Verkiezingen Italie; Chieti's burgemeester maakt zelf het putje schoon

Italië gaat op 27 en 28 maart naar de stembus. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog komen de neofascisten uit hun politiek isolement. Op plaatselijk niveau geven zij al leiding aan het bestuur.

CHIETI, 11 MAART. “Schoon, alles moet schoon.” De burgemeester gaat op zijn knieën naast het afvoerputje zitten en peutert er met zijn vingers een kleverige zwarte massa uit. Vijf meter verder zit zijn chauffeur gehurkt naast een ander putje hetzelfde te doen met een balpen.

De directeur van de school en de twee conciërges kijken toe, terwijl naast de putjes langzaam twee smerige hoopjes ontstaan. Na een paar minuten staat de burgemeester op, slaat zijn handen schoon en kijkt om zich heen. “Ziezo. Dat kan weer worden gebruikt.” Hij wijst op de verzameling van sigarettenpeuken, glasscherven en andere vuiligheid die verspreid over het terras ligt. “Kunnen jullie niet een keer de bezem pakken en die troep opvegen?”

Daadkracht en een grote schoonmaak. Dat is het gezicht van het neofascisme in Chieti, een stadje tegen de hellingen van de Abruzzen, zwevend tussen Noord- en Zuid-Italië. Chieti is een van de steunpunten in de gestage opmars van de neofascisten. De partij gaat bij iedere nieuwe opiniepeiling een klein stukje vooruit en ontwikkelt zich tot een van de hoofdrolspelers in het Italië van na de corruptieschandalen.

Jarenlang is het bergstadje een bolwerk geweest van de christen-democraten (DC), onneembaar voor andere partijen. De neofascist Nicola Cucullo was vijftien jaar lang een verbeten maar eenzame strijder tegen de cocktail van corruptie, vriendjespolitiek en wanbestuur die de stad langzaam vergiftigde. Bijna vier maanden is hij nu burgemeester, gekozen op de golven van woede over corruptieschandalen die vrijwel heel het stadsbestuur in de gevangenis hebben gebracht. “Een van mijn belangrijkste taken is weer wat orde brengen in deze stad”, zegt hij. “Ze hebben alles laten verpieteren.”

De leerlingen van de pedagogische academie Isabella Gonzaga hadden hem uitgenodigd te komen kijken naar de ellendige staat waarin de school verkeert. Ramen waar de koude bergwind doorheen giert, lekkende daken, kapotte wc's, een bobbelende vloer in de gymzaal, kapotte lampen, afbladderende verf.

“Hij komt vast niet”, had Daniela gezegd, de voorzitter van het leerlingencomité, uit gewoonte sceptisch over de stadsbestuurders. Maar aan het eind van de ochtend draait de blauwe dienstauto het overvolle parkeerterrein op en stapt Cucullo uit, nog keurig in het pak wegens de beëdiging van een nieuwe lichting carabinieri die hij net heeft bijgewoond.

In hoog tempo loopt het gezelschap door de school. “Siliconenkit”, roept de burgemeester naar zijn chauffeur. “Loodgieter”, zegt hij tegen de wethouder die met hem is meegekomen en de klussen opschrijft waarvoor gespecialiseerde hulp nodig is. “Kunnen jullie niet een keer een bezem van thuis meenemen”, vraagt hij aan de conciërges als die tegenwerpen dat de schoolbezem kapot is. “Waarom staat die oude rotzooi hier nog”, roept hij naar de directeur als er een deur opengaat waarachter een hoop rommel schuilgaat.

Tijdens zijn rondgang vertelt Cucullo dat zijn chauffeur tevens dienst doet als klusjesman. “Ik heb die dienstauto alleen bij officiële gelegenheden nodig”, zegt hij. “De helft van de tijd kan ik mijn oude Cinquecento gebruiken. En dan kan hij intussen allerlei kleine zaken voor me opknappen. Na jaren van wanbeleid heeft de gemeente alleen maar schulden. Er is nergens geld voor en daarom moeten we improviseren. Met goede wil kan je veel doen. Mijn chauffeur is heel handig.”

De betrokkene hoort het niet. Hij is een lokaal binnengegaan waar oude stoelen op elkaar staan gestapeld. De stoelen die echt kapot zijn gaan naar de ene kant, de stoelen waar met een paar schroeven de zitting kan worden gemaakt zet hij apart.

De bel meldt het einde van de schooldag. Daniela en een leraar die waren meegelopen, sluipen weg. Na schooltijd interesseert het hen niet meer. Maar Cucullo is nog niet klaar. Hij neemt de directeur mee naar het schoolplein dat tevens dienst doet als parkeerplaats en wijst op de alom aanwezige rotzooi. “Kunt u de leerlingen dit niet een keer laten schoonmaken”, vraagt hij. “Er zijn hier 690 studenten, een paar moeten dat toch willen doen. Ik zorg voor het materiaal.” De directeur haalt zijn schouders op. “Dat staat niet in het lesprogramma.”

Als Cucullo buiten nog verder wil kijken, neemt ook de directeur afscheid. Mopperend loopt de burgemeester met het uitgedunde gevolg van wethouder en chauffeur langs het gebouw. Hij wijst op de marmeren tegels die los zijn gekomen van de muren. “Slecht werk, er is hier zoveel slecht werk afgeleverd”, zegt hij. “Ze hebben het cement niet nat genoeg gemaakt en de tegels er niet hard genoeg tegenaan gedrukt. We moeten de mensen weer helemaal opnieuw leren dat ze hun werk goed moeten doen.”

Zijn conclusie is bitter. “Met een beetje goede wil hadden ze veel problemen zelf kunnen oplossen. Als ze maar zelf hun eigen verantwoordelijkheid wilden nemen. Maar wat wil je. Een vis begint bij zijn kop te stinken. Als de leidende klasse de dief speelt en de boel laat verslonzen, doet de rest het ook. Die mentaliteit moeten we veranderen.”

“De burgemeester is een goede man”, zegt een vader die bij de lagere school daarnaast staat te wachten op zijn dochtertje. “Maar er is veel tijd voor nodig om orde op zaken te stellen. We zijn jarenlang bestuurd door een stelletje incompetenten, mensen die zelfs als je ze een glas geeft nog geen 'O' kunnen tekenen. Ze hebben zich alleen maar willen verrijken.”

Met Cucullo als voorbeeld is het vrijwel zeker dat de kandidaat van de neofascistische Nationale Alliantie bij de parlementsverkiezingen gaat winnen in het district Chieti. Ook verder naar het zuiden is de aanhang van de neofascisten snel gegroeid. De partij is in Midden- en Zuid-Italië een toevluchtshaven geworden voor de kiezers die zich afkeren van de door corruptie getekende christen-democraten.

Bovendien heeft partijleider Gianfranco Fini met zijn gematigde opstelling de partij voor een brede groep kiezers aanvaardbaar gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan het politieke isolement waarin de Italiaanse Sociale Beweging (MSI) sinds de Tweede Wereldoorlog heeft gezeten.

Soms wordt Fini geen neofascist, maar een postfascist genoemd. Hij geldt als beschaafd, bekwaam en eerlijk en heeft zich zelfs populair gemaakt bij links, waar velen sympathie hebben opgevat voor een man zonder vuile handen die op geen enkele manier in verband kan worden gebracht met het oude bestel.

Massimo D'Alema, de tweede man van de post-communistische Democratische Partij van Links (PDS), heeft bij herhaling gezegd dat hij de voorkeur geeft aan Fini boven diens politieke partners in de rechtse alliantie. Umberto Bossi van de protestpartij Lega Nord is volgens hem een ongeleid projectiel, en hij verwijt mediamagnaat Silvio Berlusconi zijn mediamacht te misbruiken en wegens zijn vriendschap met de voormalige socialistische leider te veel naar het oude bestel te rieken.

Af en toe leidt die opstelling van links tot een onverwachte flirt. Vorige maand ging de strijd in de tweede ronde van de verkiezingen in de Siciliaanse provincie Catania tussen een oude neofascist en een kandidaat die onder anderen werd gesteund door de voormalige christen-democraten. De man van links was in de eerste ronde afgevallen. Daarop besloot links de neofascisten te steunen, met als argument dat die een betere garantie bieden voor een breuk met het oude bestel.

Niet alle aanhangers van de Nationale Alliantie, zoals de MSI door Fini is omgedoopt, zijn postfascistisch. In zijn mars naar de gematigde kiezer is het partijkader het rauwere deel van zijn troepen ver vooruit gelopen. Dat is ook in Chieti gebleken. In een vraaggesprek had Cucullo gezegd dat Hitler veel fout heeft gedaan, maar altijd nog minder erg was dan Stalin. De volgende dag verschenen er swastika's op de muren van de stad, met de tekst 'Dood aan de joden' en 'Leve Cucullo'. De burgemeester, die links de huid vol scheldt als hij daar de kans voor krijgt, heeft ze meteen weer weg laten halen.

Dergelijke incidenten zorgen voor onrust in de stad, maar de beroering over de corruptieschandalen wint het daarvan. Chieti was altijd een rustige gemeente, van vriendelijke mensen die iedere zondag naar de kerk gingen. De kamille-stad, zo werd zij genoemd, met een verwijzing naar de kalmerende werking die heet uit te gaan van een kopje kamillethee. Maar in februari 1993, bijna een jaar na het begin van het corruptie-onderzoek Schone Handen in Milaan, werden zes wethouders opgepakt. Twee weken later volgde de burgemeester. Toen werd het echt feest: een groep mensen ging voor de gevangenis feest vieren met flessen spumante.

Het christen-democratische bolwerk stortte als een kaartenhuis in elkaar. Bij de lokale verkiezingen van 1990 kreeg de DC nog 62 procent. Bij de parlementsverkiezingen twee jaar geleden, toen overal de barsten in het oude bestel zichtbaar werden, haalden de christen-democraten 48 procent. In december is Cucullo tot burgemeester gekozen met 58 procent van de stemmen, waarvan een groot deel van de DC-kiezers kwam. Chieti was een van de negentien burgemeestersposten die de neofascisten eind vorig jaar in de wacht sleepten.

De corruptiezaken volgden elkaar op. Het begon met een school die nooit was afgebouwd maar al wel betaald. Daarna kwam het ziekenhuis aan de beurt, het bestemmingsplan dat de basis vormde voor speculatie met onroerend goed, de subsidies van de Europese Gemeenschap, en zelfs het kerkhof. Een nieuwe muur vol grafnissen waar de kisten in worden geschoven, was dertig centimeter minder diep dan afgesproken. De aannemer inde zijn geld en de begrafenisondernemer zorgde ervoor dat de kisten van alle versierselen werden ontdaan zodat de doden net in hun laatste rustplaats pasten.

Naast corruptie was cliëntelisme de andere poot onder het bestel. De politiek was de spil van alles en wees banen, vergunningen en uitkeringen toe in ruil voor een stem. Hoe systematisch dat cliëntelisme is toegepast, blijkt uit de voorgedrukte formulieren die zijn ontdekt bij de vorige burgemeester. Hierop moesten naam en cijfercode, leeftijd, adres en beroep worden ingevuld, plus de naam van degene die hem of haar had aanbevolen. De onderste helft van het formulier werd gebruikt om het resultaat aan te geven: bij welk bedrijf of instelling de betrokkene een baan had gekregen, via welke tussenpersoon.

“We zijn hier lang onderdanen geweest zonder rechten, in plaats van vrije burgers”, zegt een man in de drukke hoofdstraat van het stadje, de Corso Marrucino. “Cucullo is het vertrouwen van de mensen in de politiek aan het herstellen. We moeten de echte resultaten nog afwachten, maar ook het weinige dat er nu wordt gedaan, is al goed. Het vorige stadsbestuur heeft helemaal niets gedaan om de situatie te verbeteren.”

Het is druk in dit voetgangersdomein. Sommigen lopen te flaneren, de meeste mensen zijn hun zaterdagboodschappen aan het doen. Vrouwen lopen voorbij met grote bossen helgele mimosa. In de verte zijn af en toe de bergtoppen van de Abruzzen zichtbaar, bedekt met een majestueuze sneeuwmantel.

De meeste teatini, zoals de inwoners van Chieti worden genoemd, zijn voorzichtig in hun voorspellingen over de parlementsverkiezingen. “De situatie is nog te veel in beweging om te weten wat goed is en wat niet”, vindt een vrouw. “De traditionele partijen zijn verdwenen, maar het is nog niet duidelijk wat daarvoor precies in de plaats komt”, zegt een man. “Het is al een hele vooruitgang dat er hier nu mensen aan de macht zijn die zich nooit hebben verrijkt”, fluistert een oude man met een door tabak verwoeste keel. “Zo zou het in Rome ook moeten gaan.”

Twee mannen bij het postkantoor onderstrepen hoe belangrijk de politieke veranderingen zijn voor het zelfbeeld van het land. “Al onze zwijnerij komt nu naar buiten. Met die openheid laten we zien dat we echte democraten zijn. Hier in Chieti gaan we de goede kant op. Ik ben er nu weer trots op Italiaan te zijn.”

    • Marc Leijendekker