'Mensen kunnen gaan denken dat inspraak nutteloos is'

Het kabinetsbesluit over de hoge-snelheidslijn heet voluit 'deel 1 van de planologische kernbeslissing'. Dat betekent dat de snelle spoorverbinding dezelfde procedure zal doorlopen als de Betuwelijn, een procedure die in het begin van de jaren zeventig is uitgedacht door mr. J. Witsen (69), voormalig directeur-generaal ruimtelijke ordening van het ministerie van VROM.

Na inspraak, advies en bestuurlijk overleg volgt op deel 1 van een planologische kernbeslissing het tweede deel. Daarna neemt het kabinet een definitief standpunt in, verwoord in deel 3. Daarover buigen zich vervolgens de Tweede en Eerste Kamer, wat uiteindelijk uitmondt in deel 4, het laatste deel van de planologische kernbeslissing.

Veel van de mensen die deelnamen aan de inspraakavonden over de Betuwelijn voelden zich na de publikatie van deel 3 behoorlijk beetgenomen. Van hun bezwaren en wijzigingsvoorstellen zagen zij vrijwel niets terug. Even verbolgen waren de bewoners van het Groene Hart, toen minister Maij-Weggen vorig jaar terloops liet weten dat het kabinet een voorkeur had voor een nieuwe lijn ten oosten van Zoetermeer. Inspraak had kennelijk geen zin.

Witsen bedacht de procedure van planologische kernbeslissing naar aanleiding van de omstreden plannen voor nieuwe militaire oefenterreinen en de industrieterreinen bij Moerdijk. In plaats van het uitbrengen van kant en klare nota's over de ruimtelijke ordening zou de overheid voortaan eerst met een ontwerp-plan komen, zo was het idee. Ook kreeg de Tweede Kamer het recht van amendement op dergelijke plannen.

Voldoet de procedure van planologische kernbeslissing aan de inbreng van burgers zoals u die indertijd voor ogen stond?

“Er zit in die procedure een spanning die ik altijd heb verdedigd. De bedoeling van deel 1 is dat het kabinet laat zien waar het staat, welke oplossing de voorkeur van het rijk heeft. Dan pas weet de bevolking waar ze tegen te hoop moet lopen. Maar het uitspreken van die voorkeur betekent ook dat mensen kunnen gaan denken dat inspraak nutteloos is.

“Het kan ook anders. Voordat indertijd deel 1 van de planologische kernbeslissing over de vierde nota ruimtelijke ordening verscheen, hebben we een discussienota uitgebracht. Die stuurden we naar alle betrokkenen, waarna we overlegavonden organiseerden. Het gevolg was dat deel 1 van die planologische kernbeslissing nauwelijks omstreden was. Natuurlijk hadden we zo'n vooroverleg in de wet kunnen vastleggen, maar dat hebben we met opzet niet gedaan. Dat zou de procedure verzwaren en dat wilden we niet.

“Ik vind nog steeds niet dat vooroverleg zou moeten worden verplicht. Als in een procedure spanning zit, hangt veel af van de presentatie. En dat is een kwestie van personen. Daar kan geen wetgeving wat aan veranderen.”

Is de rijksoverheid onverschillig?

“Zo moet u dat niet zien. De procedure van planologische kernbeslissing beantwoordt minder aan het idee van inspraak dan ik had gehoopt. Aan de ene kant komt dat doordat het vaak gaat om nogal abstracte nota's: de structuurschets voor de landelijke en stedelijke gebieden, het structuurschema groene ruimte. Anderzijds zijn de planologische kernbeslissingen over de Betuwelijn en de hoge-snelheidslijn zo gedetailleerd dat ze bij omwonenden meteen kwaad bloed zetten.”

Misschien is de planologische kernbeslissing niet meer van deze tijd. Vorig jaar ging de Tweede Kamer akkoord met de Tracé- en Nimbywet, bedoeld om de termijnen van juridisch verzet tegen plannen voor infrastructuur aanzienlijk te verkorten.

“Volgens mij heeft de planologische kernbeslissing nog steeds recht van bestaan. U moet niet vergeten: als die procedure er niet zou zijn, hadden burger en Tweede Kamer helemaal niets in te brengen. En inspraak mag dan wel het belangrijkste element van de planologische kernbeslissing zijn, het is niet het enige. Het gaat ook om de samenhang tussen het beleid van het rijk en dat van provincies en gemeenten. Ook kan het kabinet informatie putten uit de ronde van inspraak, advies en bestuurlijk overleg waarover het zelf niet beschikt. De Betuwelijn bijvoorbeeld was puur vanuit de logica van de NS ontworpen.

“Overigens vind ik het wel jammer dat provincies en gemeenten door die nieuwe wetgeving nu meteen een aanwijzing van de minister krijgen, als ze weigeren om mee te werken. Zoiets lijkt tijdswinst, maar die is theoretisch. De lagere overheden kunnen nog altijd naar de rechter stappen. En het is ook een kwestie van goodwill kweken. Als rijksoverheid moet je denk ik erg voorzichtig zijn met het passeren van provincies en gemeenten. Anders mobiliseer je de tegenkrachten.

“Ik zal niet zeggen dat dit soort aanpassingen indruist tegen de geest van de procedure van planologische kernbeslissing. Dat gaat me net iets te ver. Maar er zit wel een tegenstrijdigheid in. De planologische kernbeslissing is bedoeld om een maatschappelijk draagvlak te creëren, niet om dat af te breken.” (GP)

    • Gretha Pama