Frank: Nederlands toneel heeft te weinig meningen

Leonard Frank, sinds dit seizoen artistiek leider van Theater van het Oosten in Arnhem, regisseert in die functie nu zijn eerste voorstelling: Lief zijn voor Sloane van Joe Orton. Het stuk uit 1964 dat zich richt tegen de mentaliteit van de bange burger die niet wil dat een ander aan zijn voortuintje komt, is volgens Frank na dertig jaar nog heel modern nu nationalisme overal de kop op steekt. Vanavond is de première in Arnhem.

Het verzoek om met ingang van het seizoen 1993/94 het artistiek leiderschap van Agaath Witteman bij Theater van het Oosten over te nemen kwam voor Leonard Frank (1942) precies op het juiste moment. Als zwervend freelance-regisseur was hij afhankelijk van het aanbod en de plannen van anderen, een positie die hem na een paar jaar zwaar begon te vallen. Hij wilde meer vastigheid; het liefst zou hij een eigen gezelschap beginnen waar hij zijn stempel op kon drukken, zoals hij had gedaan bij de Amsterdamse toneelgroep Baal waar hij van 1973 tot de opheffing in 1987 artistiek leider was.

Toen hij die kans plotseling kreeg in Arnhem aarzelde hij dan ook niet lang. Desondanks besloot hij rustig te beginnen door het eerste seizoen bij Theater van het Oosten niet meer dan één voorstelling te regisseren die ook nog eens aan het eind van het seizoen was gepland. Bij het Nationale Toneel in Den Haag, waar hij na zijn vertrek bij Baal één jaar deel uitmaakte van de artistieke leiding, had hij geleerd dat een regisseur onaanspreekbaar wordt als hij zich onmiddellijk en uitsluitend op zijn eigen regies concentreert.

Frank: “Als je een nieuwe start maakt moet je voordat je zelf begint je bedoelingen uiteen zetten. Daarom wilde ik eerst mijn broeders in de strijd mobiliseren: mensen die in mijn ogen het engagement in het toneel vertegenwoordigen en met wie ik een repertoire kan opbouwen.”

“We zijn begonnen met Een vijand van het volk, een zwaar inhoudelijk stuk van Ibsen dat door Koos Terpstra werd geregisseerd. Daarna volgden twee kleine zaal-produkties van Tonny Vijzelman en Moniek Kramer en nu kom ik met Lief zijn voor Sloane dat je bijna een pièce bien fait kunt noemen. Ik heb gekozen voor een komedie omdat het geen zin heeft alleen maar verschrikkelijke mokerslagen uit te delen, maar ook omdat Ortons vlijmscherpe observaties nog steeds overeind staan. Ik zie zelfs een link met de Eper incestzaak: ook daar is, net als bij Orton, aan de buitenkant niets te zien terwijl het intussen achter de vitrage zo losbandig toegaat dat er slachtoffers vallen.”

In het geval van Lief zijn voor Sloane zijn de vier personages uiteindelijk allemaal slachtoffer. Sloane, de jongeman die een kamer huurt bij de familie Kemp (vader en middelbare broer en zus), blijkt al gauw niet zo keurig en onschuldig als hij zich voordoet. Maar ook de huurders zijn geen innemende figuren en op den duur ontstaat een situatie waarin iedereen elkaar chanteert en uitbuit.

Het is de eerste keer dat Leonard Frank een stuk van Orton ensceneert. Wat het moderne toneel betreft richtte hij zich tot op heden meestal op stukken van Duitstalige schrijvers als Botho Strauss, Thomas Bernhard en Peter Handke: maatschappelijk betrokken schrijvers die in hun werk meer of minder verhuld kritiek leveren op de organisatie van de samenleving.

Frank: “Moralisme is mijn grote drijfveer om toneel te maken. Als ik met een groepje mensen een voorstelling voorbereid heb ik altijd het idee dat ik een soort samenzwering op touw zet. Een samenzwering tegen de kritiekloze, arrogante, zelfvoldane levenshouding van onze samenleving. Ik ben voortdurend waakzaam en wind me over dingen op. In mijn voorstellingen keer ik me tegen de burgerlijkheid, de kortzichtigheid en de benauwdheid in het denken. Toneel is voor mij dan ook eerder middel dan doel. Ik heb weleens gezegd dat ik me meer journalist voel dan theatermaker. Dat betekent niet dat ik me interesseer voor het oppervlakkige niveau van de politiek, mij gaat het om de mentaliteit en de beschaving eronder.

“Toneel moet dienen als een gewetensvol vacuüm waar je inspiratie uit kunt putten. Mijn kritiek op het toneel van nu is dat het zich neerlegt bij de tijdgeest. Het Nederlandse toneel heeft te weinig meningen, het durft te weinig de polemiek aan. Het noteert wel de feiten maar er wordt niks mee gedaan. Ik vind het een beetje laf. Het risico van inhoudelijk toneel is dat het gauw drammerig wordt, daarom moet je met al je regietalent een evenwicht zien te vinden tussen spanning en ontspanning want theater moet natuurlijk ook een avondje uit zijn.”

Met een repertoire waarop onder meer De Markies van Keith van Wedekind en Rijgdraad, het nieuwe stuk van Judith Herzberg, staan wil Frank zich de komende tijd in Arnhem profileren. “Hoewel nog niet alles naar mijn zin gaat voel ik me hier op mijn plaats. Belangrijkste ijkpunt is dit seizoen: dat vind ik totnutoe ter zakedoende en artistiek van waarde.”