Europa zonder koers

G. van Benthem van den Bergh e.a. redactie: Een Continent op Drift. Over de veiligheid van Europa 250 blz., Van Oorschot 1994, ƒ 29,90

Europa dat veertig jaar aan de ankers van de Koude Oorlog lag, is losgeslagen en op drift geraakt. Wat is er mis gegaan in de afgelopen jaren? Kan een klein land als Nederland nog iets doen om grotere rampen te voorkomen?

Het zijn vragen die aan de orde komen in een onlangs onder auspiciën van de Atlantische Commissie verschenen bundel met bijdragen van veiligheidsdeskundigen. Het eerste dat opvalt bij deze bundel is dat niet alleen het continent op drift is geraakt, maar ook de veiligheidspolitieke elite van Nederland.

In de analyse van wat er mis gegaan is vlak na de omwenteling van 1989 treft men tussen de auteurs nog wel overeenkomsten aan, maar over wat er in de nabije toekomst zou moeten gebeuren lopen de meningen nogal uiteen. Zo neemt Europarlementariër De Vries stelling tegen een uitbreiding van de NAVO met de landen in Midden- en Oost-Europa. Zolang wij niet bereid zijn te sterven voor Bratislava, mogen geen veiligheidsgaranties aan Oost-Europa worden gegeven. Beter geen beloftes dan loze beloftes. Een auteur als Siccama breekt echter een lans voor het betrekkelijk snel opnemen van deze landen in het Atlantische Bondgenootschap. Beter nu integreren dan later moeten interveniëren, zo luidt zijn devies.

Vraagtekens

Er zijn meer verschillen. Bart Tromp relativeert de huidige pogingen om tot Europese eenwording te komen door deze te vergelijken met eerdere momenten in de geschiedenis waarop het begrip 'Europa' in de machtspolitiek een belangrijke rol speelde. Aan de hand van een aantal historische analogieën zet hij vraagtekens bij de vaak verkondigde stelling dat de huidige Europese samenwerking vroeg of laat onvermijdelijk ook tot politieke eenwording zal leiden. Zijn conclusie wordt ondersteund door de analyse die Koch heeft gemaakt van de weinig verheffende rol die de EG-landen hebben gespeeld in het Joegoslavische conflict.

De scepsis over Europa is een van de weinige rode draden in het boek. Van Staden stelt dat de NAVO slechts een toekomst heeft indien Europa politiek de koppen bij elkaar steekt om een gelijkwaardige partner van de Verenigde Staten te worden. Hij geeft toe dat het geval-Joegoslavië pijnlijk duidelijk heeft gemaakt hoe verdeeld Europa is, maar dat zou voor een deel te maken hebben met een Westeuropese 'verslaafdheid' aan Amerikaans leiderschap.

Brands en Havenaar betogen daarentegen dat de Europeanen het Amerikaanse leiderschap ook in de toekomst hard nodig zullen hebben omdat ze zelf niet in staat zijn hun eigen huis ook maar enigszins op orde te krijgen. Dus toch meer dan alleen 'ontwenningsverschijnselen'?

Hoe het ook zij, er zijn in Europa en in de wereld ook na de Koude Oorlog nog grote gevaren aanwezig. Zo zijn de kernwapens de wereld nog niet uit. Gelukkig, aldus Van Benthem van den Bergh die de gemeenschappelijke afschrikking van de vijf grote kernwapenmogendheden als een belangrijke verworvenheid omschrijft en erop vertrouwt dat ondanks alle veranderingen de nucleaire wapens hun matigende kracht blijven behouden. Homan wijst er evenwel op dat een aantal landen op het punt staat de nucleaire drempel te overschrijden of dat waarschijnlijk al gedaan heeft. Zullen deze nieuwkomers zich houden aan het gereguleerde gedrag van de Grote Vijf?

Harde conclusie

De bundel wordt afgesloten met een prikkelend betoog van Scheffer over de vraag of het zo langzamerhand geen tijd wordt om wegens de sterk veranderde wereld en het op drift geraakte Europa, in de Nederlandse buitenlandse politiek de bakens te verzetten. Kan Nederland nog voort met een politiek die ons als kleine natie wil vrijwaren van continentale conflicten en rivaliteiten tussen landen die ons niet of nauwelijks zien staan? De bekende formule van Atlantische samenwerking en Europees federalisme lijkt geen soelaas meer te bieden.

In zijn bijdrage wordt een harde conclusie getrokken over de 'zwarte maandag' van de Nederlandse diplomatie, toen in oktober 1990 het Nederlands ontwerp-verdrag voor de Europese Politieke Unie door de andere landen van tafel werd geveegd. Geen taxatiefout, oordeelt Scheffer, maar het einde van een lange traditie van zelfbedrog: de illusie van een klein land dat de juridische constructies binnen de Europese Gemeenschap politieke machtsverschillen zouden kunnen wegnemen. Ook wordt de vraag gesteld of het wel zo verstandig is van de Nederlandse regering geen wezenlijk verschil meer te maken tussen de eigen veiligheidsbelangen en het opkomen voor de internationale rechtsorde. Het maken van een dergelijk onderscheid is niet zo eenvoudig. Zijn onze militairen in het voormalige Joegoslavië terwille van de internationale rechtsorde of ook omdat een dergelijk voortsmeulend Europees conflict de Nederlandse veiligheidsbelangen raakt?

De bundel kan worden beschouwd als een tijdsopname van een continent dat stuurloos lijkt rond te drijven. Over de vraag hoe fatale averij kan worden voorkomen bestaat nog geen ondubbelzinnig antwoord.

    • Joop Veen
    • Secretaris van de Adviesraad Vrede