Van het geruzie over Dutchy zijn we nog lang niet verlost

De KNVB zit nog steeds flink in haar maag met de WK-mascotte Dutchy. Nog geen drie weken nadat de voetbalbond opgelucht bekend maakte dat er overeenstemming was bereikt met Scapino, een kledingbedrijf dat al jaren de merkrechten op de naam Dutchy voor kleding bezit, kondigt het volgende conflict al weer aan. Ditmaal claimt het bedrijf Eurosign uit Wormerveer bepaalde rechten op de naam Dutchy. Een kort geding dreigt.

De Dutchy-zaak behoort met bijvoorbeeld de ruzie over de Q8 benzine tot de weinige conflicten over merken die de publiciteit halen. Maar er worden dagelijks in ons land talloze merkenconflicten uitgevochten. Misschien niet allemaal zo spectaculair als de genoemde zaken, maar voor de betrokkenen toch meestal van levensbelang. Soms moet de rechter eraan te pas komen, vaak ook wordt de zaak al in een eerder stadium geschikt.

Ruzies over merken hebben een aantal oorzaken. In de eerste plaats is het langzamerhand knap lastig geworden om nog een merk te verzinnen dat 'vrij' is, dat niét al door een ander wordt geclaimd. Het Benelux Merkenregister puilt uit. Op dit moment zijn er zo'n half miljoen merken geregistreerd, een aantal dat maandelijks met twee- tot drieduizend toeneemt.

Het Benelux Merkenbureau, de instelling die belast is met de registratie, mag geen inschrijvingen weigeren. Ook niet als er al een merk bestaat dat sterk lijkt op de nieuwe ingeschrevene. Elk merk wordt gewoon ingeschreven, eventuele conflicten komen later wel.

Maar het volle register is niet de enige reden waarom er zoveel merken botsen. Ook het ruime inbreukcriterium van de Benelux Merkenwet werkt conflicten in de hand. De wet bepaalt dat een eigenaar van een merk kan optreden tegen iedereen die een teken gebruikt dat overeenstemming vertoont met het gedeponeerde merk. In de rechtspraak wordt van overeenstemming gesproken als er gevaar voor associatie bestaat. Een ruim begrip. Het komt erop neer dat er al sprake is van merkinbreuk als een consument bij het zien van een bepaald teken op een of andere manier moet denken aan het gedeponeerde merk. Het is dus niet nodig dat de consument de merken verwart. Om een voorbeeld te geven: in 1991 bepaalde het Gerechtshof in Den Bosch dat het merk Axxio inbreuk maakte op de merkrechten van Akzo. Door de auditieve gelijkenis tussen de namen bestond er volgens de rechter gevaar voor associatie. De wijziging van de naam in Axxicon zal Axxio ongetwijfeld handenvol geld hebben gekost. En wat te denken van de volgende rechterlijke uitspraken: het merk Sjolk voor chocoladedrank lijkt teveel op Skoll voor bier; het merk Venus voor een reep stemt overeen met Mars; Thumbs Up maakt inbreuk op Seven Up en Duveltjes zit te dicht in de buurt van de snack Vlammetjes. Als je hier bij optelt dat de wet merkhouders in bepaalde gevallen ook nog de mogelijkheid biedt om in actie te komen tegen iemand die hun merk voor een totaal ander soort produkt gebruikt - zo werden ooit Dunhill voor brillen en Kolls Royce voor een huwelijksbureau verboden -, dan is het dus niet zo gek dat er flink geruzied wordt in merkenland.

De merkhouders dragen zelf ook bij aan het grote aantal conflicten, want ze kruipen graag dicht bij elkaar in de buurt. Het B-merk leunt graag aan tegen het gevestigde A-merk, met alle risico's van dien. Ook wordt er bij de keuze van een merk vaak vrij fantasieloos een trend gevolgd. Zo staan er bijvoorbeeld meer dan duizend merken geregistreerd die met Multi beginnen en hebben ruim tweeduizend merken het woord Inter in zich (exclusief de merken Internationa(a)l). Het woord Euro is helemaal populair; een kleine drieduizend registraties beginnen met Euro. Los van de vraag of er nog iemand het alleenrecht kan claimen op een algemene aanduiding als Inter of Euro, werkt zo'n trend natuurlijk wel conflicten in de hand.

Als alles volgens plan verloopt krijgt de Benelux eind 1994 een nieuwe merkenwet. De nieuwe wet komt voort uit een EG-richtlijn uit 1988, die tot doel heeft de verschillende EG-merkenwetten op elkaar af te stemmen. De nieuwe wet geeft het Benelux Merkenbureau een iets minder lijdelijke rol; het bureau mag voortaan merken weigeren die niet aan de materiële eisen van de wet voldoen, maar een potentieel conflict met een oudere registratie zal ook onder de nieuwe wet geen grond zijn om een merkinschrijving te weigeren. Ook het ruime inbreukcriterium van de huidige wet zal nauwelijks veranderen. En omdat er altijd naäpers en trendvolgers zullen blijven bestaan, is het niet te verwachten dat het aantal merkenconflicten binnenkort zal afnemen. Sterker nog, door de open grenzen binnen Europa zullen steeds meer buitenlandse ondernemers die de Beneluxmarkt betreden, ontdekken hoe laag onze inschrijvingsdrempel is. Wat dat betreft is het niet denkbeeldig dat merkhouders het komende decennium in verhoogde hevigheid met elkaar over straat zullen rollen.

    • Bas Kist
    • Gespecialiseerd in het Merkenrecht