Hits zijn laf

FRET. Gratis verkrijgbaar bij 130 poppodia en poporganisaties in Nederland.

Binnen korte tijd zijn twee tijdschriften opgericht die alleen aan Nederlandse popmuziek zijn gewijd. Een paar maanden geleden verscheen voor het eerst ROQ, 'Magazine voor Nederroq', en op 1 maart kwam het eerste nummer uit van FRET, 'gratis maandblad over Nederlandse popmuziek'.

Als er veel publikaties over een bepaald onderwerp verschijnen, kan dit twee dingen betekenen. Óf het onderwerp geniet een buitengewone populariteit waarvan alle uitgevers willen profiteren, óf het is juist buitengewoon onbekend en behoeft dus veel reclame en propaganda. Op het eerste gezicht is met de Nederlandse popmuziek het tweede het geval. ROQ werd opgericht uit onvrede over de Nederlandse media, die in de ogen van de uitgevers veel te weinig aandacht besteden aan Nederlandse popmuziek, en FRET, een krantje op A3-formaat, wordt uitgegeven door de Stichting Popmuziek Nederland (SPN), die als doel de bevordering van de Nederlandse popmuziek heeft.

Maar wanneer men aan direct betrokkenen vraagt hoe het gaat met de Nederlandse popmuziek, luidt het antwoord steevast: 'Goed! Heel goed!' Zo zegt Sjef Huurdeman, programmeur van het Patronaat in Haarlem, in FRET over Nederlandse bands: “Ze zijn populair. Zeven jaar geleden was dat wel anders, toen kon maar een handvol het Patronaat uitverkopen. Nu zijn dat drie handen vol.”

In FRET overheerst het interview, het gebruikelijkste genre in de popjournalistiek: naast dat met Huurdeman bevat FRET gesprekken met leden van de stoere rapgroep Osdorp Posse, de nauwelijks minder stoere Raggende Manne en de hiphop-groep NuClarity. Verder bevat het zestien pagina's tellende krantje een uitgebreide agenda en niet onkritische besprekingen van (heel veel) cd's van Nederlandse groepen.

Wat in de interviews vooral opvalt is het dédain voor hits. “Popdeuntjes zijn voorgeprogrammeerd, bedoeld om de massa te verleiden en een inhoudloze boodschap naar buiten sturen,” zegt Marco van Nembrionic Hammerdeath, de metalgroep waarmee de Osdorp Posse nu samenwerkt. Ook Bob Fosko, de bruller van de Raggende Manne, wil helemaal geen hits maken: “Nee, hoewel ik wel een neus heb voor wat de ingrediënten voor een hit zijn. Maar het is mijn karakter niet om op een laffe manier kutmuziek te maken.” Het klinkt als grootspraak: het bijzondere van hits is juist dat er geen recepten voor zijn. Zo zei Daryl Hall, de helft van Hall & Oates, het succesvolste duo uit de Amerikaanse pop-geschiedenis, onlangs dat hij nooit vantevoren kon zeggen of een nummer een hit werd of niet.

De woorden van de zanger/schrijver Jan Rot dat de smaak van het publiek onfeilbaar is en dat hits, zeker achteraf, ook de beste liedjes blijken, zijn niet besteed aan de in FRET geïnterviewde Nederlandse popmuzikanten. Met zo'n houding zullen ze nooit echt populair worden en blijven ze voor naamsbekendheid afhankelijk van tijdschriften als ROQ en FRET.