Goede bedoelingen

Binnenkort is het boekenbal. Wederom zullen enkele schrijvers, een paar uitgevers, een handvol boekhandelaren, en heel veel jongelui die er gelukkig uitzien of ze zelden iets lezen, pogen om het begin van de boekenweek luister bij te zetten.

Het thema van de festiviteiten is ditmaal poëzie, maar dat mag de pret niet drukken. Meer dan eens heb ik geworsteld met een modern gedicht en telkens verloor het gedicht. Eigenlijk bestaat de meeste poëzie slechts omdat het te pijnlijk is de dichter erop te wijzen dat hij alleen door een gebrek aan talent de regel niet vol krijgt. Dat tactvol zwijgen is goed, want lafheid is het begin van alle cultuur.

Toch lijkt deze houding ons nu op te breken. Nog meer dan koopkracht heeft de samenleving immers lees- en schrijfkracht ingeleverd. Onlangs maakte een boekhandelaar op de televisie hierover een aardige opmerking. Juist door even goedbedoelde als hypocriete maatregelen, is het boek in de sfeer van de bedeling gekomen, zei hij. Gratis bibliotheken, goedkope studenten-readers, kopiëren voor een duppie, de Stichting Leesbevordering - dat alles heeft een fnuikend effect gehad. Het maakte van het boek een aalmoes, bedoeld voor sukkels die hun weg niet weten in het moderne leven. Het is daarom de vraag of de poëzie zal overleven in een tijd waarin meer dan de helft van de Nederlanders niet meer in God gelooft, maar alleen in zichzelf. En dat is, zo men weet, de akeligste van alle religies.