Vrijdag 11; Het witte-walkmanplan

Er zijn van die deuntjes die zo lekker in het gehoor liggen dat ze zich daarin lijken te nestelen om er nooit meer uit te verdwijnen. Mozart was een meester in het schrijven van dat soort aanstekelijke melodietjes. In de opera Le Nozze di Figaro zingt Cherubino bij voorbeeld de aria 'Voi, che sapete', een eenvoudig lied dat iedereen na een paar keer horen kan meezingen.

Wie 'Voi, che sapete' niet kent, moet maar eens vlak voor het halve uur op de Dam in Amsterdam gaan staan. Want dan speelt het carillon de eerste maten van die aria. Een kwartiertje daarvoor hebben we al kunnen luisteren naar een snippertje van Eine kleine Nachtmusik, ook al zo'n meezinger.

Dat het op de Dam allemaal Mozart is wat de klok slaat, heeft te maken met de herdenking van de tweehonderdste sterfdag van de componist. Maar die vond al in 1991 plaats. Drie jaar na het Mozartjaar zijn die muziekjes nog steeds niet verdwenen. In de omgeving van de Dam heeft men nu al zo'n vijfendertigduizend keer naar het begin van 'Voi, che sapete' heeft kunnen luisteren.

Al in de tijd van Mozart werd met ergernis naar deze vorm van geluidsvervuiling geluisterd. De vermaarde Engelse muziekgeleerde Charles Burney bezocht in 1772 Amsterdam. Hij had de pech te moeten overnachten in de Warmoesstraat, waardoor hij werd wakkergehouden door de tonen die de godganse nacht van de Westertoren naar beneden dwarrelden.

De uurwerken van de beiaards waren volgens Burney zo kostbaar en duur in het onderhoud, dat men met dat geld gemakkelijk een fraaie muziekkapel zou kunnen onderhouden. Hoewel, wie zijn vreugde kon vinden in 'kleppermuziek' verdiende eigenlijk niet beter. De stukjes die men ieder uur hoorde werden overigens volgens Burney 'tenminste een heel maand afgerammeld'. Hij moest eens weten dat we tegenwoordig wel tot vier jaar luisterdwang veroordeeld zijn.

Burneys idee voor een muziekkapel is achterhaald. In de Amsterdamse binnenstad wordt men bij goed weer, behalve door die eindeloze 'Voi, che sapete's', al geterroriseerd door doedelzakken, draaiorgels, elektrische gitaren en zelfs complete drumstellen.

Er is in onze geïndividualiseerde samenleving echter een uitstekend alternatief. Jammer dat geen partij daar bij de gemeenteraadsverkiezingen aan heeft gedacht. Misschien kan het nieuwe college het witte-walkmanplan in overweging nemen. Verstrek iedereen bij binnenkomst in Amsterdam een walkman, met naar keuze muziek van draaiorgels, carillons, popbandjes, Zuidamerikaanse dansgroepjes, klassieke strijkjes, enz. In tegenstelling tot het witte-fietsenplan moet voor het lenen van zo'n apparaatje wel worden betaald. De opbrengst is voor werkloos geworden muzikanten. Dat houdt ze, hopelijk, van de straat.

    • Paul Luttikhuis