Leger Israel mag niet vuren op kolonisten

JERUZALEM, 11 MAART. Israelische politici van zowel links als rechts hebben gisteren verbijsterd gereageerd op de onthulling dat Israelische militairen onder orders staan niet op joodse kolonisten te schieten, zelfs niet wanneer dezen het vuur openen op Palestijnen.

De onthulling kwam tijdens het officiële onderzoek naar de moordpartij door een joodse kolonist in een moskee in Hebron op de Westelijke Jordaanoever op 25 februari, waarbij volgens de jongste cijfers 30 doden vielen. “Het bevel is dat als een kolonist, een joodse kolonist, het vuur opent, zelfs op straat (...) op lokale bewoners (...) het verboden is op hem te schieten”, zei de commandant van de Israelische grenspolitie in Hebron, Meir Tayar. “Zelfs als ik daar (in de moskee) was geweest, had ik niets kunnen doen”, zei Tayar, “er waren speciale orders.” “Onze orders zijn dekking te zoeken, en te wachten tot hij zijn magazijn heeft leeggeschoten of zijn wapen blokkeert en hem dan te overmeesteren.”

“Zelfs als hij op mij schiet, is het mij verboden met mijn schietwapen te reageren en moet ik proberen hem met andere middelen te overmeesteren, zonder te schieten. Dat zijn de orders die naar mijn beste weten op de hele Westelijke Jordaanoever van kracht zijn”, aldus commandant Tayar.

Volgens Tayar zijn deze orders gegeven door kolonel Meir Kalifi, commandant van de militaire regio Judea (het zuiden van de Westelijke Jordaanoever) in aanwezigheid van 60 officieren. De grenspolitie staat in bezet gebied onder bevel van het leger.

Op de vraag van de zichtbaar verbaasde voorzitter van de commissie, rechter Meir Shamgar, of deze order vanzelfsprekend leek, antwoordde Tayar: “nee. Deze order leek mij abnormaal en bizar. Ik had mijn twijfel en ik heb vragen gesteld. Ik kreeg het antwoord dat de orders zo waren.”

Generaal Shaul Moufaz, de militaire bevelhebber van de Westelijke Jordaanoever, bevestigde vervolgens dat dergelijke orders waren uitgevaardigd. “De soldaten kunnen niet schieten op de kolonisten die het vuur openen, want zij kunnen niet weten of het leven van deze kolonisten niet in gevaar is”, zei hij. Hij legde uit dat de richtlijn dat de soldaten niet op joden schieten “omdat joden niet de vijand zijn” was uitgevaardigd in de context van onrust waarbij kolonisten zich verdedigen tegen een Palestijnse aanval. ,Aangezien wij geen bloedbad voorzagen, waren geen richtlijnen of instructies gegeven om het vuur te openen wanneer een bloedbad door joden wordt aangericht”, zei hij. Maar hij voegde daaraan toe dat “elke burger wanneer hij getuige is van een criminele actie de plicht heeft alle noodzakelijke maatregelen te nemen om die te verhinderen”.

Een van de commissieleden, ex-stafchef Moshe Levy, herinnerde daarop aan televisiebeelden van zo'n tien kolonisten die op het marktplein van Hebron op Palestijnen schieten zonder dat ter plaatse aanwezige militairen tussenbeide komen. Volgens generaal Moufaz ging het bij dat incident, dat zich enkele weken geleden afspeelde, om een ernstige fout van de zijde van de soldaten, zonder aan te geven of dezen vervolgens waren gestraft. In elk geval zijn de bewuste kolonisten niet vervolgd, hoewel zij herkenbaar waren.

Parlementariër en reserve-generaal Ori Orr noemde de orders “stom en onjuist”. “Het is de plicht van iedereen die voor veiligheid en orde zorg draagt om op te treden tegen elke schutter, jood of Arabier.” Eliahu Ben-Elissar van de oppositionele, rechtse Likud-partij, sprak voor de Israelische televisie van een “onmogelijke” order. “Ik zou zo'n situatie als ernstig beschouwen.” Premier Rabin ontweek vragen over dit onderwerp; hij zei slechts het volste vertrouwen te hebben in het leger. De vrouw van de dader van het bloedbad in Hebron, Myriam Goldstein, had 20 minuten vóór het begin van de moordpartij een legerofficier, de officier van de wacht in de nederzetting Kyriat Arba bij Hebron, gesmeekt haar man op te pakken. Zij heeft het Israelische weekblad Shishi verteld dat zij getroffen was door zijn vreemde gedrag. De bewuste officier had het echter niet noodzakelijk geacht de wacht bij de moskee te waarschuwen.

Drie joodse extremisten die in het openbaar het bloedbad hebben verwelkomd, zijn gisteren in staat van beschuldiging gesteld in het kader van de anti-terrorismewet. (Reuter, AFP, AP)