Het rijbewijs

Het Nederlandse rijbewijs is driedelig, zalmkleurig en waterbestendig. Als ik niet had verraden dat het hier over het rijbewijs gaat had de lezer misschien aan een herenkostuum voor bijzondere partijtjes gedacht.

Aan de binnenkant van het laatste deel staat de opsomming van wat de bezitter wel en niet mag en achter wat verboden is wordt een gat gemaakt. Vreemde lust. Als je paspoort ongeldig is geworden en je wilt een nieuw hebben moet je het oude inleveren, en als je teveel gehecht bent aan al die stempeltjes - evenzoveel bewijzen van geslaagde vrijheidsdrang - moet je het even afgeven aan de ambtenaar die ermee in een achterkamertje verdwijnt waar hij er een grote driehoek uit knipt. Zo wordt het tot een geschonden document. Waarom niet een stempel met ONGELDIG dat desnoods met een bureaucratische mep voor je ogen op het fotootje wordt gezet? Geen macht zonder sadisme. De macht van onze bureaucratie doet het met schaar en ponsmachine.

Vergeleken met het Nederlandse rijbewijs is het Amerikaanse een simpel dingetje, een kaartje precies even groot als een credit card. Daar staat alles op: je foto op het bewijs afgedrukt, geboortejaar en datum, nummers, en een lijstje met zesentwintig lichamelijke mankementen, twee beperkingen, strafregister (zet kruisje), tijdstip waarop het ongeldig wordt (vier jaar nadat het is afgegeven), en (om zelf in te vullen) welke organen de eigenaar wil afstaan na zijn dood. Er staat: 'anatomische gift'. Niet voor welk doel. Niettemin, dit is het meest informatieve, en na de postzegel, het meest compacte overheidsdocument dat ik ken.

Wie zijn rijbewijs wil vernieuwen moet daarvoor zelf naar een grote hal in het gemeentekantoor waar de verkeerszaken worden behandeld. Deze hal staat om een uur of tien al stampvol en zoals dat in de paleizen van de bureaucratie gaat: iedere nieuweling raakt in verwarring en voelt zich minderwaardig. Er is een man die de juiste inlichtingen geeft mits je hem nederig genoeg bejegent. Deze functionaris is broodmager, in burger gekleed, zonder das, heeft een geweldige adamsappel en borstharen die als een scheerkwast uit zijn boord groeien. Aan nederige klanten geeft hij een formulier, alsof hij een bedelaar een fortuin bezorgt; de brutalen krijgen geen antwoord.

Het formulier ingevuld, maar nu: waarheen? Alleen de moedigsten gaan opnieuw naar de functionaris; de anderen steken bij elkaar hun licht op, wat tot een veelvoud van verwarring leidt. Het blijkt dat je eerst je foto moet laten maken aan een van de zes loketten waarin een soort camera met flits staat opgesteld, en daaronder een bordje: SMILE. Ik vroeg aan de mevrouw van mijn loket: Smile? Waarom? Dat wist ze niet. Hoeveel foto's maakt u per dag? Tussen de vierhonderd en vijfhonderd. Ze had een accent. Waar komt u vandaan? Uit Puerto Rico, en weet u wat ik graag zou willen? Nee. Dat ik voor iedere foto een dollar kreeg. Ik lachte, ze drukte op een knop, flits, en ik had gesmiled, tegen een mevrouw die uit Puerto Rico was gekomen om per week tweeduizend foto's voor rijbewijzen te maken achter een bordje SMILE.

Waar was het volgende traject? Ik wilde zekerheid en ging weer naar de functionaris. We begonnen elkaar al te leren kennen; zo'n stommerd had hij nog nooit gezien. De gele lijn! riep hij. Ik zag geen gele lijn maar wel een rij in drievoud die tot het einde van de zaal reikte. Amerikaanse rijen zijn anders dan Europese. Bij ons ga je achterelkaar staan en dat is de rij. Hoe lang hij ook wordt, je blijft achter elkaar staan, al is het tot om de hoek van het volgende blok.

In Amerika wordt de rij opgevouwen, overal, op het vliegveld, in de bank en zeker bij de rijbewijzen. Er wordt een samengeperste, zeer langwerpige dubbele of drievoudige S van gemaakt, een sliert met haarspeldbochten. Zo besef je dat je in de rij aan een soort beklimming bezig bent, een horizontale beklimming: van het loket. Dit systeem geeft de Amerikaanse rij twee eigenschappen die de Europese niet heeft: er gaan twee tot drie maal zoveel mensen in dezelfde ruimte, en je komt je rijgenoten een of twee keer tegen. Zo kreeg ik een goed beeld van wie er die dag een rijbewijs wilde hebben.

Deze tijd wordt gekenmerkt door de oplaaiende vijandschap tussen de collectieven. De grote uitzondering daarop is de rij voor het rijbewijs. Op mijn schuifeltocht naar de loketten zag ik vertegenwoordigers van alle groepen die buiten dit gemeentekantoor elkaar naar het leven staan: macho's en feministen, zwarte moslims met het hoofddeksel van hun overtuiging, Arabieren, Sikhs met tulband, orthodoxe joden met pijpekrullen, veel Chinezen en Japanners, een enkele roodhuid, misschien ook een paar Serviërs, in hun draagtelefoon gedempt sprekende, opgewonden zakenmensen, rustig lezende geleerden, pukkelige jongens met de walkman op, alle kleuren, geslachten, voorkeuren, godsdiensten en leeftijden dociel schuifelend op weg naar het loket om hun geld af te dragen voor het rijbewijs; allemaal verenigd in de overtuiging dat ze rechts zouden moeten blijven rijden om het te houden, dat rood stop betekent en groen doorgaan.

Goed beschouwd had ik niet eens een rijbewijs nodig. Maar ik voorzag dat ik na de datum waarop het niet meer geldig zou zijn, me een ander mens zou voelen; niet meer voltooid, met een hiaat in zijn wezen zoals het paspoort dat ik hierboven heb genoemd. Een rijbewijs (voor degene die het heeft, zeg ik er uitdrukkelijk bij, want ik ken een paar rijbewijsloze mensen die nooit zullen weten wat het is en die het daarom nooit zullen missen) is meer dan een document dat het recht geeft tot 'sturen'. Het is een papiertje dat niet vrij is van mystiek, een wonderdocumentje, zoals wordt bevestigd door de verslagenheid van degenen die het is afgenomen. Het wekt een begeren waarin alle stervelingen gelijk zijn en zich met het geduld van gedresseerde dieren in de rij laten drijven.

Hebben ze het eenmaal in hun zak en zitten ze achter het stuur, dan nemen ze revanche; en hoe.

    • S. Montag