Nijverdal definitief van zijn geloof

ALMELO, 11 MAART. Koninklijke Nijverdal-Ten Cate is definitief van zijn geloof. Met de textiel lijkt het voorgoed gedaan. Een dramatisch jaar, zo laat 1993 zich wat deze produkten betreft het best karakteriseren. “Op een termijn van drie tot vier jaar willen we helemaal uit de specialistische textiel zijn”, zegt Georg A. Reudink, voorzitter van de raad van bestuur van de Koninklijke aan de vooravond van de presentatie van de jaarcijfers over 1993.

Het in 1957 met de Koninklijke Stoom Weverij in Nijverdal gefuseerde Ten Cate liet in 1982 al de 'textielfabrieken' weg uit zijn naam. Naast kunststoffen bleef de gespecialiseerde textiel een hoofdactiviteit, maar die liet vorig jaar in Nederland enkel rode cijfers zien. Vandaar dat het concern zich nu voor honderd procent op de kunststoffen zal storten. “Niet dat we zo'n haast hebben met het afstoten van die textiel. Zowel met acquisities als met desinvesteringen moet je nooit te snel zijn”, zegt Reudink. In de textielsector bezit Ten Cate nog bedrijven als Ten Cate Protect, Ten Cate Technical Fabrics en Permess.

Vorig jaar al leek het concern het traditionele produkt vaarwel te zeggen, maar Reudink daagde zijn gehoor bij de presentatie van het jaarverslag toen nog uit met de vraag: “U zou ons eens moeten uitleggen hoe we van de naam textielconcern afkomen”.

“Inderdaad”, zegt Reudink nu, “ik heb heel lang geloofd dat je met onze specialistische textiel gelijke rendementen kunt halen als met kunststoffen. Maar ik ben er nu van overtuigd, dat kunststof de betere perspectieven biedt.”

De textiel mag dan in de rode cijfers zijn gekomen, Ten Cate heeft het jaar wel met winst afgesloten dank zij de goede resultaten van de kunststofbedrijven. Vooral de Amerikaanse dochters deden het goed. “We streven naar een derde omzet in Nederland, een derde in de rest van Europa en een derde in de Verenigde Staten. Wat de werkgelegenheid betreft zit nog zestig procent van de banen in Nederland, veertig daarbuiten. Dat tendeert in de richting van vijftig-vijftig.”

De huishoudtextiel was al jaren zorgenkind en Ten Cate heeft daarvan dan ook het meeste afgestoten in de afgelopen jaren. De produktie van Denim deed en doet het goed. Atlantic Mills in Ierland en Hellenic Fabrics, beide voor de helft in bezit van Ten Cate, leveren veel spijkerstof aan jeansmagnaat Levi Strauss, maar de concurrentie uit Azië begint voelbaar te worden. “Ons voordeel is nog dat het verven van deze stof een moeilijk procédé is en dat het bovendien erg lastig is denim te maken van een zeer constante kwaliteit”, aldus Reudink. “Daarentegen is weer een nadeel dat de Amerikanen op de Europese markt verschijnen, zodra de dollar betaalbaarder wordt”.

Het verlies van de textiel wordt voor een goed deel verklaard uit een inzakkende markt voor werkkleding. Ten Cate levert het halffabrikaat, waaruit later fabriekskleding voor bedrijven als Fokker wordt vervaardigd. “Als het slecht gaat met de conjunctuur, gaan bedrijven al snel beknibbelen op werkkleding. Dat is logisch en dat hebben we vorig jaar gemerkt”, zegt Reudink. Ook Defensie wordt een steeds minder belangrijke klant, niet in de laatste plaats omdat opdrachten aan België worden gegund.

De voorgenomen desinvesteringen waarover Reudink het heeft betreffen naast genoemde bedrijven enkele vijftig procent deelnemingen in Griekse textielfabrieken en het Nederlandse Stoneville Enterprises, waar Ten Cate een belang van 25 procent in heeft. “We hebben lange tijd goede zaken gedaan met de Grieken, maar sinds het land tot de gemeenschap is toegetreden is het onder meer door hogere prijzen en loonkosten steeds minder interessant geworden”, zegt Reudink.

De klemtoon komt dus voluit op kunststof te liggen. Zonder de andere dochters tekort te willen doen, moet Reudink bekennen dat Synbra (voor de helft van Ten Cate) en ENBI International in 1993 de oogappels van het concern waren. De 'Eerste Nederlandsche Ballenindustrie' die nu ook vestigingen in de VS, Zwitserland en Ierland heeft, maakt naast tennisballen ook onderdelen voor fotocopieersystemen en faxmachines en behoort in dat segment tot de top vijf in de Verenigde Staten en Europa. Ook naar het Verre Oosten probeert het bedrijf uit te breiden.

Synbra maakt piepschuim - polystyreen - voor allerlei toepassingen, zoals isolatie van huizen en is marktleider in de Benelux. Naast die twee bezit Ten Cate nog een aantal belangrijke bedrijven die kunststoffen produceren. Plasticum maakt doppen voor spuitbussen en staat daarmee in de Europese top drie. Nicolon maakt kunststof weefsels en is daarmee één van de marktleiders in de Benelux. Ten Cate Polyolefins maakt ruggen voor vloerbedekking en kunstgras voor onder andere hockey-, tennis- en korfbalvelden en het balkon. Op dat laatste vlak is het de belangrijkste producent in Europa. Het Amerikaanse National Fire Hose, dat in de VS marktleider is op het gebied van brandslangen heeft het de afgelopen jaren minder gedaan, omdat de conjunctuur het liet afweten. Nicolon Corporation/Mirafi is op het gebied van kunststof weefsels ook een grote op de Amerikaanse markt.

De Koninklijke telt nu ruim 4.000 werknemers, van wie 2.500 in Nederland. Vooral de situatie in de VS is 'booming'. Daar moet nu zeven dagen in de week 24 uur worden geproduceerd. Dat kan in Amerika zonder meerkosten als weekendtoeslagen. “Het is duidelijk dat de VS en de kunststof ons goed door 1993 hebben gehaald. Dat we meer naar een fifty-fity-verhouding streven wat de werkgelegenheid betreft heeft daar ook mee te maken. Het loongebouw in Nederland ziet er niet erg vriendelijk uit voor industriële produktie. Ik zeg het meestal zo: de Nederlandse werknemer kost te veel en verdient te weinig”.

    • Bram Pols