BOEM

Een gedicht bestaat uit woorden en die woorden weer uit letters.

Dat is geen nieuws. Meestal worden die letters en woorden gewoon netjes allemaal even groot naast elkaar afgedrukt. Maar het kan ook anders. Een woord dat op iets langs en duns slaat, asperge bij voorbeeld, of spijker of sperzieboon of bonestaak, kun je in lange dunne letters zetten:

SPERZIEBOON

Precies zo kun je kleine ronde woorden klein en rond schrijven, erwt, balletje, knikker of harde woorden vet en groot maken (boem, dreun, trommel) of stille woorden (schaduw, madelief, fluisteren) klein en dun. De dichter Paul van Ostaijen deed dat vaak.

    • Marjoleine de Vos