Duitsland; Midden in Europa

Het heette toeval te zijn. Op uitnodiging van de Duitse minister van buitenlandse zaken, Klaus Kinkel, brachten de drie Baltische minister van buitenlandse zaken deze week een bezoek aan Bonn. Vrijwel tegelijkertijd arriveerde de Russische minister van defensie, Pavel Gratsjov, voor een ontmoeting met zijn Duitse collega Volker Rühe. Als er geen sprake van regie was, dan was het toeval in elk geval indicatief voor de positie die Duitsland midden in Europa begint in te nemen.

Het was vlak na de NAVO-top, begin januari in Brussel, dat Kinkel zijn drie collega's uitnodigde: Jüri Luik van Estland, Georgs Andrejevs van Letland en Povilas Gylys van Litouwen. Tijdens die top bereikten de zestien lidstaten van de verdragsorganisatie overeenstemming over Partnership for Peace, het programma dat militaire samenwerking beoogt tussen de NAVO en de landen van Midden- en Oost-Europa, zonder die landen een expliciete veiligheidsgarantie te bieden. De Baltische landen hebben zich inmiddels voor deelname aan het programma aangemeld, terwijl ook de Russen er belangstelling voor hebben getoond.

Deze week maakte Kinkel de Baltische ministers duidelijk dat hij bereid is als een soort advocaat voor hen op te treden in hun problematische relatie met Rusland. Hij steunde hen in hun verlangen dat de 20.000 Russische militairen die nog in Estland en Letland gelegerd zijn uiterlijk op 31 augustus vertrekken, zoals eerder was overeengekomen. “De datum van 31 augustus kan niet langer in twijfel getrokken worden door nadere voorwaarden. Er is ook geen enkele reden om de terugtrekking te verbinden met wat voor voorwaarden dan ook”, aldus de Duitse minister.

De drie Baltische landen zien in die steun een welkom tegenwicht tegen de Russische invloedssfeer, die men daar nog altijd als een potentiële bedreiging beschouwt. De Russische minister van buitenlandse zaken, Andrej Kozyrev, rekent de Baltische landen immers tot het 'nabije buitenland', aldus de Estse minister Luik in Bonn. En de Russische minister van defensie, Gratsjov, heeft te kennen gegeven niet van plan te zijn de Russische troepen eind augustus weg te halen als er geen waterdichte garanties komen voor de Russische minderheden in Estland en Letland, respectievelijk 33 en 28 procent van de bevolking. “Wie kan van ons eisen dat we ons terugtrekken, men kan ons wat vragen, maar niemand kan eisen”, zo riep hij in Bonn uit.

Duitsland voelt zich verantwoordelijk voor de ontwikkelingen in de drie Baltische landen. Cultureel en historisch zijn ze steeds met Noord- en West-Europa verbonden geweest. De vroegere samenwerking tussen de Hanze-steden, van Zutphen en Deventer tot Riga en Tallinn, was daarvan de meest tastbare vorm. In 1939 'verkocht' Hitler de drie landen, die in 1918 onafhankelijk waren geworden, aan Stalin. Een paar jaar later verbrak Hitler dat akkoord in een poging de Duitse macht in oostelijke richting uit te breiden. Die historie maakt de Duitse bemoeienis met de Baltische kwestie tot een politiek netelige zaak. Men beseft in Bonn dat men in Moskou niet direct op Duitse bemiddeling in deze kwestie zit te wachten. Het woord bemiddeling wordt dan ook nadrukkelijk gemeden in Bonn.

Omzichtigheid kenmerkte dan ook Kinkels optreden deze week. Nadat hij de drie Baltische collega's had laten weten voor handhaving van het overeengekomen tijdschema te zijn voor het vertrek van de Russische troepen, deed hij een beroep op hen zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de gevoeligheden in Moskou met betrekking tot de etnische Russen in die landen. Bovendien vroeg Kinkel de regering van Letland in te stemmen met de handhaving voor een periode van vier jaar van een Russische eenheid van enkele honderden militairen bij het Skundra-radarstation.

Vorige week zaterdag schreef Kinkel in een artikel in Die Welt dat het “imperiale denken in invloedssferen” uit de tijd van Hitler en Stalin niet mag worden overgedaan. “De Baltische landen zijn een toetssteen voor de werkbaarheid van toekomstige Europese veiligheidsafspraken”, aldus de minister. Wanneer Duitsland op 1 juli voor een half jaar voorzitter van de Europese Unie wordt, krijgt Kinkel een door het verenigde Europa gesanctioneerde armslag om toe te werken naar een geassocieerd lidmaatschap van de drie Baltische landen van de Europese Unie. Naar verluidt zou de Duitse minister zijn voorzitterschap graag bekronen met de afronding van een associatie-overeenkomst. Ook zou de minister tijdens het overleg van de Westeuropese Unie in mei de officiële betrekkingen met de Baltische landen willen versterken. Intussen doet hij zijn uiterste best de Russen te overtuigen van het voordeel dat ze zouden kunnen trekken uit deze ontwikkeling. Zou een welvarend Balticum voor de Russen geen poort naar het Westen kunnen worden?

“Stap voor stap groeit de Duitse buitenlandse politiek in haar nieuwe rol. Wat vroeger met het chequeboek te regelen was, moet nu met de diplomatie geprobeerd worden”, schreef de Süddeutsche Zeitung deze week in een commentaar. In dat verband past ook de diplomatieke rol die de Duitsers eind vorige maand achter de schermen speelden bij de Amerikaanse en Russische inspanningen om te komen tot een vredesregeling in Bosnië. Duitsland wordt politiek actiever, al voltrekt het proces zich op kousevoeten.