinken hierin uit. De verbinding met Nederland is abominabel slecht, alle techniek wordt zonder resultaat nageplozen dus het eindigt bij de standaardopmerking 'Het zal wel aan het weer liggen''.

In de tussentijd bouwen onze chauffeurs tezamen met de bouwmeesters van de constructiecompagnie verder aan de commandopost van het bataljon: ramen dichtmaken met plastic, water- en electriciteitsvoorziening, etc. De compoundcommandant majoor Henk Oerlemans heeft op een nabijgelegen betonfabriek grote (5 bij 2 meter) betondelen ontdekt. Via de lokale overheid wordt een contract opgemaakt voor 90 stuks, waarover wij kunnen beschikken. Een aantal zal worden gebruikt om op de drassige grond te leggen en als looppaden te gebruiken en een ander deel zal als veiligheidsconstructie schuin tegen de wanden van de fabriek worden gezet. Uit de contacten met de lokale overheid komt naar voren dat de spanning toeneemt onder de burgerbevolking door de bewegingen van de BS.

De zuidzijde van de enclave is nooit eerder afgegrendeld door de BS, waardoor het gevoel van onveiligheid toeneemt.

Zaterdag

De nacht begint goed, met de bekende stafbezetting van een overste, een majoor en een sergeant-majoor in een met plastic dichtgeplakt hok.

Om 04.00 uur komt de liaisonofficier binnen met het bericht dat bij het Swedish shelterproject is geschoten op de huizen en dat de bevolking is gevlucht. Hij heeft de menigte aldaar toegesproken en hen verzekerd dat we ten spoedigste zullen bezien wat we hieraan kunnen doen. In een kort stafoverleg wordt bekeken wat we met onze nu nog schaarse middelen kunnen doen. Besloten wordt om mijn gevechtsvoertuig toe te voegen aan de sterkte van de Bravocompagnie om naast de normale Observation Posts ook een patrouille in het bedreigde gebied te kunnen uitvoeren.

Om 12.00 uur is er overleg met de president over dit onderwerp. Hij schetst mij de angst van de mensen en de daaruit voortvloeiende argumentatie om de Canadezen hier te houden. Ik maak hem duidelijk wat onze plannen zijn maar maak ook duidelijk dat het zijn taak is de bevolking rustig te houden. Tevens geef ik hem aan dat het geen zin heeft te trachten de Canadezen op te sluiten omdat zij aan het beladen zijn en dus hun taak niet meer kunnen uitoefenen. Vervolgens maak ik hem duidelijk dat dit gedrag zeer zeker de binnenkomst van mijn tweede eenheid negatief zal beïnvloeden. Teneinde het voor hem gemakkelijker te maken bied ik hem aan de bevolking toe te spreken, waar hij gretig op in gaat. Weer terug bij de compound van de Bravo compagnie stap ik uit en begeef mij samen met een tolk tussen de mensen en deel hen mee wat het gesprek met de president heeft opgeleverd en wat onze bedoelingen zijn.

In de loop van de middag breng ik een bezoek aan O-P Echo, hoog in de bergen in de sneeuw. De post staat onder leiding van sergeant Den Otter, de mannen doen hun taak naar behoren en stellen dat zij zich op hun gemak voelen en hier graag zo lang mogelijk willen blijven. Tegen de avond arriveert uiteindelijk het reeds drie dagen eerder geweigerde convooi, waarin zich enige kleine eenheden, logistieke functionarissen en een aantal officieren behorende tot de sectie operatiën bevinden. De aankomst van dit convooi geeft enige verlichting in de bewaking van de Compound, het beheer van de voorraden en de bezetting van de opsroom.

Er zijn enige brieven van echtgenote en dochters meegekomen. Heerlijke leestof voor laat op de avond. Ook het meegestuurde interview in Trouw van mijn jongste dochter vervult me met trots. Juist hier merk je dat ze groter worden en het aankunnen hun emoties te tonen.

Zondag

In tegenstelling tot de verwachtingen is het 's nachts in Srebrenica rustig gebleven. Het is heerlijk om in alle rust op te staan. Ik ben benieuwd hoe het probleem met de pers vandaag kan worden opgelost. De liaisonofficier majoor Ad Derksen heeft een afspraak gemaakt om samen met mij, de UNMO's en de majoor Schenkers, de legervoorlichter die zich bij de pers bevindt, te treffen bij de 'Yellow bridge' in de buurt van de grens.

Om 11 uur hebben we de eerste kerkdienst in Potocari onder de eminente leiding van mijn bataljonsaalmoezenier Bert Hes. Van de driehonderdvijftig man zijn er ongeveer vijftig aanwezig, 50% officieren en onderofficieren en 50% manschappen. De aal moet de volgende keer een andere locatie worden toegewezen want het is niet alles, om sfeervol in één à twee centimeter water een kerkdienst bij te wonen.

De problemen met de vluchtelingen voor de ingang van de Bravo compagnie nemen in de loop van de dag weer toe. Zij willen de Nederlanders die de compound willen verlaten onderzoeken om vast te stellen of er Canadees materieel dan wel personeel wordt uitgesmokkeld. Ik laat via mijn liaisonofficieren weten dat dit onacceptabel is.

In de loop van de middag vindt het gesprek plaats aan de noordgrens met majoor Schenkers, de leider van de groep gestrande persvertegenwoordigers. Tezamen met de UNMO's wordt een aantal plannen uitgedacht voor de terugkeer naar Lucovac alwaar een nieuwe poging gewaagd zal worden om naar Srebrenica te komen. Op de terugweg bezoek ik O-P Papa, waar hetzelfde beeld bestaat als gisteren bij Echo. Enthousiaste kerels die hun werk perfect willen doen.

Om 18.00 uur is er weer overleg met de kopstukken van Srebrenica met als doelstelling een finale oplossing te vinden voor de verplaatsingen van de Nederlandse voertuigen en daarmee samenhangend het terugtrekken van de Canadese eenheid. Van mijn zijde wordt het overleg gevoerd door de liaison-officier. Gevraagd wordt waar de luitenant-kolonel Vermeulen is, hierop wordt geantwoordt dat hij zo laaiend is over de obstructie dat hij niet meer wenst te praten totdat deze zaak is opgelost (overigens beantwoordt dit aan de werkelijkheid). Gelukkig heeft dit overleg, overigens somtijds met de vuist op tafel, tot een goed resultaat geleid. Nu maar afwachten hoe e.e.a. morgen in de praktijk zal uitwijzen.

De vertegenwoordiger van de verenigde radio-omroepen - een van de mensen van de pers die vast zit aan de andere kant van de grens - belt op uit Bratunac en vraagt om een interview met majoor Derksen en mij, hetgeen uiteraard wordt gehonoreerd.

Maandag

Om 07.10 wordt ik telefonisch geïnterviewd door de NCRV-radio; er blijken nog vele vragen te leven. Het weer is prachtig!

Bij de ochtendbriefing komt naar voren dat de spanning voor de ingang van de Bravo compagnie is teruggelopen, er bevindt zich nog slechts een dertigtal mensen. Aansluitend wordt besproken welke opties ons ter beschikking staan om de Canadezen a.s. woensdag te laten vertrekken. Na een half uur is het duidelijk, vanavond zullen wij deze opties met onze Canadese collega's bespreken.

In de loop van de middag gaan majoor Harry Peek, de commandant Alfa-koningscompagnie kapitein Jansen op de Haar en kapitein operatiën Dick Besters op pad om nieuwe O-P's voor de tweede compagnie te bekijken. Ik moet daarom zelf binnen radiobereid blijven en besluit om samen met de liaisonofficier naar de relatief dichtbij gelegen O-P's Quebec en Romeo te gaan. De jeep glijdt echter halverwege de berg weg en komt daardoor muurvast te zitten aan de rand van een 'redelijk schuin aflopende helling'. De burgerbevolking is zeer vriendelijk en behulpzaam; maar ook met 10 man en het uitdelen van een aantal overheerlijke La Paz sigaren krijgen we de jeep niet los. Een te hulp geroepen rupsvoertuig kan de klus ook niet klaren omdat deze zelf in de diepte van het dal dreigt te verdwijnen. M.b.v. twee wiellaadschappen voorzien van lieren wordt getracht het voertuig te bergen. Het zal wel weer nachtwerk worden!

Om 15.45 krijgen we bericht dat de persgroep zonder grote problemen weer terug is in Lucovac bij het support command. Ik ben benieuwd naar hun ervaringen. Mogelijk doen ze een tweede poging om binnen te komen. Ook niet altijd een even gemakkelijk beroep!

De bespreking van 16.00 uur leidt tot de coördinatie van de gebruikelijke zaken, zoals: hoe de hygiëne in de hand te houden met 400 man en vier chemische toiletten en al de rotzooi op het terrein, waar het vuil te storten zonder dat de plaatselijke bevolking de vuilvoertuigen leeg maakt voordat het op de plaats van bestemming is, indicaties uit het ziekenrapport, tenuen, hoe de onderkomens te regelen voor de tweede compagnie, voedselvoorraden, dieselvoorraden etc, etc.

Om 20.00 uur wordt met de Canadezen de aanpak doorgesproken voor de afvoer van 75 man met bussen en enkele vrachtwagens. Alhoewel we geen problemen verwachten wordt het scala aan opties doorgenomen. Om 21.00 keert mijn jeep terug; de berging was gevaarlijk en had, door de zachtheid van de bodem, bijna ook nog een wiellaadschop gekost. Er wordt wat geschoten in het noordelijk gedeelte van de enclave, maar we hebben verder een zeer rustige en lange nacht.

Dinsdag

We zijn op tijd opgestaan om de activiteiten te leiden m.b.t. het weggaan van de Canadezen. Het beveiligingspeloton staat 'stand by' met duidelijke instructies. Zoals verwacht ontstaan er geen problemen meer en we groeten langs de weg de voor onze compound wegtrekkende Canadezen.

Het ontbijt bestaat uit de gebruikelijke kaakjes. Je went eraan, de vraag is wanneer we weer eens brood zullen proeven.

Het gesprek met de Servische brigadecommandant Kolonel Vukovic is uitgesteld tot donderdag, zodat ik 's middags tijd heb om enige O-P's te bezoeken. Eerst rijden we met de mercedes naar boven. Het aanzicht is onwaarschijnlijk, bijna twee kilometer lang zijn de bermen gebruikt als vuilstortplaats. Bovendien zijn langs de route alle bomen gekapt voor het maken van vuur. Het is al goed zichtbaar dat hierdoor de aarde wegspoelt. Boven aangekomen wacht de pelotonscommandant, luitenant Van Gils, met zijn rupsvoertuig: nog slechts vijfhonderd meter naar O-P Romeo. Op de post zijn de mannen gemotiveerd en vertellen dat zij met alle plezier hier enige weken willen blijven. De waarnemingsmogelijkheden zijn goed, de ruimtes zijn goed verwarmd met houtkachels en er is in ruime mate eten en drinken. De tocht hierna met het rupsvoertuig naar O-P Quebec is zoals de Kapitein Van der Have stelt 'mannelijk', maar mag gerust grensverleggend genoemd worden. Had ik mijn helikopters maar hier met toestemming om ze vrij te gebruiken, dan zou dit vele gevaarlijke momenten voorkomen. Bovendien zouden we de bevolking tegemoet kunnen komen die zich nu nauwelijks meer over deze wegen kan verplaatsen.

Ook O-P Quebec geeft hetzelfde beeld als de vorige. Het is de mooist uitgebouwde O-P die ik ooit heb gezien. De Bravojongens vertellen mij dat zij het zonde vinden deze O-P aan de nog te arriveren Alfa koningscompagnie te moeten afstaan. Na wat bergingswerkzaamheden op de terugweg voor ons eigen rupsvoertuig arriveren we bij de jeep.

Bij de terugkeer op de commandopost hoor ik dat er weer geschoten is bij het Swedish shelterproject, gelukkig is niemand van de Zweden getroffen. Het onderzoek wijst uit dat twee à drie man vanaf redelijk korte afstand hebben geschoten en daarna snel zijn verdwenen. Het is niet aanwijsbaar wie dit heeft gedaan en er zit niets anders op dan dit met beide partijen op te nemen. Ik hoop dat de bevolking het vertrouwen houdt en niet weer massaal op de vlucht slaat. 's Avonds slaan drie geweerschoten in op ongeveer 25 meter van O-P Romeo. De jongens zaten in de bunker. De exacte locatie waar de schoten vandaan kwamen is niet vast te stellen zodat het vuur ook niet kan worden beantwoord. Ik zal dit donderdag opnemen met kolonel Vukovic.

Het convooi met container- en brandstofvoertuigen krijgt 's avonds eindelijk toestemming om te mogen crossen naar Tuzla, als ze nu ook nog snel mogen terugkeren komt mijn voedsel en brandstofpeil eindelijk op een aanvaardbaar niveau. Tevens is toestemming gegeven voor de verplaatsing van een deel van mijn staf en intern logistiek deel, van Tuzla naar Srebrenica.

Het is te merken dat de routine begint te groeien. Besprekingen staan al op vaste tijden en de structuur van de organisatie is bij een ieder bekend. De begeleiding van de humanitaire convooien en die van het Swedish shelter project lopen al bijna automatisch. Iedereen is enthousiast aan het werk. Bij de gebruikelijke ronde vroeg in de morgen is het iedere keer weer verrassend om te zien wat er weer hersteld dan wel bijgebouwd is. De wasstraat waar lokale werkkrachten de was voor ons gaan doen is gereed en wordt onder toezicht van een trotse compoundcommandant vandaag in gebruik genomen. Hetzelfde geldt voor de eerste douchecontainer.

Bij de vergadering van vanmorgen met de lokale overheden is gebleken dat, mede dankzij de goede informatie van de O-P's van de Bravo compagnie, de verwerking van de informatie in de operationroom en de inbreng van de liaisonofficier majoor Derksen, het momentum aan onze zijde ligt.

Samen met de liaisonofficier rijd ik 's middags naar de compound van de B-compagnie. Als eerste brengen we een bezoek aan het plaatselijke hospitaal waar we een gesprek voeren met de artsen van médecins sans frontières; vervolgens bekijken we het hospitaal en voeren gesprekken met diverse patiënten. Door de artsen wordt onder primitieve omstandigheden prachtig werk afgeleverd. Daarna wordt een bezoek gebracht aan het ICRC (International Committee of the Red Cross). Vervolgens maken we een wandeling door het stadje tot aan het centrum waar we een gesprek aangaan met de bevolking.

Mijn forward air controllers zijn druk aan het oefenen gezien de hoeveelheid geluid die gemaakt tijdens dit uitstapje.

In de loop van de middag arriveert het Canadese convooi dat de resterende troepen moet ophalen. Bij de ondercommandantenvergadering blijkt dat de Canadezen zoveel mogelijk eten voor ons hebben meegenomen; mijn dank kent geen grenzen. Ik zal morgen de commandant supportcommand en de bataljonscommandant van de Canadezen bedanken voor hun inzet. In de loop van de middag arriveert weer een convooi voor ons uit Lukavac, de staf is nu praktisch compleet en we beschikken over een organiek communicatiecentrum.

Van de liaisonofficier van de groep helicopters, kapitein Jan Steen, krijg ik te horen dat er weer wat beweging zit in de bureaucratie, die in ieder geval het eerste deel van de ontplooiing heeft belemmerd. Hopelijk kunnen we de helikopters snel naar Tuzla brengen en van daaruit starten met vluchten op Srebrenica.

's Avonds in het Journaal wordt een opname van Srebrenica uitgezonden die toch iets somberder is dan de werkelijkheid. Het is jammer dat men een opmerking maakt als 'dit bandje is uit Srebrenica gesmokkeld'. Dit is in mijn ogen onnodig provocerend en maakt beslissingen van een commandant nog moeilijker dan ze al zijn. Enerzijds heeft Nederland er recht op om te zien waar wij wonen en werken, anderzijds verwacht ik bij de ondersteuning hiervan de grootst mogelijke terughoudendheid van de media.

Groeten aan alle echtgenotes, kinderen, ouders, vrienden en vriendinnen van hier verblijvende militairen.

    • de Commandant Dutchbat I Chris Vermeulen