Bill Gates en het voorwaardelijk geloof in de superhighway; Baas Microsoft ontvouwt visie op de toekomst van de personal computer

BREUKELEN, 12 MAART. William H. Gates III koestert al twintig jaar dezelfde droom. Daarin staat op elk bureau dat hij ziet, in elk huis dat hij betreedt een computer. Ontegenzeggelijk heeft zijn bedrijf Microsoft, 's werelds grootste fabrikant van programmatuur voor personal computers, een deel van dat visoen doen uitkomen. Maar de penetratiegraad van telefoon en televisie haalt de pc bij lange na niet. Dat wil zeggen: nog niet. Want de electronic superhighway komt eraan. En die zal het computergebruik een enorme stimulans geven, verwacht Bill Gates.

Gates (38) weet waarover hij spreekt. Met een onfeilbaar gevoel voor relevante ontwikkelingen in de automatisering en een keiharde hand van zakendoen heeft hij van Microsoft een dominante partij op de software-markt gemaakt. Afgelopen boekjaar behaalde het bedrijf 3,75 miljard dollar omzet en 953 miljoen winst. De beurswaarde van het bedrijf beloopt tegenwoordig zo'n 25 miljard dollar, waarmee het concerns als IBM en General Motors overvleugelt. Als houder van 28 procent van de aandelen is Gates goed voor zo'n acht miljard dollar. Ruim voldoende om hem serieus te nemen.

Gates gaf gisteren een gastcollege op de Universiteit Nijenrode, waarin hij inging op de elektronische snelweg, een fenomeen dat hij als “buitengewoon veelbelovend” kenschetst. Toch deelt hij niet het ongebreidelde optimisme dat veel omroepen, kabelexploitanten, computerfabrikanten, telefoonmaatschappijen en producenten van consumentenelektronica ten toon spreiden. Met het oog op de aanstaande realisatie van de 'digitale snelweg' worden in hoog tempo allianties gevormd, investeringen opgeschroefd en overnemingen gepleegd. De tien miljard dollar die kabelexploitant Viacom onlangs neertelde voor film- en televisieproducent Paramount vormde in dat opzicht een onbetwist hoogtepunt.

De bundeling van telefoon- en kabelnetwerken zal, zo verwachten deze ondernemingen namelijk, een enorme markt scheppen voor uitwisseling van beeld, geluid en spraak. Televisie, computer en telefoon worden onderdelen van één multimedia-machine. Elke Amerikaan kan daarmee vanuit zijn luie stoel 'interactief' boodschappen bestellen, reizen boeken, bibliotheken raadplegen of zelfgemaakte video-opnamen aan familie elders vertonen.

Bill Gates gelooft heilig in het concept. Daarom steekt Microsoft nu jaarlijks 100 miljoen dollar in ontwikkeling van multimedia-software, waaraan hij 500 man permanent heeft werken. Zoveel geld en zoveel mankracht zette Gates niet eerder op één kaart.

En toch heeft Gates reserves. Die betreffen niet zijn eigen keuze: “We nemen een behoorlijk risico, maar software staat centraal in de ontwikkeling van de informatie-snelweg.” Wel hekelt hij de voortvarendheid waarmee andere bedrijven zich op de nieuwe markt werpen. Zo wil uitgever/kabelexploitant Time-Warner dit najaar een grootschalig experiment uitvoeren met videoprogramma's op aanvraag. Kijkers selecteren via hun eigen beeldscherm de film die ze willen zien, de computer levert die vervolgens en rekent af. “Weggegooid geld”, oordeelt Gates. “Dit levert veel te weinig geld op om de benodigde infrastructuur te kunnen bekostigen.” Volgens hem is een veel breder en diepgaander informatie-aanbod nodig om werkelijk massaal gebruik van multimedia te genereren en daarmee de vereiste miljardenuitgaven aan infrastructuur te rechtvaardigen.

Het zijn, aldus Gates, niet de particuliere gebruikers die een voortrekkersrol spelen in het welslagen van de elektronische snelweg - hoe aantrekkelijk hun aantal ook lijkt. Zakelijk gebruik is volgens hem doorslaggevend voor succes: “Video-vergaderingen, elektronisch berichtenverkeer, telewerken - dat zijn bekende voorbeelden van interactief computergebruik. Verbetering van software zal de doelmatigheid ervan vergroten en de kosten verlagen.”

Voor een beheerste ontwikkeling van nieuwe technieken en markten leent het bedrijfsleven zich volgens Gates het best. “Daarvoor kan je netwerken bouwen die ook met tienduizend gebruikers geld opleveren.” De lering die daarbij wordt opgedaan kan in een volgend stadium worden aangewend voor grootschaliger, op consumenten gerichte toepassingen.

Die opvatting betekent overigens niet dat Gates geen oog heeft voor de consumentenmarkt. In april 1995 zal Microsoft, samen met Amerika's grootste kabelexploitant TCI, experimenten beginnen waarbij groepen van vele duizenden particulieren de elektronische snelweg mogen verkennen. Daarbij dienen ze een breed aanbod aan diensten te krijgen, vindt Gates. Ze zullen via hun beeldscherm medische informatie en nieuwsberichten kunnen oproepen, cursussen volgen, spelletjes doen, films bekijken.

Of de 'gemiddelde' consument in staat is tot zulk geavanceerd computergebruik, moet worden bezien. Dat veel Amerikanen niet in staat zijn programma's op te nemen met een videorecorder, jaagt Gates geen schrik aan. “Het systeem gidst zijn gebruikers. Dit wordt gemakkelijker te bedienen dan een videorecorder”, zegt hij. En bovendien: het is een proef. “Als blijkt dat het niet werkt, zullen we die ervaring gebruiken om het systeem te verbeteren. En dan proberen we het nog een keer. We kunnen wachten, we zijn gewend aan cycli. Met de ontwikkeling van Windows (een van de meest succesvolle Microsoft-programma's, red.). begonnen we in 1984, en dat leverde ook pas zes jaar later de eerste inkomsten op.”

Voorafgaand aan zijn gastcollege gisteren, trok Nijenrode-president N. Kroes een parallel tussen de prestaties van Bill Gates en die van Gutenberg, de uitvinder van de boekdrukkunst. Gates vond die vergelijking wat mank gaan. “Gutenberg stierf voordat zijn ontdekking miljoenen bereikte. En hij verdiende er ook niet veel geld mee.”