Luchtsteun

AIR FRANCE vliegt op zijn laatste reservetank. De Franse overheid is bereid nog eens twintig miljard franc (ruim zes miljard gulden) in het staatsbedrijf te steken als het personeel instemt met een saneringsplan waarbij vijfduizend arbeidsplaatsen verdwijnen. De steun is afhankelijk van goedkeuring van de Europese Commissie en daarmee staat de subsidiëring van verliesgevende maar strategische sectoren opnieuw in het middelpunt van de Brusselse belangstelling.

Vorig jaar trok de regering-Balladur haar handen af van een saneringsplan voor Air France, nadat het personeel de start- en landingsbanen had bezet. De president van de luchtvaartmaatschappij werd vervangen en de verliezen bleven doorgaan. Een veelzeggend detail over de treurige staat van Air France is dat alle lijnen verliesgevend zijn, met uitzondering van die op francofoon West-Afrika. In ontwikkelingslanden kijkt de elite niet op de kosten van vliegkaartjes naar Parijs.

De inefficiënte bedrijfsvoering blijkt ook uit de wijze waarop nationale industriepolitiek van invloed is geweest op de samenstelling van de luchtvloot. Air France beschikt over maar liefst 24 typen vliegtuigen omdat het bedrijf op grote schaal vliegtuigen van Franse vliegtuigbouwers - inmiddels opgegaan in Airbus - moest afnemen. Met vakbonden die de werktijden, omvang en inzetbaarheid van het personeel dicteren, is een economisch rampenscenario makkelijk geschreven. Vorig jaar was het resultaat een verlies van 7,5 miljard franc (2,5 miljard gulden).

De Europese Unie zit intussen met een lelijk probleem. Niet alleen Air France, ook de nationale maatschappijen van Griekenland, Ierland, Spanje en Portugal worden in de lucht gehouden met staatssubsidies. De niet-gesubsidieerde luchtvaartmaatschappijen, zoals British Airways en KLM, beschouwen dit terecht als oneerlijke concurrentie op een toch al moordende markt. De Nederlandse overheid heeft vorige maand wel besloten om voor 380 miljoen gulden deel te nemen aan een uitgifte van nieuwe aandelen van KLM, maar dat is van een andere orde. Aandelen zijn risicodragend vermogen en geen gift.

DE SUBSIDIECULTUUR beperkt zich niet tot de noodlijdende Europese luchtvaartindustrie. In de al even verliesgevende staalindustrie worden saneringsplannen opgehouden door subsidies aan staatsbedrijven, waardoor efficiënte producenten, zoals Hoogovens, ten onrechte worden gestraft. Een eventueel faillissement van een nationale luchtvaartmaatschappij zoals Air France, zal enorme politieke effecten hebben in Parijs. De Europese Commissie staat in het geval van goedkeuring van de steun aan Air Fance dan ook voor een strategische beslissing.