Voor begrafenis van Mercouri ging heel Athene dicht

ATHENE, 11 MAART. Melina Mercouri zou zelf hebben genoten van de overweldigende taferelen die de laatste dagen in haar nagedachtenis werden opgevoerd. Niet alleen bij de begrafenis van gisteren, maar ook bij haar 'intocht' in Athene twee dagen tevoren.

“Ik wil veel volk bij mijn terugkeer”, moet zij hebben gezegd voor haar vertrek naar New York waar zij een operatie zou ondergaan. Het Atheense publiek maakte van de rit die met de baar werd gemaakt langs het parlementsgebouw en haar ministerie meer dan een adieu. Bij tienduizenden klapte het op de maat van het massaal meegezongen De Jongens van Piraeus, een liedje dat de laatste jaren voornamelijk “toeristisch” was geworden.

Misschien zou zij zelfs de vier Phantoms hebben gewaardeerd die het vliegtuig uit New York boven Griekenland begeleidden, al heeft ze als minister van cultuur wel eens verzucht dat er in plaats van een oorlogsschip twee of drie theaters zouden moeten worden gebouwd. En ook het grootscheepse kerkelijk vertoon zou zij waarschijnlijk voor lief hebben genomen, zij die in haar autobiografie verklaarde onkerkelijk te zijn en die de nodige moeilijkheden heeft gehad met priesters na haar film Stella (1955).

Bij het eerbetoon van de laatste dagen bleek eens temeer dat Melina eigenlijk de enige Griekse politicus was zonder tegenstanders, met één uitzondering: oud-premier Mitsotakis, tegen wiens archeologische collectie zij onlangs als verantwoordelijk minister een gerechtelijk onderzoek heeft laten instellen. Hij was de enige vooraanstaande politicus die geen herdenkende verklaring afgaf.

Ook in het buitenland was Melina feitelijk onomstreden, zelfs in Groot-Brittannië waarmee ze zo'n felle strijd voerde om de marmerwerken van het Parthenon. De Grieken die maar al te goed beseffen hoezeer hun land object van kritiek is geworden in zowat de hele wereld, raakten verrukt bij het lezen van de lovende woorden voor de “laatste godin van Griekenland” (Corriere della Sera) in de buitenlandse kranten die hier voor “anti-Grieks” doorgaan. Voor het laatst speelde Melina de rol van “goodwill-ambassadeur” die haar op het lijf was geschreven. “We verliezen je juist nu we je het meest nodig hebben”, schreef iemand in het boek voor bezoekers van het kerkje waar men haar een laatste hulde kon brengen.

Voor de begrafenis ging heel Athene dicht. Alles stond in het teken van de kerkelijke plechtigheid, van de stoet die met grote vertraging het kerkhof bereikte, en van de hartverscheurende taferelen bij de teraardebestelling.

Er was, letterlijk, één wanklank. Die van de drie concurrerende, laag vliegende helikopters van waaruit het gebeuren voor de diverse televisiestations werd vastgelegd. Met hun kabaal verstoorden zij wat een uiting van stilte had moeten zijn. Een volgende keer zou zoiets verboden moeten worden. Maar er komt geen volgende keer.

    • Frans van Hasselt