AbvaKabo: laten zien waar je staat

ZOETERMEER, 12 MAART. Op papier is het, ook voor de vakcentrale FNV, een fluitje van een cent. “Bij de organisatie van ons lobbywerk dienen we duidelijk te weten waar we heen willen en aan te geven hoe we barrières kunnen nemen om ons einddoel te bereiken”, aldus het hoofd in- en externe betrekkingen. In praktische zin, zo voegde hij er aan toe, betekent dit onder meer: “als vakcentrale één lijn trekken en niet toelaten dat de politiek bestookt wordt met tegengestelde opvattingen vanuit deelbelangen in vakbondskring”.

Maar uitgerekend op het moment dat Zeggenschap, tijdschrift voor vakbewegingsvraagstukken, deze handleiding publiceerde maakte de FNV er vorige maand een potje van. Tot drie maal toe kwam zij in de Sociaal-Economische Raad (SER) terug op eerder gedane toezeggingen: toetreding van de Algemene Vakcentrale tot de SER werd alsnog afgewezen, medewerking aan een SER-advies over de toekomst van de sociale zekerheid werd alsnog geweigerd, en het SER-advies over het sociaal-economisch beleid voor de komende kabinetsperiode werd alsnog onderuit gehaald.

Dit laatste advies gaat onder meer over bevriezing van uitkeringen, AOW-premieheffing over aanvullende pensioenen en bezuinigingen op de collectieve sector. Dat werd te gortig, zegt voorzitter C. Vrins van de AbvaKabo, een van de aanstichters van de opstand onder de FNV-bonden tegen al te veel toeschietelijkheid van de FNV-top jegens werkgevers en Kroonleden in de SER. De AbvaKabo is met ruim 300.000 leden (collectieve sector, gezondheidszorg, nutsbedrijven en PTT) de grootste bond binnen de FNV.

“Meer dan een half jaar hebben we de FNV-onderhandelaars gewezen op de tekortkomingen in de plannen. We hoefden ons daarover niet ongerust te maken, kregen we te horen. Het zou allemaal worden meegewogen. Nou, dat zal ongetwijfeld zijn gebeurd, maar we vonden er niets van terug in het concept-advies dat we vorige maand onder onze neus kregen. Toen heb ik een steen in de vijver gegooid”, licht Vrins toe.

In het bondsorgaan Aaneen deed Vrins het, uiteraard moeizaam bevochten, compromis af als 'borrelpraat' en constateerde hij dat de FNV aan 'kleurloosheid' ten onder dreigde te gaan. “Wij zijn bezig met witte verf op een wit vel papier onze grenzen te trekken. (...) Een tikje meer lef zou toch geen kwaad kunnen.” Dan maar een verdeeld SER-advies (en daardoor meer speelruimte voor het nieuwe kabinet). “Maar ik verdom het om onder FNV-vlag een koers in te slaan naar een samenleving zonder solidariteit.” Dat konden FNV-voorzitter Stekelenburg en FNV-onderhandelaar De Waal in hun zak steken. De overige FNV-bonden schaarden zich achter de AbvaKabo, de FNV-top capituleerde en deze week meldde Stekelenburg dat “de FNV de rijen weer heeft gesloten”.

De manoeuvre zorgde voor veel commotie, maar Vrins wenst de FNV-top in het openbaar geen fouten aan te wrijven. Wel zegt hij: “De wil om tot overeenstemming te komen met werkgevers en Kroonleden heeft kennelijk geprevaleerd. Zo van: 'Laten we maar proberen te redden wat er nog te redden valt'. Nou, ik ben van nature geen syndicalist, maar ik vind wel dat je als vakbeweging moet laten zien waar je staat.”

Toonzetting en inhoud van het SER-advies zijn volgens de AbvaKabo “bijzonder negatief voor de collectieve sector”. De overeengekomen 15 miljard gulden voor verkleining van de 'wig' (verschil tussen bruto loonkosten en netto loon) oogt mooi, maar kan lelijk uitpakken, meent Vrins. “Dat bedrag moet onder meer komen uit aanpassingen in de sociale zekerheid en bezuinigingen in de collectieve sector. Maar achter al die woorden staan voorzieningen en de vraag is of je daar als FNV mee in moet stemmen als je niet weet wat daar achter schuil gaat. Blind 'ja' zeggen, zonder dat duidelijk is wat de consequenties zijn, daar passen wij voor. Dat zeg ik niet alleen omdat onze leden daar werken, maar ook omdat wij deze maatschappij leefbaar willen houden.”

Vooral de beoogde bezuinigingen op 'personele en materiële kosten van de overheid door middel van efficiency-vergroting' schoten de AbvaKabo-voorzitter in het verkeerde keelgat. “Daarmee wordt de overheidssector een norm opgelegd, die maar één ding kan betekenen: minder ruimte voor zinvolle onderhandelingen en een verhoging van de werkdruk. Terwijl de marktsector geen harde loonmatiging wordt opgelegd, onder het motto: 'de markt reguleert zichzelf wel'. Moet ik er dan aan meewerken dat de FNV, die voor bijna dertig procent door ons wordt gefinancierd, onze eigen onderhandelingsvrijheid aan banden gaat leggen? Nee dus, dat is een stap te ver. Daar betalen de AbvaKabo-leden hun contributie niet voor. Zeker, dat zijn deelbelangen, maar wij zijn dan ook een belangenorganisatie.”

Wig-verkleining, loonmatiging, aanpassing van de sociale zekerheid, het zijn allemaal onderwerpen waarover met de AbvaKabo best te praten valt, zegt Vrins. Maar dan moet wel “klip en klaar” zijn waarover het gaat. Neem de suggestie uit het SER-advies om mensen met een aanvullend pensioen mee te laten betalen aan AOW-premie. Dat staat in geen enkel bondsprogramma. Vrins: “Voordat überhaupt een dergelijk grote stap kan worden gezet, moeten FNV-bonden eerst uitgebreid en diepgaand met hun achterban, de leden, overleg voeren. Je kunt daarin best een voortrekkersrol spelen, maar als je te ver voor je troepen uitloopt - ook al is je plan op zich juist - dan verlies je het vertrouwen van je achterban. Als mijn achterban zegt dat een koe vijf poten heeft, dan heeft een koe vijf poten. Dat is de tragiek van elke mondige massa-organisatie”.