Intelligentie

Een persconferentie in Nou Camp. De dag is nog jong en Johan Cruijff begint aan een avondvullende voorstelling. Cabaret op hoog niveau. Mooier kan de splitsing tussen het ego en de wereld niet zijn. De maëstro spreekt. Tussen zijn schouders dansen de vrije antennes van kennis en kunst, van de open provocatie. Kaleidoscoopachtig dribbelt hij zichzelf en de buitenwacht voorbij: alles wordt in contrapunt tegen elkaar gezet. In zijn onbedaarlijke aandrang de dingen op te sommen zoekt hij de uitersten, hoog over de hoofden van het Catalaanse journaille heen. Want het ware leven is geen garantie voor kwaliteit. En toch blijft er ook die zweem van full contact zoals je dat in gevechtsporten wel eens ziet.

Cruijff is een dichter die je hardop moet lezen. Dan pas ontstaat het fysieke genot van zijn bamboe-taal. Hem zien praten is ook al mooi. Geheel onnederlands. Soms met het grootse gebaar en de verhevigde toon. Soms in een lichte fluistering van onverstaanbare woorden, kaatsend van hoofdkussen tot hoofdkussen. Tijdens de intiemere passages kantelen de ogen in het vogelkopje over elkaar heen. Even later, verbaal opverend, wordt dan weer de diepere betekenis van zijn gedachten omspannen door een grijns van zilverdraden. Die zijn mond jonger maakt. De mond van een teenager.

De ziener van Barça wordt verzocht even het lancet te zetten in het lijk van Michael Laudrup. De Deense publieksspeler zit al enkele weken op de bank en heeft te kennen gegeven aan het eind van het seizoen weg te willen bij Barcelona. Er is sprake van een voorcontract met Real Madrid. De vragen worden rouwend gesteld - de subnationaliteit van àlle Catalanen is door het naderende vertrek van de sterspeler in het geding. Cruijff heeft gevoel voor de pijn van identiteitsverlies. Hij dempt de stem en laat de schouders nu vertraagd dansen. Laudrup wordt regelrecht het graf ingeprezen: “Een genius met zoveel eenzaam voetbalverstand hoort in de zestien meter te flitsen, niet over de breedte-as van het veld.” Of nog: “Het ontbreekt Laudrup aan primitieve woede om te winnen. Dan moet ik als bewaker van het rendement van het elftal ingrijpen. Tegen mijn voetbalhart in.”

Dit laatste maakt diepe indruk. De verslaggevers knielen gelijk voor het geluid van vergeefsheid. De nestor van het gezelschap verontschuldigt zich bijna voor de misplaatste rouwzang van daarnet. Als de Verlosser, himself, zijn voetbalhart geweld aandoet, gaat geen begrip meer te ver. Opgelucht en welgezind krassen ze op naar hun redacties. Met een laatste buiging voor de coach die zijn gelijke niet kent als filosoof van het Catalaanse binnenhuisdrama.

“Heb je die vragen gehoord?”, richt Cruijff zich samenzweerderig tot zijn Nederlandse gehoor. “Geen intelligentie, hè. Ze hebben geen oog voor de constructie van een elftal, voor de onzichtbare bruggetjes. Daarom zijn ze altijd op zoek naar een martelaar.”

Dat bent u nu zelf toch ook een beetje, zeg ik voorzichtig.

Hij snuift verachtelijk.

“Ik martelaar? Van wie of wat dan wel?”

Er vallen enkele namen: Staatsen, Michels, Lotto... Hij blaast ze in miljoenen schilfers weg, weer met die grijns van zilverdraden. Gedecideerd: “Ook geen intelligentie, hè.”

Daarmee is alles gezegd. Met de souplesse van een sprinkhaan duikt hij in zijn limousine. Ik wuif hem na maar Mister kijkt niet meer om. Hij scheurt weg met de bravoure van een discotheekyup: hoge kunst is altijd in strijd met volwassenheid. Slenterend door de catacomben van Nou Camp brandt één woord me op de lippen: intelligentie. Ik voel me opeens de porte-parole van een verweesde wereld. Als kunstenaar op het gras was de afstand tussen Johan Cruijff en de mensheid nog te overzien. Met een beetje sociale satire bleef de illusie dat hij nog geraakt kon worden door een jongensachtige liefde. Nu hij zich teruggetrokken heeft in het monopolie van de intelligentie is de vervreemding interplanetair. Geen cartesiaans atoom in Nederland dat nog ooit op zijn hoogte kan komen.

De prijs van deze decapitatie zal hoog zijn. Amerika: een woord kan niet depressiever klinken. Twijfelen is niet langer toegestaan: zonder de intelligentie van Cruijff is er voor het Nederlands elftal in Orlando geen eer meer te behalen. Bobo's, coaches, pers en spelers, ze zullen straks in hun eigen eenstemmig koor genadeloos vernederd worden. Debielen onder elkaar. Met nog één troostrijke gedachte: klaverjassend ten gronde gaan heeft ook wel iets.

    • Hugo Camps