De onstuitbare opmars van een Italiaanse media-mogul; Citizen Berlusconi

Sinds Berlusconi-bestrijder Gianfranco Mascia werd verkracht met een bezemsteel, staat de term 'Mascia' voor de angst voor rechts geweld. En voor verzet tegen de combinatie van politieke ambities en mediamacht. Want meer nog dan van anonieme dreigtelefoontjes heeft links in Italië te vrezen van Berlusconi's monopolie op de commerciële televisie. Vooruitlopend op de verkiezingen werd de kandidaat-premier op zijn eigen zenders schaamteloos opgehemeld. 'God kiest voor Berlusconi, de duivel voor ex-communist Occhetto.'

Het is vrijdagochtend, tegen elf uur. De mist hangt dicht in de straten van Ravenna en dempt de geluiden. Het is een van de vele winterdagen dat de Po-vlakte de zon niet ziet. In een kantoortje niet zo ver van de havenkades zit Gianfranco Mascia achter zijn computer. Hij heeft een public-relationsbureautje en werkt tussendoor tientallen ideeën uit. Mascia is activist van de Groene partij, verspreidt pacifistisch materiaal, beheert een 06-nummer over tarotkaarten en heeft landelijke bekendheid gekregen als de oprichter van een protestbeweging tegen mediamagnaat en kandidaat-premier Silvio Berlusconi. Mascia is alleen, ondanks een reeks onheilspellende telefoontjes waarin hij is uitgescholden voor smerige communist, imbeciel, bastaard en lul en in vulgaire krachttermen is bedreigd. 'We weten wie jullie zijn en waar jullie zitten. Klootzakken'', was een van de boodschappen op zijn antwoordapparaat.

De dag daarvoor had zijn zaktelefoon gepiept. 'Je bent te ver gegaan. Ik zou maar oppassen'', zei zijn anonieme beller. 'Ik neem aan dat ik nu bang moet worden'', had Mascia geantwoord. Dat spottende antwoord heeft waarschijnlijk aan de andere kant alle stoppen doen doorslaan. Die vrijdagmorgen 18 februari komen er twee kortgeknipte jonge mannen zijn kantoor binnen. Eén opent de andere deuren om er zeker van te zijn dat er verder niemand is. 'Jij bent Mascia? Dan weet je waarom we hier zijn'', zegt de ander. Vrijwel meteen krijgt hij een klap op zijn hoofd, al is dat nog niet genoeg om buiten westen te raken. Zijn aanvallers binden hem vast en stoppen een handdoek in zijn mond zodat hij niet kan schreeuwen. Eén van hen komt terug met een bezemsteel. Ze stropen zijn broek naar beneden. Van wat er daarna is gebeurd zegt Mascia zich niets meer te kunnen herinneren. Een toevallige voorbijganger treft hem bloedend aan. De helft van zijn weelderige zwarte lokken is weggeknipt.

'Ik ben bang'', zegt hij vijf dagen later op een emotionele persconferentie in Ravenna. 'Dit is geweld zonder enige logica.'' Zijn ogen zijn half dicht, mogelijk door kalmerende middelen. Zijn hoofd gaat schuil onder een wollen muts. Hij praat traag, moeizaam, vaak naar woorden zoekend. Af en toe komen de tranen en moet hij troost en beschutting zoeken bij een vriend. Hij is duidelijk nog in de war. Zijn zinnen zijn zonder veel emotie, maar door de trage woordenstroom en gepijnigde blik heen gaapt voor iedereen zichtbaar een enorme psychische wond.

Hij wil uitdrukkelijk de aanval op hem niet in verband brengen met zijn actie tegen Berlusconi, hoewel de dreigtelefoontjes daar wel naar verwezen. 'Ik weiger welke verklaring dan ook te geven voor wat er is gebeurd'', zegt Mascia. 'Er kan geen enkele rechtvaardiging voor zijn.'' Hij voegt daaraan toe dat de acties van de BoBi-comités zullen doorgaan, hoe dan ook.

Boycot de slang

BoBi staat voor Boicottiamo il Biscione, laten we de slang boycotten, in een verwijzing naar het beeldmerk van de Fininvestgroep van Silvio Berlusconi. Het eerste comité, dat van Ravenna, is in november opgericht door Mascia. Andere steden zijn snel daarna gevolgd. De BoBi's zeggen dat ze het niet zozeer gemunt hebben op Berlusconi als wel op de combinatie van grote mediamacht en politieke ambities, een schending van de democratische spelregels. Ze roepen mensen op om geen boodschappen te doen bij de Standa, de warenhuisketen van Berlusconi, en niet naar zijn commerciële zenders te kijken. Het laatste idee van Mascia was een open brief aan Ruud Gullit, die bij Sampdoria de sterren van de hemel speelt. Hierin riep hij Gullit op om niet in te gaan op suggesties van Berlusconi dat hij zou kunnen terugkeren naar zijn AC Milan. Gezien deze link naar het voetbal zoekt de politie de daders van de aanslag op Mascia in eerste instanties onder de ultrà in de supporterclubs van Milan.

Veel succes hebben de boycotacties van de BoBi's tot nu toe niet gehad. De kijkcijfers van Canale Cinque, Rete Quattro en Italia Uno blijven hetzelfde en de uitverkoop bij de Standa trekt veel klanten. Maar de twee mannen die Mascia met een stok hebben verkracht, hebben hun vijand wel enorme publiciteit gegeven. Hoewel het slachtoffer zelf bij herhaling heeft gezegd dat er geen politiek gebruik mag worden gemaakt van het geweld tegen hem, is 'Mascia' een sleutelwoord geworden in de strijd van links tegen Berlusconi. Het staat voor de angst voor een golf van rechts geweld en voor verzet tegen de combinatie van politieke ambities en mediamacht.

De avond na Mascia's persconferentie stromen meer dan tweeduizend mensen naar het Piazza del Popolo van Ravenna, het centrale plein van de stad, om hun solidariteit met hem te betuigen. Het is vochtig koud. De mensen staan met hun voeten te stampen op de grond en veroorzaken wolkjes bij het praten. Een vrouw reageert emotioneel op de vraag waarom ze is gekomen. 'Ik ben er erg van onder de indruk dat ze zoiets kunnen doen tegen iemand, alleen maar omdat hij andere ideeën heeft'', zegt ze, terwijl de tranen in haar ogen schieten. Op een groot tv-scherm wordt een interview getoond in Il Rosso e il Nero, rood en zwart, een spraakmakend tv-programma dat die avond is gewijd aan de angst voor rechts geweld. Doodstil volgen de mensen het korte gesprek waarin Mascia vertelt dat hij probeert de aanval op hem te rationaliseren.

'Het lukt me niet. Ik had kritiek verwacht, een aanklacht wegens laster misschien. Maar geen geweld. Geweld is niet logisch. De negatieve dingen bevallen me niet.'' Een luid applaus klatert op tegen het paleis in Venetiaanse stijl dat het plein flankeert.

'Wat voor een land zijn we aan het worden?'', vraagt een oudere man daarna, terwijl op het podium boodschappen van solidariteit met Mascia worden voorgelezen. 'We hebben dit geweld al eerder gezien. Het zijn dezelfde squadristi als vroeger'', zegt hij in een verwijzing naar de knokploegen van Mussolini. De aanval op Mascia is niet het enige incident van de afgelopen weken. In Ostia, het Zandvoort van Rome, is een Tunesiër in elkaar geslagen, in een beestachtige actie zonder politieke achtergrond. Op veel plaatsen laten groepen rechtse jongeren dreigende taal horen. Ook in Bologna, Florence en Rome hebben BoBi-comités dreigende telefoontjes gehad. Niemand beweert dat Berlusconi aanzet tot fysiek geweld, of dat zijn politieke partners bij de parlementsverkiezingen van eind deze maand, de protestpartij Lega Nord en de neofascistische partij, dat doen - sommigen komen met de theorie dat een deel van de neofascisten zich agressief gaat gedragen omdat zij zich niet meer herkent in de gematigde koers van partijleider Gianfranco Fini. Maar het gescheld van Lega Nord en de oorlogstaal die Berlusconi gebruikt in zijn campagne om te voorkomen dat links aan de macht komt, scheppen een voedingsbodem.

Berlusconi, Fini en Legaleider Umberto Bossi hebben de aanvallen veroordeeld, maar konden niet de indruk wegnemen dat dit een verplicht nummer was. Op de protestmanifestatie in Ravenna waren geen vertegenwoordigers van hen aanwezig, officieel omdat de bijeenkomst te politiek gekleurd was. Veel aanhangers van de linkse coalitie zeggen het niet te vertrouwen. In een verwijzing naar het drankje dat de fascistische knokploegen in de jaren twintig en dertig hun tegenstanders lieten slikken, zegt een meisje: 'Er komt een klimaat van wonderolie op.''

Dergelijke beschuldigingen laten zien dat de verkiezingscampagne steeds meer gaat lijken op de felle strijd tussen links en rechts in 1948, waarin het Russische communisme en het Amerikaanse kapitalisme over en weer op groteske manieren werden afgeschilderd. Waar Berlusconi waarschuwt voor de wederopstanding van Stalin, haalt de oud-communistische Democratische Partij van Links, de spil van de linkse coalitie, rechtse knokploegen uit de kast. Het is een koekje van eigen deeg en tegelijk een herinnering aan het feit dat bij rechts de handen losser zitten dan bij links.

Een echte opleving van fysiek geweld is op dit moment niet zichtbaar en is ook onwaarschijnlijk. Meer hout snijdt het bezwaar van links dat Berlusconi, die als ondernemer de open markt predikt, concurrentievervalsend werkt omdat hij de controle heeft over de drie belangrijkste commerciële zenders.

Mediamonopolie

'Wij zijn de Greenpeace van een democratische en pluralistische informatie'', roept een medestander van Mascia de mensen op het Piazza del Popolo toe vanaf het podium. Hij legt uit dat de BoBi's een einde willen maken aan het feitelijke monopolie dat Berlusconi nu heeft op commerciële televisie. Bovendien vinden zij dat Berlusconi voor een politicus teveel invloed heeft in de geschreven pers. Hij is eigenaar van de uitgeverij Mondadori, die behalve boeken een heel scala aan tijdschriften op de markt brengt, waarvan de meeste gretig hun broodheer dienen. Tegen alle wettelijke voorschriften in controleert hij ook nog een krant, Il Giornale uit Milaan, waar hij de hoofdredacteur heeft weggejaagd toen die weigerde His Master's Voice te spelen. De BoBi's eisen nieuwe regels voor de media, om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen economische macht, politieke ambities, en invloed op de publieke opinie.

De aanloop naar de verkiezingscampagne, die deze week officieel is begonnen, heeft laten zien dat Berlusconi soms schaamteloos wordt verheerlijkt op zijn eigen tv-netten. Formeel heeft hij er niets meer over te zeggen. Berlusconi heeft al zijn bestuursfuncties in de Fininvest-holding overgedragen aan zijn rechterhand, Fedele Confalonieri. Maar de praktijk laat zien hoe de verhoudingen echt liggen. Twee van zijn drie zenders putten zich uit in reportages en interviews over Forza Italia (Hup Italië), zoals Berlusconi zijn beweging heeft genoemd. Alles en iedereen wordt ingezet. In het populaire programma Non è la Rai, dat bestaat bij de gratie van tientallen jonge meisjes in badpak, zegt het zestienjarige sterretje Ambra Angiolini: 'God kiest voor Berlusconi, terwijl de duivel voor Occhetto is'', de leider van de ex-communisten. Precies zoals het haar is ingefluisterd door de kleffe presentator van het programma. Een onschuldig grapje, is diens verweer.

Berlusconi heeft de kennis in huis en de mogelijkheden om zijn optreden zorgvuldig te regisseren. Zijn intrede in de politiek maakte hij niet bekend op een persconferentie, maar via een opgenomen cassette die aan alle journaals werd gezonden. Zo konden er geen lastige vragen worden gesteld. Over de lens van de camera was een dameskous gespannen om het beeld wat warmer en in soft focus te krijgen.

Zijn zenders Rete Quattro en Italia Uno hebben gezorgd voor aangename interviews en gaven ook andere kandidaten van Forza Italia veel publiciteit. Er gaat geen journaal of praatprogramma voorbij zonder dat de partij wordt genoemd. De tv-zenders zijn wapens in de politieke strijd geworden.

De anderen doen het ook, is het verweer van aanhangers en kandidaten van Berlusconi. De staatszender Rai is lange tijd een speelbal geweest in handen van de politieke partijen. De drie grootste partijen hadden ieder een eigen net. Het journaal van Rai Uno liet de christen-democraten en de paus aan het woord. TeleCraxi, zoals het journaal van Rai Due spottend werd genoemd, was een spreekbuis voor de socialistische partij. En TeleKabul op Rai Tre verspreidde het nieuws vanuit de optiek van de ex-communistische partij.

Officieel is deze verzuiling binnen de media ongedaan gemaakt, maar oude gewoontes slijten langzaam. Een veelbekeken uitzending als Il Rosso e il Nero op Rai Tre is een goed gemaakt, avondvullend programma dat vaak voorop loopt bij het aan de kaak stellen van misstanden, maar het is vooral een arena waar rechts het publiek en de scheidsrechter tegen zich heeft. Berlusconi heeft zich alleen nog maar telefonisch in deze leeuwenkuil gewaagd. De neofascistische leider Gianfranco Fini was minder bang en dankt een deel van zijn groeiende populariteit aan de heldere en beheerste manier waarop hij zijn standpunten in deze uitzending heeft verdedigd.

Dat Berlusconi de slechte gewoontes van de Rai heeft overgenomen, maakt hem minder nieuw dan waarvoor hij zich uitgeeft. Hij vermijdt de direce confrontatie met zijn politieke tegenstanders en heeft zich sinds zijn intrede in de politiek nog niet gewaagd aan een echte persconferentie. Een ontmoeting met de pers vorig jaar, na zijn verklaring dat hij bij het burgemeestersduel in Rome tussen Fini en de Groene kandidaat Rutelli op Fini zou stemmen, heeft hem geleerd dat er veel kritische vragen zouden komen. Daarom blijven nu belangrijke vragen hangen. Wie betaalt precies de campagne van Forza Italia? Hoe zit het met de vermenging van mensen en faciliteiten tussen de partij, Berlusconi's reclamebureau Publitalia en zijn tv-

zenders? Hoeveel voormalige christen-democraten en socialisten zijn er precies overgestapt naar Forza Italia, in een poging tot politieke recycling? Hoe diep zit zijn Fininvest-groep in de schulden? Ook episodes uit zijn verleden, die voor iemand met ambities voor het premierschap belangrijker zijn dan voor een ondernemer, blijven onopgehelderd. Wie heeft precies het startkapitaal gegeven waarmee hij zijn carrière als projectontwikkelaar is begonnen? Waarom heeft hij zich eind jaren zeventig laten inschrijven bij de vrijmetselaarsloge Propaganda Due, later verboden omdat zij een staat binnen de staat probeerde te vormen?

Interne strijd

De manier waarop op Berlusconi's eigen zenders propaganda is bedreven, heeft tot knallende ruzies in eigen huis geleid. Op 6 februari werd de eerste voor de pers toegankelijke bijeenkomst van Forza Italia gehouden. Het journaal van Rete Quattro zond de toespraak van Berlusconi, van bijna een uur, integraal uit en kondigde voor de avond een herhaling aan. Woedend liet Enrico Mentana, de hoofdredacteur en presentator van het journaal op Berlusconi's Canale Cinque, de kijkers 's avonds weten dat hij zou opstappen als zijn collega's zo zouden doorgaan. Hij won half, want Rete Quattro kwam inderhaast met een film en liet Berlusconi pas 's avonds laat nog een keer zien.

'Als je als journaal in een verkiezingscampagne één bepaalde politieke partij steunt, dan verstoor je het evenwicht'', zegt Mentana achter zijn bureau aan de Aventijn, een van de zeven heuvels van Rome. 'Een tv-journaal moet onpartijdig zijn. Je moet proberen het kleur en vorm te geven, maar het moet onafhankelijk zijn.''

De 39-jarige journalist, bijgenaamd 'de mitrailleur' omdat hij zo snel praat, leidt het vlaggeschip van Berlusconi, TG5, het telegiornale op Canale Cinque. In 1992, toen Berlusconi rechtstreeks mocht gaan uitzenden, kreeg hij de kans om een nieuw journaal te maken. In die korte tijd heeft hij van TG5 een nieuwsbron gemaakt die meestal sneller, beter en vollediger is en in ieder geval minder politiek gekleurd dan de grootste concurrent, het journaal van Rai Uno.

'Dat succes maakt mijn onafhankelijkheid mogelijk'', zegt Mentana, terwijl hij af en toe naar zijn computerscherm kijkt als de persbureaus hun nieuws met piepjes aankondigen. 'Een uitgever heeft twee doelen: meer verdienen en een journaal maken volgens zijn lijn. Hoe meer hij verdient, hoe minder belangstelling hij heeft voor de lijn van het journaal. Als je onafhankelijk bent, val je bij meer mensen in de smaak. Anders zouden er minder mensen kijken. Onafhankelijkheid garandeert me zowel kijkers van links als van rechts. Een deel van het succes komt omdat ik heb laten zien dat ik buiten de politieke strijd sta.''

Mentana zegt het wel te kunnen begrijpen dat zijn collega Emilio Fede van Rete Quattro een andere lijn volgt. Het past in de traditie die binnen de televisie is gegroeid. De controle van de politieke partijen over de Rai was zo groot dat zij besloten wie de leiding kreeg, wie er werd aangenomen en wie promotie kreeg. Door die politisering hebben veel journalisten zich aangepast aan de wensen van de baas, of dat nu een partij was bij de Rai of Berlusconi bij de commerciële tv. 'Ik hoef het niet te doen want ik heb succes, maar ik begrijp dat anderen wel rekening houden met de mening van de eigenaar, de uitgever. Hij legt tenslotte het geld op tafel.''

'Berlusconi is erg handig'', zegt Mentana. 'Als hij op straat iemand tegenkomt die hem vraagt: Waarom staat Mentana niet achter je?, dan kan hij zeggen: Maar ik heb Fede toch. Als iemand anders zegt dat het schande is wat Fede doet, dat die veel te partijdig is, kan Berlusconi antwoorden: Kijk dan naar Mentana.''

Mede onder druk van Mentana hebben de Rai en Fininvest een gedragscode opgesteld voor politieke uitzendingen. Sprekers moeten evenveel tijd krijgen en mogen niet worden onderbroken. Opiniepeilingen of telefoontjes van kijkers zijn verboden. Het publiek moet evenredig verdeeld zijn over aanhangers van de kandidaten die aan de uitzending deelnemen. In de eerste week van de campagne zijn deze regels redelijk opgevolgd, maar de strijd wordt fel gestreden en duurt nog drie lange weken.

Berlusconi heeft wel zijn invloed als uitgever gebruikt om drie boeken op de markt te brengen van denkers naar wie hij graag verwijst, alle drie met een voorwoord van hemzelf. Hij prijst Lof der zotheid van Erasmus als een ode aan de creativiteit, een woord waarbij hij vooral aan ondernemers denkt. De vorst van Machiavelli is uitgegeven omdat het land een verlosser nodig heeft. En Thomas More's Utopia wordt door Berlusconi aanbevolen als een pleidooi voor de vrije geest - More's kritiek op een kapitalistische samenleving raakt in het voorwoord op de achtergrond.

Die drie boeken zijn een synthese van het politieke credo van Berlusconi. In zijn strakke regie van de media doet hij denken aan Ronald Reagan en in zijn beloftes heeft hij veel weg van Margaret Thatcher. Met een verwijzing naar de snelle economische groei in de jaren na de oorlog zegt Berlusconi dat zijn doel een tweede Italiaanse wonder is. Hij belooft een miljoen nieuwe arbeidsplaatsen. Begin deze week maakte hij het programma van Forza Italia bekend: minder staat, meer vrijheid voor de ondernemer, minder belastingen, meer geld voor defensie en justitie, aanpak van het begrotingstekort.

De rekensommen om de voorstellen kloppend te maken, ontbreken. Voor veel kiezers is dat niet zo belangrijk, z blijkt uit de opiniepeilingen. Berlusconi staat op voorsprong en lijkt met zijn alliantie-genoten af te steven op een overwinning. Zijn oude vriend Bettino Craxi, wiens corruptieproces vlak na de verkiezingen begint, heeft hem omschreven als 'de nieuwe man' in de Italiaanse politiek. Zelfs deze kus des doods heeft Berlusconi overleefd. Instinctief kiezen veel Italianen voor de man met het imago van de succesvolle ondernemer, iemand met gouden handen. Dat in zijn programma niets over het mediabeleid staat, deert hen niet. De Italiaanse democratie is toch altijd een democratie met gebreken geweest.

    • Marc Leijendekker