Tweede fase voor twee conservatoria

DEN HAAG, 11 MAART. De Raad voor de Kunst zal staatssecretaris Cohen van Onderwijs adviseren om slechts aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam een tweede-faseopleiding toe te kennen. Die keuze hangt samen met de kwaliteit en de 'lange traditie' van de opleidingen zelf, en ook met de infrastructuur van de steden en de binding van de conservatoria met het muziekleven. Over vierjaar zal worden gekeken een van de overige tien opleidingen eveneens in aanmerking komt voor een soortgelijke vervolgopleiding voor echte talenten.

De commissie Van Beers adviseerde eerder om bij maximaal vier conservatoria een tweede fase in te richten. Van Beers wilde in de toewijzing geen rekening houden met regionale spreiding, waardoor in de praktijk slechts de vier randstedelijke conservatoria een tweede-faseopleiding zouden krijgen.

Volgens Atzo Nicolaï, algemeen secretaris van de Raad voor de Kunst, zijn de huidige voorstellen mede ingegeven door de angst van de regionale conservatoria dat zij in een soort sterfhuis-constructie terecht zouden komen. Nicolaï: “De toewijzing van tweede-faseopleidingen mag niet gebruikt worden voor het terugdringen van het aantal conservatoria.”

Slechts de helft van de dertien miljoen gulden die beschikbaar zijn voor de nieuwe tweede-faseopleidingen zal daarvoor daadwerkelijk worden gebruikt. De rest is bedoeld voor het verbeteren van het muziekonderwijs aan kinderen en voor de vierjarige eerste-faseopleiding, die een volwaardig karakter moet hebben.