Junkie-moeders kicken af in rijtjeshuis

In 'Projekt 4' in Den Haag leren afkickende moeders hoe ze voor hun kinderen kunnen blijven zorgen. Alles wat ze doen moeten ze van te voren plannen.

DEN HAAG, 11 MAART. Een half jaar geleden tippelde ze nog om haar heroïneverslaving te betalen. Nu is ze een 'gewone' moeder. Vanuit haar nieuwbouwwoning kijkt ze naar buiten. Ze moest vandaag van de projectleiding de tuin mooi maken en dat is gelukt. In het zand heeft ze keien neergelegd in de vorm van een cirkel. “De buurman zei dat ik heel creatief ben. Lachen toch?”

Aan de rand van het terrein van het Haagse Psychiatrisch centrum Bloemendaal beviondt zich in een nieuwe woonwijk 'Projekt 4', een behandel- en woonproject voor verslaafde moeders in een vier-onder-één-kaphuis. In iedere woning verblijven twee verslaafde moeders met hun kinderen. Hier kunnen ze afkicken zonder van hun kinderen te scheiden.

“Je moet hier alles plannen”, zegt de verslaafde moeder. “Zelfs het naar bed gaan.” Ze wil liever niet met naam worden genoemd. De 'weekplanning', daar draait het allemaal om in Projekt 4. Een keer in de week bepalen de moeders gezamenlijk wie ze wanneer willen bellen, wanneer ze waar welke boodschappen willen doen, op welke dag ze therapie hebben en hoe laat ze hun kasboek bijhouden en in hun dagboeken schrijven. De leiding moet het dan goedkeuren.

Het is zwaar hoor, zegt projectcoördinator Naomi Tas, afkicken en opvoeden tegelijk. Verslaafde moeders gaan meestal niet zo snel in behandeling, vertelt ze. “Ze zijn als de dood dat hun kind van ze wordt afgepakt.” Maar hier zijn de vrouwen enthousiast. Vorige maand werd de eerste 'projektbaby' geboren en er is pas één moeder weggelopen. Ze was opeens verdwenen met haar kind van zes. Nog een keer is ze langs geweest om haar bankpasje en legitimatie op te halen. Voorlopig mag ze niet meer terugkomen.

De muren van de huiskamer zijn kaal. In de vensterbank staat één plant. “Zo lekker dat je je eigen ouwe troep kan achterlaten”, zegt Elly, de andere moeder in het huis. Ze nam naar het huis alleen een koektrommel en een koffiezetapparaat mee. Elly heeft altijd al een normaal leven gewild, vertelt ze terwijl ze theewater opzet. Buiten fietsen haar dochtertje en twee zoontjes rond het huis. Uit de oven komt de geur van pizza's. Dan zegt haar huisgenote: “Kijk, zo normaal is het nou ook weer niet. Je zit wel in je eigen huis, maar je bent niet vrij. Begrijp je?”

Dat ze die avond pizza eten bijvoorbeeld, dat hadden ze vorige week vrijdag al gepland. En dan zijn er nog de huisregels. Geen bezoek zonder toestemming van de leiding, geen huisdieren, verboden op de slaapkamer te roken en spullen van anderen te lenen of kopen. Drie keer per week is er een huis- en urinecontrole. Bij 'overtredingen' zijn er sancties: dan moeten de vrouwen bijvoorbeeld voor het hele project koken of een extra verslag schrijven.

De vrouw laat haar schouders hangen. “Da's in het begin allemaal niet zo makkelijk hoor. Je gedachten staan nog heel anders omdat je net van de dope bent.” De eerste weken zat ze “echt te stuiteren” en dan moest ze ook nog liefde aan haar kind geven. “Dat moest eerst natuurlijk ook, maar dan had ik er wel een chineesje bij. Is toch anders.”

Soms lukt het ook niet. Laatst hadden zij en Elly nog een 'overtreding' gemaakt. Ze waren met een paar moeders boodschappen gaan doen. Hadden ze ook nog een winkel aangedaan die niet was gepland. “Het Kruidvat geloof ik, helemaal geen heftige zaak of zo, maar dat mag dus niet.” Elly kan er nu wel om lachen: “Erg hè?” Bij thuiskomst hadden ze het toch maar aan de leiding bekend, want het komt toch wel uit. “Uiteindelijk verlink je elkaar”, zegt Elly. “Zo is junkengedrag.” En je móet het ook zeggen, vinden ze. “Dat soort dingen kunnen je aan de dope brengen.”

Elly's zoontje bewaarde vroeger de aluminiumwikkels van de chocoladerepen voor het drugsgebruik van zijn ouders. Nu is hij weer helemaal gezond en blij, zegt Elly. Inmiddels begint de pizza in de oven zachtjes aan te branden. Tijd om de kinderen binnen te roepen. Haar zoontjes vergelijken elkaars pizza. Elly: “We eten best goed hoor. We doen ook aan menuplanning.” De eerste dagen wisten de kinderen van gekkigheid niet wat ze moesten doen, vertelt ze. “De hele dag haalden ze alle kasten overhoop. Kasten hadden we thuis nooit gehad.”

Of de kinderen weten dat hun moeder aan het afkicken is? De moeders zeggen meestal dat ze 'gaan werken' als ze voor hun verslaving behandeld moeten worden. “Maar ze hebben meer door dan je denkt”, zegt Elly. De kinderen gaan naar een basisschool in de buurt. Ze kunnen nooit zomaar, zonder toestemming van de leiding, vriendjes mee naar huis nemen. “Maar alles beter dan tussen dealers wonen in een lekkende krot met dichtgespijkerde ramen”, zegt Elly. Ze vertelt de kinderen altijd dat ze “met z'n allen heel hard moeten werken in een heel mooi huis voor een beter leven en goed eten.” Het is zwaar, dat wel. Ze is moe. Als straks de kinderen naar bed zijn, moet zij nog in haar dagboek schrijven. Dat had ze vorige week zo gepland.