De lange mars naar het dorpsplein

Democratie is voor gezellige mensen. Gezellige mensen zijn mensen die graag bij elkaar zijn, goed met elkaar kunnen opschieten, samen overal uit komen, die wat voor elkaar over hebben en altijd een goed humeur bewaren. Gezellige mensen zijn nooit eenzaam want er is altijd aanloop. Gezellige mensen zijn sociaal geïntegreerd of nog mooier gezegd 'maatschappelijk geworteld'. Vandaar dat ze iedereen in de buurt kennen en iedereen hen kent. Deze gezelige mensen kwamen vroeger in Nederland bijna in elke sociale laag voor. Vooral de arbeidersklasse zat er vol mee. En juist met deze mensen was het zo verdomd aardig politiek bedrijven. Ze stonden hun mannetje, kenden hun zaakjes, waren er altijd als je ze nodig had, en waren loyaal aan de partij tot in het graf. Op de stem van de gezellige mensen kon je rekenen. Democratie was met hen kinderspel.

Met ongezellige mensen gaat het allemaal veel moeilijker. Deze categorie komt alleen naar een vergadering als er iets te klagen valt, luistert niet naar je en stemt altijd op de verkeerde partij. Deze ongezellige mensen houden niet van andere mensen en verschuilen zich in monotone flatwijken waar ze zich avond na avond zitten te ergeren aan het geblaf van de waakhond van hun ongezellige buren. Deze mensen kwamen vroeger ook voor, maar vooral op het platteland waar de mensenbeschaving nog niet was doorgedrongen. Een politiek relevante categorie vormden ze zeker niet.

Tegenwoordig ligt dit helaas anders. In de grote stedelijke gebieden hebben de ongezelliggen de gezelligen zelfs verdrongen. Zoals blijkt uit de gemeenteraadsverkiezingen. Want hoe is anders de grote overwinning te verklaren van de zeurderige klaag- en protestpartijtjes die de komende vier jaar het soepele bestuurswerk in menige gemeente ernstig gaan frustreren? Dat is toch de schuld van al die gedesintegreerde, ontwortelde spelbrekers uit de verloederde nieuwbouw? Voor dit nare soort mensen is de democratie niet ontworpen. Als er nog meer van dit slag bijkomen moet zelfs gevreesd worden voor een beschamend einde van ons parlementair stelsel, waarschuwen verstandige commentatoren voortdurend. De 'maatschappelijke ontbinding' zal dan niet lang op zich laten wachten.

Gelukkig lezen politici ook de krant en hebben ze de boodschap begrepen. Het CDA kwam terug op haar besluit de gezellige kienavonden voor bejaarden financieel onmogelijk te maken. Frits Bolkestein verklaarde haastig de Bijbel eens te gaan lezen om te kijken of daar iets te vinden was waarmee hij de negatieve burger kon 'bezielen' en het dynamische duo Vreeman & Rottenberg zwaaide drie dagen na de verkiezingen al met een nota waarin zij een strategie ontvouwden om de ongezellige buurtbewoner weer bij de club te betrekken. Zij “willen vriendelijk gaan infiltreren in de haarvaten van de stedelijke samenleving”. Op het partijbureau heeft men klaarblijkelijk, gezien de beeldspraak, eindelijk het anti-virus gevonden waarmee het immuun-systeem van de democratie weer hersteld kan worden. Nadere bestudering van de PvdA-plannen leert echter dat het nieuwe geneesmiddel niet veel anders is dan het zoveelste organisatieadvies uit de snelkookpan van de tweezitters. En het geurt ditmaal opmerkelijk ouderwets. De sociaaldemocraten gaan zestig 'stedelijke centra' opzetten van waaruit politici op de burger afgestuurd worden. In die centra zitten 'drie deskundigen' die de politici ondersteunen en blijven motiveren als hun missie in de wijken en buurten niet zo succesvol verloopt. Tussen deze politieke commandoposten en de landelijk opererende politici komen 'verbindingsofficieren' die ervoor zorgen dat de marsorders overal op tijd ontvangen en begrepen worden. Het produkt van deze organisatievorm, die overigens gejat is van het Leger des Heils, zal de 'permanent persoonlijk betrokken' politicus zijn die door zijn warme aanwezigheid de verkalkte haarvaten zal doorbloeden en de kille eenzaamheid uit de stadswoestijnen zal verdrijven. Want “actief zijn in de buurt, door bijvoorbeeld huiskamerbijeenkomsten, referenda, rondetafelgesprekken kan politieke integratie en sociale binding versterken”, schrijven Vreeman & Rottenberg.

De geest van de legendarische opbouwwerker Piet Reckman is weer uit de fles, samen met die van majoor Bosshardt.

Zal het helpen? Misschien als men in de buurtkroeg een eind met de ongezellige klager meelult, zoals de Socialistische Partij doet, ja, dan is er weer enige stemmenwinst te verwachten. Maar als het doel hoger ligt, en dat mag men na honderd jaar sociaal-democratie toch wel verwachten, zal de vriendelijke infiltratie een lange, lange mars worden, terug naar het gezellige dorpspleintje dat zo hoopvol in de stedelijke nieuwbouw ligt uitgespaard.

    • Jaap Boerdam