SPD: Er moet zondag gewonnen worden

HANNOVER, 11 MAART. Het zijn eigenlijk boezemvijanden, maar zij staan toch in een onhandige omhelzing voor zo'n 1.400 geestverwanten op een inderhaast getimmerd podium in de leeggemaakte busremise van Hannover. Twee veertigers: de kleine SPD-voorzitter Rudolf Scharping, op de tenen, en de forse Gerhard Schröder, de premier van Nedersaksen die zondag in de Landdag-verkiezingen de absolute meerderheid hoopt te halen.

Niet bekend

Schröder staat aan de poort als er een bedrijf dicht gaat, zoals bij de AEG-dochter Olympia (kantoormachines) in Wilhelmshaven. Hij houdt spreekuur voor ondernemers, die hij “actieve steun” belooft. Of onderhandelt op afstand mee, als commissaris, over een nieuwe CAO voor Volkswagen. Mitmischen noemt hij dat, je ermee bemoeien als premier. We kunnen de werkgelegenheid niet alleen aan het bedrijfsleven over laten, zegt hij in een verkiezingsbrochure van tien pagina's waarin alleen hijzelf aan het woord komt en op de foto staat.

Vroeger, lang geleden, toen nog een van de jonge politieke kleinkinderen van Willy Brandt, stond hij bekend als iemand die “links sprak en rechts (auto) reed”. In die dagen, die ook dagen van economische hoogconjunctuur waren, was Schröder enthousiast over de zogeheten “tankertheorie”, die inhield dat de SPD als log lichaam behoefte had aan signalen van de intellectuele elite voor de koersbepaling. Dat is veranderd, in zijn “kleine mooie land” Nedersaksen zijn nu de werknemers en hun belangen zijn prioriteit en zijn thema geworden.

Behalve de sinds vorig voorjaar in alle hevigheid zichtbaar geworden recessie heeft nog een gebeurtenis een rol gespeeld voor Schröders vrij plotselinge populariteit bij de oude werknemersvleugel in de partij, de zogenoemde Kanalarbeiter. Hij regeert in Hannover sinds 1990 met de Groenen en toen hij vorige zomer, na het vertrek van Björn Engholm, een gooi deed naar het SPD-voorzitterschap (en naar een toekomstige kanselierskandidatuur) prees hij ook voor Bonn het rood-groene model als het beste aan. Hij moest dat als het ware wel, gezien de samenstelling van zijn coalitie in Hannover.

Juist zijn rood-groene model heeft hem vorige zomer bij een stemming onder de SPD-leden vermoedelijk de strijd om het partijvoorzitterschap (net) laten verliezen van Scharping, die ook een van Brandts kleinkinderen is trouwens. Nadien was hij even stil. Maar sinds die nederlaag tegen Scharping hem tenminste voorlopig duidelijk vastlegde als regionale topman, streeft hij met meer nadruk naar de absolute meerderheid in Hannover en is hij zich (dus) vrijer tegenover de Groenen gaan gedragen. Die voeren in Nedersaksen nu dan ook angstig campagne tegen “de absolute Schröder”. Angstig, want als het rood-groene model in Nedersaksen na vier jaar wordt beëindigd, of als de SPD daar een andere coalitiepartner neemt (de FDP, die op de kiesdrempel van vijf procent hangt, heeft zich al aangeboden), dan wordt ook een toekomstige rood-groene coalitie in Bonn nòg onwaarschijnlijker.

Schröder is een selfmade man, ook een intellectueel op zich. Dat verklaart wellicht mede waarom hij, nadat hij zijn plaats bevochten had onder Brandts kleinkinderen in de partijtop, nu (weer) kracht en steun “kan” zoeken bij de oude arbeidersvleugel. Hij is van 1944 en heeft vijf zusters en broers, zijn vader sneuvelde in het laatste oorlogsjaar. Schröder werkte na de lagere school in de bouw en als kleine vertegenwoordiger en moest in zijn vrije tijd het middelbare-schoolexamen halen. Daarnaast studeerde hij, gedeeltelijk naast zijn werk, rechten en had - sinds 1963 - ook nog tijd om in de SPD actief te zijn.

Meer dan dat: tussen de voorstanders van de Stamokap-theorie (de leer van het staatsmonopoloïde kapitalisme) en de 'revisionisten' wist hij over de middenweg van het “anti-revisionisme” in de late jaren zeventig zelfs voorzitter van de Jonge Socialisten (Juso's) te worden. Hij was toen al advocaat en op weg naar een zetel in de Bondsdag, die hij in 1980, toen te oud geworden voor de Juso's, verwierf. Hij zou in Bonn opvallen als jong en links, van de 'rechtse' vakbeweging moest hij niet veel hebben, de Duitse regering viel hij aan wegens haar “onwaardige” steun voor de “vredesbedreigende politiek van de VS”. Een hardnekkig verhaal wil dat hij in die dagen eens met een slokje op 's nachts in Bonn is waargenomen toen hij met de handen aan het hek van de Kanselarei van Helmut Schmidt stond en riep dat hij daar ooit nog eens zou komen te zitten.

In 1986 ging hij naar de Landdag in Hannover, waar het hem in 1990 lukte om CDU-premier Albrecht te verjagen. Intussen was hij voor de derde keer getrouwd, namelijk met een schilderes met twee dochters. Deze Hiltrud Schröder trekt in Hannover niet alleen aandacht als een tamelijk nadrukkelijke first lady maar ook doordat zij zegt een ministerszetel in het volgende kabinet van haar man te ambiëren. En ook trekt zij wel aandacht door haar ongezouten kritiek, begin deze maand in het blad Stern bijvoorbeeld, op concurrerende generatiegenoten van haar man als Scharping (“niet tot grote dingen in staat”), Saarlands minister-president Oskar Lafontaine (“onsympathiek”) en Heide Simonis, de premier van Sleeswijk-Holstein (“biedt achter haar redevoeringen weinig”).

Scharping en Schröder sluiten deze donderdagavond de campagne in Nedersaksen af. Veel hebben zij in hun redevoerinkjes van tien minuten niet meer te zeggen. Zeker niet tegen het trouwe, gemiddeld niet meer zò jonge SPD-publiek dat naar de avondvullende show “let's work together” is gekomen. Dat publiek heeft bij bier, pizza en worst een flinke vracht heavy-metalmuziek moeten doorstaan voor Schröder en Scharping uit Braunschweig arriveren. Scharping kiest direct een andere golflengte: er moet zondag gewonnen worden, “zodat de SPD en Gerd Schröder versterkt verder kunnen regeren”. Hj zal er dan voor zorgen dat de SPD in de Bondsdagverkiezingen van 16 oktober “den Kohl holt”. “Wat is er nu mooier dan een gepensioneerde Kohl, goed voor hem en goed voor Duitsland”, zegt Scharping, die naast Schröder (en dus in het beeld van de camera's) blijft staan als deze het woord neemt.

Jazeker zegt Schröder ongevraagd, Scharping was mijn concurrent, maar hij doet het “goed en professioneel” als SPD-voorzitter. Dan geeft hij zijn buurman een duwtje door te zeggen: “Hier in Nedersaksen is een historische ontwikkeling te zien, de band van de partij met de werknemers is hersteld.” En dan zegt hij, alsof hij over de eigen schouder achteruit kijkt: “Intellectuelen en werknemers moeten samenwerken, afzonderlijk zijn zij niets, alléén samen vormen zij een macht. De vier jaren sinds 1990 waren goed, de campagne was goed, de peilingen zijn goed, maar de kiezers moeten wel kòmen zondag, waarschuwt hij, “al was het maar om extreem-rechts niet van een lage opkomst te laten profiteren.”

    • J.M. Bik