Adoptie niet langer alleen door echtparen

DEN HAAG, 12 MAART. Adoptie door één ouder wordt in een beperkt aantal gevallen mogelijk. Dit heeft de ministerraad gisteren besloten. Tot die gevallen behoort de stiefouderadoptie die nu in bijzondere situaties alleen als echtpaaradoptie is toegestaan.

Met deze wijziging komt het kabinet voor een deel tegemoet aan de kritiek van de fractie van D66 in de Eerste Kamer op een regeling voor stiefouderadoptie die het kabinet eerder had voorgesteld. Dat voorstel, dat nog bij de Eerste Kamer in behandeling was, heeft het kabinet nu ingetrokken. Volgens deze regeling was een verzoek tot stiefouderadoptie alleen door een echtpaar mogeijk. Belangrijkste bezwaar van D66 betrof overigens de regeling voor stiefouderadoptie zelf, waarbij minister Hirsch Ballin (justitie) en zijn staatssecretaris Kosto een einde willen maken aan het absolute vetorecht van de oorspronkelijke ouder.

Ook in vier andere gevallen wordt adoptie door één ouder mogelijk. Hierbij gaat het respectievelijk om 'postume adoptie' (adoptie door de achterblijvende echtgenoot van wie de partner is overleden, terwijl er al een adoptieverzoek liep), adoptie na echtscheiding waarbij het voornemen daartoe eveneens al tijdens het huwelijk bestond, adoptie door één huwelijkspartner als de ander onder curatele is gesteld of geestelijk gestoord is en adoptie door de mannelijke partner van de moeder, die niet de verwekker van het kind is, op voorwaarde dat het kind niet erkend is.

De ministerraad is ook akkoord gegaan met het voorstel van de bewindslieden van justitie om het afstammingsrecht te herzien. Een van de gevolgen daarvan is dat termen als 'wettig', 'onwettig' of 'natuurlijk kind' uit het Burgerlijk Wetboek worden geschrapt. Erkenning door de vader van het kind blijft mogelijk bij de geboorte-aangifte of later, met behulp een medisch bewijs, door middel van een akte van erkenning of een notariële akte. De mogelijkheid voor een gehuwde man om de erkenning te verbieden van een buitenechtelijk kind, vervalt. Dit ligt in de lijn van de jurisprudentie van de Hoge Raad.