Comité moet burger dichterbij EU brengen

BRUSSEL, 12 MAART. De Europese Unie is weer een instelling rijker. Deze week werd de Franse politicus Jacques Blanc gekozen tot voorzitter van het Comité van de Regio's, een adviesorgaan dat zich moet buigen over de regionale toepassing van besluiten die door de Europese Commissie genomen worden.

Het comité heeft de niet eenvoudige taak de kloof tussen Europa en de burger te verkleinen en moet volgens de voorzitter van de Europese Unie, Jacques Delors, de “democratische legitimiteit” van de Unie vergroten. In het comité zitten 189 vertegenwoordigers van Europese regio's, onder wie twaalf Nederlanders. De Nederlandse delegatie moet in kaart brengen hoe de centrale richtlijnen uit Brussel in de Nederlandse regio's uitpakken, zonder daarbij het “Europese belang” uit het oog te verliezen, of met andere woorden, zonder alleen maar voor de eigen belangen op te komen.

De commissaris van de koningin in Zeeland, M.W.T. van Gelder is een van de Nederlandse vertegenwoordigers. Hoewel hij het “geharrewar” over de stemming woensdag niet “verheffend” vond (Blanc werd met 56 stemmen verkozen boven de Vlaamse minister-president Van den Brande en de burgemeester van Barcelona, Pasquall Maragall) en hij liever Van den Brande als voorzitter gezien gehad, is hij van mening dat het comité met “regionale kopstukken” als de president van Catalonië, Jordi Pujol, en de premier van Noordrijn-Westfalen, Johannes Rau, “in potentie” veel kan uitrichten. “Het gewicht is er. De vraag is of we het ook met elkaar eens zullen worden.”

Het comité dat een budget heeft van 12 miljoen ecu (ongeveer 26 miljoen gulden) moet adviezen geven op het gebied van onderwijs, cultuur, volksgezondheid, trans-Europese netwerken en economie in de regio's. Van Gelder: “Vanuit de regio's kun je een verstandiger Europees beleid maken. Regio's als Terneuzen en Sas van Gent bij voorbeeld, met een zwakke landbouw maar een goede industrie, krijgen uit Brussel geen landbouwsteun omdat het gemiddelde inkomen er te hoog is. Die criteria moeten veranderd worden.” Volgens Van Gelder werkt het comité alleen als de leden zich onthouden van “touwtrekkerij” en het algemeen belang in de gaten gehouden wordt. “Als de kompassen alle richtingen uitstaan, zal het comité zich zelf immobiliseren”, meent Van Gelder.

Volgens de burgemeester M.W. Lemstra van Hengelo, eveneens lid van de Nederlandse delegatie, kan het comité “ontaarden in een grote procedurele bureaucratie” als de leden zich niet tot een aantal onderwerpen beperken. Nederland moet zich volgens Lemstra vooral concentreren op ruimtelijke ordening en infrastructuur “want daar ligt voor ons als distributieland het grootste belang”. Maar moesten die nationale belangen in het comité nu niet juist terzijde geschoven worden? Lemstra: “De belangrijkste vraag blijft toch: wat worden de burgers beter van Europa. Dan kom je soms in de regionale en soms in de multi-nationale hoek terecht.”

Het comité moet helpen het gat tussen de Europese richtlijnen, die zo ver weg lijken, en het herkenbare regionale bestuur, te dichten. Volgens de kabinetschef van de burgemeester van Maastricht, Wilms, is dat vooral een kwestie van tijd. “Het zijn geen stappen of stapjes. Het is schuifelen. We hoeven er nu echt niet aan te beginnen de burgers van het belang van Europa te overtuigen. Met een beetje begrip mogen we al blij zijn.”