Minder kauwgom en meer kaalheid in Witte Huis

President Clinton heeft de gemiddelde leeftijd van zijn staf deze week wat opgekrikt met de aanstelling van de 76-jarige topadvocaat Lloyd Cutler als huisjurist. Door de Whitewater-affaire heeft het Witte Huis even meer behoefte aan nestoren dan aan jong volk. En dat is andere taal dan een jaar geleden.

Bij zijn aantreden begin 1993 sprong de jeugd van Clintons staf in het oog. De nieuwe president wilde vergelijkingen met zijn Democratische voorganger Jimmy Carter, die hij als een mislukte president beschouwt, vermijden en liever geen adviseurs uit diens regering aanstellen. In Clintons kabinet belandde slechts een enkele veteraan uit het Carter-tijdperk, Warren Christopher op Buitenlandse Zaken.

Tegelijkertijd bevolkten veertigers, dertigers, zelfs twintigers de gangen van het Witte Huis, niet zelden vrienden of collega's van Bill of Hillary uit Arkansas en niet zelden onbekend met de mores in Washington. Zij vormden de inner circle van de nieuwe president. De babyboomers en jongeren profileerden zich als de ideale frisse ploeg om de vermoeide Republikeinse wacht van George Bush af te lossen, de een nog slimmer dan de ander.

Sommigen oogden ook nog dynamisch, en dat kwam van pas in de glossy bladen. Iedereen kon in één oogopslag zien dat de 'Time for a Change', Clintons campagnecredo, was begonnen. Wie de 33-jarige whizz-kid Rahm Emanuel, Clintons campagnegeldinzamelaar en beloond met de post van politiek directeur, vorig jaar maart in smoking in Vanity Fair zag poseren, kon niet om het geëtaleerde elan heen. Het wachten was nog op de verfilming van het Witte Huis als nieuwe halte voor succes op jonge leeftijd.

Het meest in het oog sprong de 32-jarige George Stephanopoulos, Clintons persoonlijke woordvoerder en directeur communicatie. Als medewerker van Congresleden was hij opgevallen door strategische talenten. Maar als spreekbuis gedroeg deze jongensachtige verschijning zich te zeer als een college kid: niet zozeer omdat hij ook op officiële gelegenheden kauwgomballonnen blies, als wel omdat hij zich bekwaamde in het afpoeieren van de Amerikaanse pers. Het bezorgde zijn baas een slechte relatie met de media. Na een serie politiek-publicitaire miskleunen stond Clinton er na vier maanden in de peilingen slechter voor dan welke president ook.

De oud-woordvoerder van de presidenten Reagan en Bush, Marlin Fitzwater, wees vorig jaar mei op het gebrek aan ervaring van de nieuwe staf: “Wat dikke, oude, kale mannen erbij zou geen kwaad kunnen.” En het leek alsof Clinton die uitspraak had gehoord. Tot veler verrassing haalde hij een paar dagen later als naaste adviseur David Gergen binnen, een Republikeinse veteraan met media-ervaring onder de presidenten Nixon, Ford en Reagan. Stephanopoulos verdween naar de coulissen, waar hij overigens als presidentieel adviseur samen met Gergen van grote waarde bleek. Gergen had zich nauwelijks in de West Wing vertoond of politiek directeur Emanuel moest al een octaafje lager zingen.

De zaken begonnen voor Clinton vanaf dat moment voorspoediger te verlopen. En de jeugd van zijn staf heeft sindsdien nauwelijks meer de aandacht getrokken. In het nauw gedreven door Whitewater moest de president deze week voor de tweede keer de hulp inroepen van een Washingtonse veteraan, advocaat Cutler. Hij is de opvolger van Bernie Nussbaum, de juridisch adviseur van het Witte Huis die zaterdag ontslag nam wegens vermeende inmenging in het justitieel onderzoek naar de Whitewater-affaire. Ook Nussbaum was een outsider in Washington.

Had de president niet van meet af aan meer ervaring in het Witte Huis moeten brengen, werd Clinton deze week gevraagd. De president beaamde: “Ik denk dat toen we deze regering vormden, we een hoop Washingtonse ervaring in het kabinet hadden, en niet zo veel in het Witte Huis.”

Terugvallen op een Washingtonse insider is een beproefde methode van schadebeperking voor het Witte Huis. Voor Cutler is het de tweede reddingsmissie, want president Carter riep al eens zijn hulp in om zijn toenmalige juridisch adviseur te vervangen. Eerder wendde president Lyndon Johnson zich in 1968 tot power broker Clark Clifford om de gedesillusioneerd afgetreden minister van defensie Robert McNamara te vervangen, ten tijde van het Vietnam-debâcle. Clifford, adviseur van de presidenten Harry Truman en John Kennedy, stuurde het Vietnam-beleid nog wel bij, maar een jaar later kwam Richard Nixon aan de macht.

Ronald Reagan haalde in 1987 de Republikein Howard Baker binnen als stafchef om de opwinding over Irangate te beteugelen. Baker, voormalig meerderheidsleider in de Senaat, verving Donald Regan die het veld moest ruimen wegens de geheime wapenzendingen naar Iran, waarvan de opbrengst was doorgesluisd naar de contras-rebellen in Nicaragua. Bush benoemde in augustus 1992 zijn minister van buitenlandse zaken James Baker tot stafchef om de Republikeinen te behoeden voor een verkiezingsnederlaag - tevergeefs. En Clinton heeft ook al een slechte ervaring met een veteraan achter de rug: oud-CIA-topman Bobby Inman, in december aangezocht om minister van defensie te worden als opvolger van de afgetreden Les Aspin, trok zich in januari op een turbulente persconferentie terug omdat de media “te veel rotzooi” over hem hadden geschreven.

De methode garandeert dus geen succes. Ondanks de wijzigingen die Clintons inner circle al heeft ondergaan, is van algehele stabiliteit in de boezem van de Amerikaanse regering nog geen sprake: Clintons vriend uit Arkansas en oud-zakenman Thomas 'Mack the Nice' McLarty geldt als een zwakke stafchef, over wiens aftreden keer op keer wordt gespeculeerd. Datzelfde geldt voor nationaal veiligheidsadviseur Anthony Lake en minister van buitenlandse zaken Warren Christopher, die nog niet op bestuurlijke consistentie zijn betrapt en steeds weer nieuw beleid afkondigen.

Uitgerekend Clintons streven om geen tweede Carter te worden en niet terug te vallen op diens medewerkers, heeft tot overeenkomsten met Carters apparaat geleid: veel jonge en onervaren medewerkers, en dus zwakke plekken in de organisatie. Clinton kan nog wel een paar 'dikke, oude, kale mannen' gebruiken.